Klimatologen wachten op ERS-resultaten

Klimaatonderzoekers wachten nog steeds op de metingen van sommige instrumenten van ERS-1, de Europese aardonderzoek-satelliet die sinds juli 1991 om de aarde draait.

De ERS-1 levert (onafhankelijk van weer en wolken) met zijn microgolf-instrumenten een stroom van gegevens die de gehele aarde bestrijken. Het probleem is niet dat de satelliet niet goed functioneert, want hij werkt vrijwel perfect. De kwaliteit van de gegevens van ERS-1 wordt zelfs "uitmuntend' genoemd. Het probleem zit hem in de complexiteit van het ERS-project als geheel.

De ERS-metingen worden deels rechtstreeks en deels na tijdelijke opslag naar de aarde gezonden. Sommige metingen, zoals die van de radar die beelden levert van het aardoppervlak, worden kort na ontvangst op aarde naar de nationale weerdiensten gezonden. Die gebruiken de beelden voor hun weersverwachting. De data die van belang zijn voor klimatologen moeten echter eerst worden bewerkt, in verband met factoren als de preciese baan van de satelliet en de invloed van de atmosfeer op de metingen. Sommige ERS-data vereisen 40 van zulke bewerkingen, waarbij vaak ook data van meer dan één instrument nodig zijn. Een groot deel van die data ligt momenteel nog in computerbestanden opgeslagen, wachtend om te worden verwerkt.

De onderzoekers klagen vooral over het feit dat zij nog maar heel weinig gegevens hebben ontvangen van de radarhoogtemeter. Dit instrument levert belangrijke informatie over de toestand van de oceanen en van de ijskappen aan de polen. Door de complexiteit van het ERS-project is het ground segment van ERS-1 onder hoge druk komen te staan. Die druk wordt nog vergroot doordat de nationale overheden er bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA op hebben aangedrongen het aardonderzoek te commercialiseren (Physics World, mei 1993).

De Europese Commissie is een van de grootste gebruikers van aardonderzoekwaarnemingen. Vorig jaar merkte zij op dat "terwijl Europa al een belangrijke leverancier is van aardobservatie-data, de Europese capaciteit voor het omzetten van deze data in bruikbare informatie ontoereikend is'. De Europese commissie zoekt nu naar mogelijkheden om met de ESA en de nationale ruimtevaartorganisaties in Europa een netwerk ten behoeve van aardobservatie op te zetten. Het Britse National Remote Sensing Centre bekijkt hoe bestaande faciliteiten zouden kunnen worden gekoppeld en wat voor nieuwe faciliteiten er nodig zouden zijn.