GEASSOCIEERDE LEDEN

Lovenswaardig dat Anna Sándor, tegen de stroom in, pleit voor een snelle toelating van Hongarije, Tsjechië en Polen tot de EG, haar argumenten zijn echter niet overtuigend (NRC Handelsblad, 28 mei).

De status van geassocieerd lid moet als zodanig worden opgevat en niet als toelating tot de wachtkamer van de EG, er is niets dat zo'n interpretatie rechtvaardigt. De geassocieerde leden zitten niet in een wachtkamer waaruit zij vanzelf worden binnengeroepen als wel in een laboratorium waar getest wordt of hun aanspraak op het lidmaatschap wel terecht is. Het Oosteuropese BNP is volgens Sándor sinds de toekenning van de status van associé met eenderde afgenomen. Hongarije, Tsjechië en Polen hebben de test dus niet doorstaan.

De vergelijking met andere applicanten, zoals Finland, Oostenrijk, Noorwegen en Zweden gaat ook niet op. Van deze landen kan in redelijkheid verwacht worden dat zij de kosten die opname in de EG met zich meebrengt compenseren met hun bijdrage. Bij de Oosteuropeanen is dat allerminst zeker.

Natuurlijk is het aantal asielzoekers uit ex-Joegoslavië groter dan het aantal werkzoekenden uit Hongarije, Tsjechië en Polen. Maar de angst van Brussel voor de instroom van Oosteuropeanen is daarmee nog niet ongegrond. De arbeidsmigratie zal pas ècht op gang komen wanneer het volwaardig lidmaatschap van de EG toegekend wordt.

Een ander argument is dat het EG-lidmaatschap instabiliteit in Oost-Europa zou kunnen voorkomen. Sinds 1989 zijn in Europa al zoveel van dergelijke argumenten gelogenstraft dat ik me aan zo'n uitspraak niet zou willen branden. En het argument kan ook tegen de toelating van potentieel instabiele landen gebruikt worden; aangezien Brussel niet eens in staat is enige invloed uit te oefenen op de gebeurtenissen in ex-Joegoslavië lijkt het me niet verstandig te gaan experimenteren met politieke instabiliteit in de Gemeenschap.

    • J. Slok