In het geheugen gegrifte televisiegeschiedenis

De Ikea-bank uit "Zeg 'ns Aaa', de neutronenkorrels van Jacobse & Van Es, Toon Hermans' vehaal van de gehaktbal, Dorus, Floris, Pipo en Mammaloe: het nieuwe Omroepmuseum in Hilversum is een eindeloos luilekkerland van beelden en omroep-parafernalia.

Omroepmuseum, Oude Amersfoortseweg 121-131, Hilversum. Inl 035-885888. Di t/m vr van 10-17u, za-zo 12-17u. Het museum ligt op vijf minuten loopafstand van station Hilversum Sportpark.

Nog één keer zie ik hoe Jacobse & Van Es in 1974 bij de geheel overblufte Joekie Broedelet de tuin "winterklaar' kwamen maken met "bavianenpigment' en "neutronenkorrels' - en hoe Jacobse het oude wijfje nog verder inpalmde door te zeggen: “Griezelig hoe u op mijn moeder lijk... die heb namelijk nèt zo'n stoel, mijn moeder.” En nog één keer kijk ik met verbazing naar het roemruchte beeldreligie-nummer van Zo is het (“geef ons heden ons dagelijks programma, wees met ons, o Beeld, want wij weten niet wat wij zonder u zouden moeten doen”), niet meer begrijpend waarom het hele land op zijn kop stond toen dat in 1964 werd uitgezonden.

Dit is, wat mij betreft, het luilekkerland van het nieuwe Omroepmuseum - sinds dinsdag gevestigd in een opgeknapt fabriekscomplex aan de groene buitenkant van Hilversum, en voortaan voorzien van 1600 vierkante meter tentoonstellingsruimte - vele malen meer dan de benauwde villa aan het Melkpad, waar het bezoek alleen op afspraak terecht kon. Op 28 juni wordt de gloednieuwe behuizing officieel geopend - en er wordt hier en daar dan ook nog danig getimmerd - maar er is al meer dan genoeg te zien.

Bijvoorbeeld in de uitstalling van 35 videoschermen waarop continu hoogtepunten uit de tv-historie draaien - elk niet langer dan een paar minuten en met het bijbehorende geluid op koptelefoons. Een plek om lang te blijven. Ik signaleer er de vooruitziende blik van het Farce Majeure-team dat begin jaren zeventig de algehele omroepvertrossing bezong: “Wil een zuil met een gezicht / nog wat kijkers trekken / dan moet het met dat gezicht / driftig bekken trekken...” Ik schiet weer in de lach als Toon Hermans het verhaal van de gehaktbal vertelt en bezie hoe Wim Kan in 1973 behoedzaam het onderwerp Hans Wiegel aansneed, terwijl de jeugdige Johnny & Rijk een gek spel spelen met de camera, en een langharige Gerard van Lennep ten overstaan van een verborgen camera (Poets) een goudvis uit een kom vist en verorbert. En daar is Swiebertje, daar zijn Pipo en Mammaloe, daar is Floris, daar is de prachtige Pleuni Touw in De stille kracht, daar zingt dat kleine meisje bij Dorus op schoot haar onverstoorbare Poesie Mauw - de schatkamers van het archief zijn opengetrokken en de oogst is om te smullen.

Wie het nieuwe museum betreedt, staat meteen al voor een dilemma. Links van de receptie bevindt zich immers het vroegere Phonografisch Museum, dat in de betonspelonken van Hoog Catharijne een kwijnend bestaan leidde, maar hier zijn afgunstwekkende collectie fonografen, opname-apparatuur, platenpersen, jukeboxen en platenhoezen in volle glorie kan vertonen. En rechts begint de omroephistorie, met de eerste seintoestellen, de luistervinkkaarten van de Hilversumsche Draadlooze Omroep uit 1924, het pionierswerk van oprichter Willem Vogt, de attributen uit de eerste studio's (een bordje met de tekst: “Brandt dit licht, dan... Koppen dicht!”) en de wervingsactiviteiten van de omroepverenigingen: een wandbord van de NCRV (“Strijd de goeden strijd”), een schoffeltje van de VARA, een collectebusje van de VPRO en de zwaar verzilverde theelepels van de KRO.

Ook aan de heel wat minder glorieuze oorlogstijd is ruimte besteed. In een vitrine ligt de AVRO-bode van 26 december 1941, opengeslagen bij het hoofdartikel waarin Vogt op lethargische toon aankondigt dat er een eind is gekomen aan het bestaan van de omroepen - als gevolg van “de gebeurtenissen, die ons diep in het geheugen zijn gegrift en van wier slagen de verdoving nog niet heeft kunnen wijken”, maar die hij voorzichtigheidshalve niet verder toelicht. Er liggen overblijfselen van de onder nazi-leiding gestelde Nederlandsche Omroep en daarnaast prijkt een naoorlogs affiche voor de Nationale Omroep die volgens verlichte geesten de vooroorlogse zuilen moest vervangen. Die strijd werd verloren, aldus het nuchtere bijschrift, en de omroepen kwamen terug. Inclusief, vele jaren nadien, vrijbuiters als de TROS en Veronica, waarvan de vaantjes, de stickers en de andere propagandadrukwerkjes inmiddels danig zijn vergeeld.

Op zijn weg langs de fotopanelen, de vitrines en de monitoren treft de bezoeker tal van grotere attributen aan: een piepende deur met schuifraam die jarenlang dienst deed in de hoorspelstudio, de eerste discjockey-tafel van Hilversum 3 - er ligt een hitlijst op van 29 augustus 1975, met The elephant song op nummer één - een jingle-machine van het zendschip Veronica, reportagewagens van de Wereldomroep en de Nederlandse Televisie Stichting, een NTS-vlaggetje op een standaard (tot wapperen gebracht door een met plakband bevestigde ventilator), de allereerste, in geel en bruin uitgevoerde weerkaart, een montagetafel en de heuse woonkamer uit Zeg 'ns Aaa, waar het beroemde Ikea-bankje gezelschap blijkt te hebben van een kunstlederen crapaud, een eettafel uit Oisterwijk, een nagemaakte olielamp en enig ander bric à brac dat 212 afleveringen lang de sfeer van gezelligheid heeft moeten oproepen. In dit decor, zo is de bedoeling, zal tv-kijkend Nederland zichzelf op de videoband kunnen vereeuwigen.

Wie dat wil, kan deze vorm van publieksparticipatie echter zonder problemen voorbijlopen. Er is, ook zonder zelfwerkzaamheid, meer dan genoeg te zien.

    • Henk van Gelder