Low budget ruimtestation

De Nasa, het Amerikaanse bureau voor lucht- en ruimtevaart, lijkt er warempel in te slagen om nog juist voor de als uiterste limiet gestelde datum van 10 juni bij het Witte Huis plannen in te dienen voor een volledig nieuw ontwerp van het (internationale) ruimtestation Freedom.

Het wordt zelfs een keuze uit drie verschillende ontwerpen, waarvan uiteindelijk een de plaats moet innemen van het oorspronkelijke, door de regering-Clinton als veel te duur afgewezen project. ""We zitten op het goede spoor. We maken nu echt grote vorderingen'', heeft Nasa-directeur Daniel S. Goldin laten weten.

Onmogelijke klus

Toen zaten de ontwerpers van Freedom echt met de handen in het haar en lieten weten dat ze met een onmogelijke klus waren opgezadeld. Die opdracht moest resulteren in drie opties voor een ruimtestation met een levensduur van ongeveer tien jaar, waarvan ontwikkeling en bouw niet meer dan resp. 5, 7 en 9 miljard dollar mogen kosten. Het aanvankelijk beoogde Freedom-project zou een levensduur hebben gehad van dertig jaar, maar zou ook minstens 30 miljard dollar hebben gekost, waarvan de afgelopen jaren trouwens al bijna 9 miljard is uitgegeven.

Ondanks het bliksem-karakter van de operatie was er geen gebrek aan nieuwe ontwerpen. Juist die veelheid van ingediende ideeën bezorgde het Nasa-team onder leiding van ex-astronaut Bryan O'Connor problemen. Er was een plan om een sterk aangepaste versie van het huidige ruimteveer (zonder vleugels) als basis voor een ruimtestation te gebruiken, terwijl weer een ander voorstel uitging van een lege Space-shuttle-brandstoftank als kern voor een toekomstig ruimtestation. Beide suggesties werden als te duur en technologisch te gecompliceerd afgewezen.

Van de drie voorstellen die volgende maand naar het Witte Huis gaan, zou het plan dat wordt aangeduid als "Optie C' de grootste kanshebber zijn. Optie C - die de eerstkomende vijf jaar een bedrag van ruim 6,5 miljard dollar zou vergen - is ontworpen door een team, geleid door Chester A. Vaughan van Nasa's Johnson Ruimtevaartcentrum in Houston (Texas) en heeft als grootste pluspunt dat het uitgaat van een compleet, zeven verdiepingen omvattend ruimtestation dat in een keer in een baan om de aarde kan worden gebracht; de andere versies zouden elk minstens tien ruimteveermissies voor de bouw noodzakelijk maken, met alle extra tijd en kosten van dien.

Wel moeten voor Optie C naderhand nog twee extra lanceringen worden uitgevoerd om de beoogde Europese en Japanse modules aan het centrale basiselement - een cilinder van ruim dertig meter lengte, met een doorsnede van ruim zeven meter - te verankeren. Maar dat zou uiteraard ook het geval zijn bij de opties A en B. Voor het lanceren van het basiselement met zijn grote zonnepanelen wordt gemikt op toepassing van een soort Space-Shuttle-raketcombinatie, waarbij echter op de plaats van het ruimteveer een reusachtige container wordt meegevoerd waarin zich het complete ruimtestation bevindt.

Nadelen

Een nadeel van het ontwerp is dat er na het aanmeren van de Europese en Japanse modules nauwelijks meer mogelijkheden voor verdere uitbreiding zijn. Ook de voor de gebruikers van het station beschikbare elektrische energie (30 kW) is volgens critici beslist aan de magere kant. Dat bracht Frederik Engstr⊘m, de Zweedse directeur ruimtestationprojecten van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, al tot de opmerking dat er sprake is van een "gebrek aan evenwicht tussen de mogelijkheid om er apparatuur en onderzoeksinstrumenten in onder te brengen én de mogelijkheid om ze vervolgens ook te kunnen gebruiken'.

De werk- en leefruimte in de Optie C-cilinder is enorm: bijna 740 kubieke meter. Bij de nu geannuleerde Freedom-plannen was er sprake van maximaal 650 kubieke meter, de Russische Mir-1 zal binnen twee jaar, wanneer ook de laatste twee modules zijn aangekoppeld, 425 kubieke meter aan ruimte bieden en het Skylab van begin jaren '70 - waar veel Nasa-veteranen nog vaak met weemoed aan terugdenken - bracht het tot 320 kubieke meter.

Nasa-directeur Goldin vindt intussen dat zijn herzieningsteam - zeker gezien de moeilijke omstandigheden (o.a. tegenwerking van Nasa-officials die toch nog wilden vasthouden aan het oude Freedom-project) - uitstekend werk doet en drukt zijn medewerkers op het hart dat het geen zin meer heeft om over het oorspronkelijke Freedom-programma te treuren. ""Dat is verleden tijd. Dat moeten we gewoon accepteren. En laten we niet vergeten dat het project zó duur werd dat het uiteindelijk ons hele budget dreigde op te souperen''.

    • Sjoerd van der Werf