KAPITALISME

De vraag van H.J.A. Hofland in zijn column "Niet dapper' (NRC Handelsblad, 12 mei): “Mankeert er niet iets noodzakelijks aan ons liberalisme dat we in de korte roes van 1989 over het hoofd hebben gezien” kan ik met ja beantwoorden. Zijn kenschets van de huidige tijd als bevattende het “...einde van de grote worsteling tussen de (sociaal-economische) systemen” in de wereld beaam ik echter niet; in ieder geval niet op "ongelijkvloers vlak'.

Veel te weinig realiseert men zich een van de grote pluspunten - ofschoon gering in aantal - van het communistische stelsel, te weten dat de absolute armoede zich daar op een relatief tweemaal zo laag niveau beweegt als het wereldgemiddelde. Wereldbankcijfers bevestigen deze vaststelling die kort en goed voor de aarde als geheel een wereld van verschil uitmaakt voor een half miljard mensen, al dan niet levend in - materieel - mensonwaardige omstandigheden.

Hoewel zonneklaar is dat kwade elementen uit het huidige communistische stelsel op het punt staan overboord te worden gezet of al zijn gezet - ligt een reële oplossing voor genoemde wereldproblematiek in meer gemeenschapsoptreden op wereldniveau, via collectief aanvaarde dwang, en de overdracht van nationale bevoegdheden waaronder een deel van het belastingstelsel aan bovennationale organen waaronder een wereldregering.

Prof. J. Tinbergen pleit hiervoor al geruime tijd met verve, vasthoudendheid, verbeeldingskracht en visie. Wanneer zijn ideeën gerealiseerd worden, ligt een sociaal-democratische, milde variant van de historische toepassing van K.H. Marx' visionaire ideeën over de "macht van het proletariaat' ter kering van het tij der Verelendung, op wereldschaal, in het verschiet.

De uitlating van de schrijver John Le Carré, dat “ons antwoord op de communisten... gerechtvaardigd (was) en... heeft gewerkt”, komt mij - nog afgezien van het waarheidsgehalte ervan - voor als te hoekig en kortzichtig. Zo er een "einde der geschiedenis' zou bestaan, laat het dan een einde van de ideologie zijn. Te eenvoudige denkbeelden over de maatschappelijke werkelijkheid zijn uit den boze. Het aantal armen in het kapitalistische Amerika ligt vermoedelijk naar verhouding op een hoger niveau dan in de communistische landen. Volgens de theorie van het optimum régime van Tinbergen behoort er noch plaats te zijn voor communisme, noch voor kapitalisme.