Het communisme is dood, leve het Latijn

In Nederland sterft de beheersing van het Latijn langzaam uit. In Oost-Europa daarentegen herleeft de klassieke taal, die vrijheid en humanisme symboliseert.

Ietwat wereldvreemd, reactionair èn elitair. Deze kwalificaties zijn van toepassing op de Academia Latinitati Fovendae, zegt de Leidse hoogleraar Latijnse taal en letterkunde en lid van de Academia, prof.dr. P.H. Schrijvers. De Academia werd 25 jaar geleden opgericht met als voornaamste doel ""het gebruik van de Latijnse taal tussen geleerde mannen en vrouwen te bevorderen.'' Zelf maakt Schrijvers er geen geheim van dat voor hem, zoals voor veel van zijn vakgenoten, het Latijn een dode taal is. ""In het Latijn schrijven en spreken leeft niet meer'', zegt hij.

Althans, niet in West-Europa. ""Zeker in België en Nederland sterft het Latijn langzaam maar zeker uit. De universitaire klassieke Latinisten in Nederland kunnen in één auto. Daarentegen maakt het Latijn in Oost-Europa een renaissance door.'' Zijn Oosteuropese collega's praten en schrijven in het Latijn dat het een lieve lust is.

Dit voorjaar was Schrijvers in Rome bij de halfjaarlijkse vergadering van de Academia. Latinisten uit ondermeer Polen, Slowakije, Frankrijk, Duitsland, België en Nederland spraken er over hun vak. ""Het is begrijpelijk dat de Oosteuropese vertegenwoordigers bij deze bijeenkomsten alleen maar Latijn willen spreken. Voor hen stond Latijn gedurende het communistische regime symbool voor vrijheid en humanisme. Dat wil men niet zo maar prijsgeven, ook al is de politieke situatie veranderd. Ze zitten trouwens nog steeds in de verdediging, ze moeten zich verweren tegenover het volk dat zegt: Waarom Latijn, de kerk schaft het toch ook af?''

Grinnikend vertelt hij van die ene Oosteuropese collega die na de vergadering met een groepje door het oude Rome liep en maar bleef praten in het Latijn. ""Het was behoorlijk warm, ik dacht op een bepaald moment: Nou is het wel genoeg, kunnen we nu niet gewoon in het Engels verder praten?''

De gymnasiale vorming in OostEuropa heeft een vlucht genomen. In Polen is inmiddels een centrum opgericht met als doel het bestuderen van de betrekkingen tussen de Oosteuropese beschavingen en de Oudheid. Ook in Rusland herleeft het gymnasium. De voorzitter van de Vereniging van classici in Nederland, dr. A. van Hooff, werd bij een bezoek aan een school in Sint Petersburg getroffen door het feit dat de leerlingen niet alleen hun eigen klassieken kenden, maar ook moeiteloos namen van Nederlandse schilders wisten te noemen. ""Zo'n rijke oogst zou ik bij Nederlandse leeftijdgenoten niet eens verwachten'', aldus Van Hooff in zijn rede tijdens de jaarvergadering van de Vereniging van classici.

Ten tijde van de tsaren bevond zich in elke districtshoofdstad een gymnasium. Hun teloorgang zette in onder Lenin, wiens vrouw Kroepskaja geen goede herinneringen bewaarde aan haar gymnasiumtijd. Het Latijn leek ten dode opgeschreven, totdat rond 1950 Stalin verordonneerde dat op een aantal scholen weer Latijn moest worden gegeven. Van Hooff: ""Van de ene dag op de andere werd dit vak ingevoerd. Niets was voorbereid. Leerlingen hoorden eenvoudig dat ze vanaf die dag Latijn zouden krijgen. (...) De leerlingen werden vergast op aangepaste Latijnse speuken als "homo homini ... amicus'.''

De achterstand op het gebied van lesmatariaal wordt langzaam maar zeker ingelopen. Tot voor kort werd nog gewerkt met een Latijnse grammatica van vóór de revolutie. Inmiddels hebben buitenlandse leerboeken hun weg naar Rusland gevonden. ""Ik heb gestencilde uitgaven in handen gehad van leergangen die uit het Pools, Litouws en Duits waren vertaald'', aldus Van Hooff. Inmiddels is de Petersburgse club van classici "Classica' lid van Europese federatie van classici. Namens de federatie stuurt Van Hooff lespaketten naar collega's in Oost-Europa.

Het Latijn is dood - leve het Latijn, zeggen Oosteuropese klassieke latinisten. Zij hebben zich reeds in groten getale aangemeld voor het Latijnse congres in Leuven. Veel Nederlandse collega's zullen ze daar niet aantreffen, vreest Schrijvers. ""Het kan te maken hebben met het paradoxale imago van de Academia. De roep om "levend Latijn' lijkt ook wel een beetje op het Fries in Friesland. Maar nu de muur is geslecht en de honger naar uitwisseling en lesmateriaal zo duidelijk is, vind ik dat wij moeten proberen in die behoefte te voorzien.''