Kwellende liefde voor het Chinese vaderland

In de nacht van 3 op 4 juni 1989 maakte de Chinese regering hardhandig een einde aan de democratische studentenbeweging. Het betekende het einde van een patriottische droom voor veel Chinezen. De levensloop van een van hen als album van China's turbulente eigentijdse geschiedenis.

YICHANG, 3 JUNI. In de havenwijk van Yichang, een vervallen, middelgrote havenstad aan de middenloop van de Yang Tse-rivier, trekt in de avonduren een grote verticale neonreclame met de Chinese karakters Fei Li Bu-Restaurant aan een lantaarnpaal de aandacht. Het zijn precies dezelfde karakters als die Philips, de bekende naamloze vennootschap, gebruikt voor zijn produkten in China. Zou Philips ter ondersteuning van zijn industriële operaties een restaurantketen begonnen zijn?

In het nabijgelegen voor Chinese begrippen heel beschaafde restaurant verwelkomt een kleine bedroefd uitziende Chinese man van middelbare leeftijd met verband op neus en voorhoofd ons in het Engels. Het restaurant heeft niets met Philips te maken, maar met Philip, zijn Amerikaanse naam. Hij is een in Amerika opgeleide politicoloog, die in 1980 uit patriottisme naar China is teruggekeerd “om iets voor zijn land te doen”.

Philip is vandaag door twee lokale "nouveau-riche' onderwereldfiguren toegetakeld. Zij kwamen met veel lawaai het restaurant binnen om een dure maaltijd te bestellen, maar wilden eerst de keuken inspecteren. Philip zei dat dat niet gebruikelijk was, waarop hij meteen een pak slaag kreeg: bril gebroken en een diepe snee in zijn neus. De politie doet er niets aan. Het is niet ernstig genoeg en bovendien, politie en onderwereld is één pot nat.

Na negen frustrerende jaren op een onderzoeksinstituut in Peking, nam Philip in 1989 actief deel aan de studentenopstand voor democratie. Hij was een goede vriend van Yan Jiaqi, de toonaangevende politicoloog die in de eindfase van de democratische beweging de campagne voor een constitutionele aanklacht tegen premier Li Peng op gang bracht. Philip had ook toespraken gehouden op straat, pamfletten geschreven en geld bijgedragen.

De ontgoocheling was compleet toen de tanks, in de nacht van 3 op 4 juni 1989, Peking binnenreden en mitrailleurs in het wilde weg leeggeknald werden. Het was het einde van zijn patriottische droom, die hem verblind had voor de wrede realiteiten van China. “Ik houd van mijn land, maar ik kan de manier waarop het zich gedraagt niet aanvaarden. Ik haat het tegelijkertijd. Het is zo onbeschaafd en onmenselijk. Het duurt honderd jaar voordat het echt beter wordt”.

Ruim twee jaar zweefde hij in een schemerachtige toestand. Zijn conclusie dat je in China als intellectueel alleen maar het hoofd kunt buigen voor machthebbers en niets positiefs kunt uitrichten was onherroepelijk. Wat moest hij met de rest van zijn leven doen? Begin vorig jaar begon er met de zoveelse politieke "herrijzenis' van de 88-jaar oude Deng Xiaoping een nieuwe wind te waaien.

Tijdens een spectaculaire reis naar het rijke kapitalistische zuiden riep Deng op om alle resterende ideologische obstakels tegen hypersnelle economische groei weg te vagen. Resultaat was een explosieve commercialisering van de hele samenleving. Xia Hai, je onderdompelen in de zee van handel en rijkdom werd een nationale rage. Intellectuelen, overheidsdienaren en zelfs partijfunctionarissen sublimeerden hun frustraties over het gebrek aan politieke en intellectuele vrijheid in de nieuwe kansen om snel rijk te worden. Ook Philip ontkwam er niet aan.

Hij besloot terug te keren naar zijn geboortestad Yichang en opende daar een restaurant. Waarom een restaurant? “Als werkstudent heb ik in Canada en de VS als bordenwasser, kelner en hulp-kok gewerkt bij MacDonald's, Burger King enzovoorts. Ik weet wat erbij komt kijken om een goed restaurant te runnen. Ik heb ook vloeren gedweild. Die moeten schoon zijn. In de meeste restaurants hier wordt alles op de grond gespuwd en na het eten slaan de diensters alles wat er nog op tafel ligt in één veeg ook op de grond.” Philip vertelt dit alles tussen het regelen en bedienen door. Hij heeft het te druk. We maken een afspraak voor een tweede gesprek.

Philips levensloop is een schitterend album van China's turbulente eigentijdse geschiedenis. Hij werd geboren in een klein bergdorp in de buurt van Yichang in 1936. Hij had thuis nauwelijks te eten en op school werd hij te veel gepest en geslagen door oudere bullebakken. Eind 1948 liep hij thuis weg en met zes klasgenoten nam hij dienst in het Kwomintang-leger. “Dan had je elke dag te eten, je kreeg een uniform, een helm en een geweer. Allemaal prachtig. We hadden er geen idee van dat de Kwomintang gedoemd was de oorlog te verliezen.”

Toen zijn eenheid na de communistische overwinning aan boord van een schip naar Taiwan ging, probeerde hij te vluchten, maar hij wist niet welke kant hij op moest en werd gepakt en aan boord gedragen. In Taiwan bracht hij het tot tweede luitenant. Acht jaar lang leefde zijn moeder in de waan dat hij ergens gesneuveld was, totdat hij in 1957 de kans kreeg om via Birma een brief naar haar te sturen. Het sturen en ontvangen van indirecte post was zowel op het vasteland als in Taiwan riskant, en maar eens in de paar jaar lukte het.

Na zijn afzwaaien uit het leger ontfermde de Noorse Lutherse missie in Taiwan zich over hem en in 1963 kreeg hij een studiebeurs om aan de York universiteit in Toronto te gaan studeren. In bibliotheken las hij de mooie Chinese propagandatijdschriften in kleuren, zoals China Reconstructs en China Pictorial. “Je kon daarin lezen dat China vrij was van vliegen en misdaad. Het stimuleerde mijn onweerstaanbare verlangen om bij de eerste de beste gelegenheid terug te gaan naar mijn China.”

Na zijn eerste graad verhuisde hij in 1967 naar de VS en haalde in 1969 zijn M.A. (doctoraal) in politieke wetenschappen en kreeg spoedig daarop een baan aan de universiteit van Wisconsin in Madison. Hij was actief in allerlei patriottische Chinese bewegingen, zoals de Beweging ter Ondersteuning van de Chinese Soevereiniteit over Diaoyutai (een groepje minuscule eilandjes ten noordoosten van Taiwan, die ook door Japan opgeëist worden), de Beweging ter Ondersteuning van de Chinese Toetreding tot de Verenigde Naties (1971) en de Beweging tegen de Oorlog in Vietnam.

De correspondentie aan zijn moeder werd minder riskant dan vanuit Taiwan en hij begon openlijk te schrijven dat hij terug wilde komen. Hij had niet het flauwste vermoeden dat zijn oudere broer tijdens de Culturele Revolutie doodgemarteld was wegens "spionage voor het imperialisme', juist vanwege die brieven. Zijn moeder durfde het hem niet te schrijven en pas na zijn uiteindelijke terugkeer in 1980 hoorde hij het.

De kans om terug te gaan kwam toen Amerika en China per 1 januari 1979 diplomatieke betrekkingen openden. Hij wisselde meteen zijn Taiwan-paspoort in voor dat van de Volksrepubliek en begon onderhandelingen over een baan. Hij was inmiddels directeur van de Howard-universiteitsbibliotheek in Washington, een baan met een salaris van 60.000 dolar per jaar. Hij zou hoofd van een nieuw documentatiecentrum van een belangrijke onderzoeksinstelling worden. (Philip vraagt om deze niet specifiek te noemen, evenmin als zijn volledige Chinese naam. Hij maakt zich niet echt zorgen, maar hij wil "ze' het opsporingswerk niet vergemakkelijken.)

Begin 1980 keerde hij samen met vijftig andere Chinees-Amerikaanse academici terug naar het vaderland, waar de gezinshoofden de status van "gerepatrieerd Overzees-Chinees expert' kregen. De baan die hem was beloofd ging niet door en hij werd adviseur inzake Amerikaanse politiek. Zijn eerste grote artikel, waarin hij - te vroeg - pragmatisme in de Chinese buitenlandse politiek en het aanknopen van diplomatieke betrekkingen bepleitte met alle landen, ongeacht ideologie en politiek systeem, werd verworpen en hij werd er openlijk voor gekritiseerd in het Volksdagblad, een stigma voor lange tijd.

Spoedig ontdekte hij dat hij niet kon opereren in een academische wereld waar een feit geen feit is en de waarheid bepaald wordt door loven en bieden in een permanente machtsstrijd. “Ik voelde mij helemaal geen tweedeklas burger in de VS, maar in mijn eigen land wel. Ik ben een vreemdeling hier net zoals jullie. Ik heb een grote fout gemaakt door terug te komen, maar ik ben 56, ik zit het wel uit.” Over zijn lotgevallen heeft hij een boek geschreven in drie delen, Kuse de ai-lian (Kwellende Liefde), waarvan het manuscript in de VS is.

Hij wil het nog niet publiceren. Wellicht zal het eens een plaats krijgen in de catalogus van tragische autobiografieën, zoals Jean Pasqualini's Prisoner of Mao, Nien Cheng's Life and Death in Shanghai, Jung Chang's Wild Swans. Philip wil niet terug naar de VS, waar al zijn vrienden professoren en directeuren zijn en ook niet naar Canada. Zijn vrouw, een geboren en getogen Canadese Chinese, heeft China in 1984 al walgend verlaten, met twee van hun drie kinderen. Zijn oudste dochter is tot eind mei 1989 gebleven en uit voorzorg net voor het bloedbad vertrokken. Zij werkt nu bij reclamebureau Saatchi & Saatchi in Toronto.

Van de vijftig gezinnen met wie Philip in 1980 terugkwam zijn er nog maar vier - gedeeltelijk - in het land. Taiwan beschouwt hij ook niet als een alternatief, het is even duur als Japan. Zijn plan is om in China te blijven, waar het commerciële klimaat nu gunstig is. In zijn restaurant heeft hij 25.000 dollar genvesteerd en hij verdient ongeveer 60.000 yuan per maand (20.000 gulden).

Hij heeft plannen voor in totaal zes restaurants, wellicht een fast-food keten. “Als dat slaagt en ik ben eigenaar van zes restaurants, die als opvoedend voorbeeld kunnen dienen, dan heb ik invloed en heb ik een bijdrage aan mijn geboortestreek geleverd.” Is hij optimistisch over het nieuwe kapitalistische tijdperk? “China is nu een grote rotte appel. Alles is corrupt. Het heeft alleen de slechte dingen van het Westerse kapitalisme overgenomen, niet de goede. Economische groei is natuurlijk goed en het communistische regime is niet zonder verdiensten, maar hun grootste plichtsverzuim is dat zij de mensen niet opgevoed hebben om elkaar en de wet te respecteren. Het leidende principe in dit land is dat als je groot bent en met heel velen, dan kun je anderen tiranniseren.”