Financiering Wijkertunnel veel te duur

DEN HAAG, 3 JUNI. De Algemene Rekenkamer heeft scherpe kritiek op de manier waarop de overheid de bouw van de Wijkertunnel financiert. Door de inschakeling van een bankconsortium vallen de kosten 40 procent (200 miljoen gulden) hoger uit dan het geval was geweest bij financiering door de staat zelf.

Wanneer rekening wordt gehouden met 4 procent inflatie over 33 jaar gaat het om 34 procent extra kosten, heeft de Rekenkamer becijfert.

De Algemene Rekenkamer meent dat minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) niet verder had moeten onderhandelen toen in 1991 bleek dat van de drie belangstellende private financiers slechts één een aanbieding deed. “De minister had de situatie moeten voorkomen waarbij zij op basis van één aanbieding een overeenkomst afsloot en in feite geen alternatieven had”.

De private financier, een bankconsortium onder leiding van de ING-Bank, heeft het aantal mogelijke financiële risico's voor de betrokken banken beperkt weten te houden. De overheid vergoedt het deel van de Wijkertunnel dat privaat wordt gefinancierd (480 van de circa 600 miljoen gulden) door het bankconsortium gedurende de eerste dertig jaar dat de tunnel in gebruik is, een bedrag te geven dat is gebaseerd op het aantal autopassages. Het aantal passages is het belangrijkste ondernemersrisico.

Over de bepaling dat ook het onderhoud van de Wijkertunnel voor risico van het bankconsortium komt, vraagt de Algemene Rekenkamer zich af of dit doelmatig is. “Het zou meer in de rede hebben gelegen om het onderhoud de verantwooordelijkheid van Rijkswaterstaat te laten, waardoor bijvoorbeeld schaalvoordelen benut kunnen worden.”

Behalve de Wijkertunnel wil de overheid ook de tweede Beneluxtunnel, de Calandtunnel, de tweede Coentunnel, de Hoge-Snelheidslijn en de Betuwelijn voor een deel privaat financieren. Eerder gebeurde dit al met de Noordtunnel. Het ministerie van verkeer en waterstaat zegt in een eerste reactie uit te komen op een meerprijs van “maximaal 15 à 20 procent”.

De informatie uit de overeenkomst tussen het bankconsortium en de overheid waarop de berekeningen van het ministerie en de Algemene Rekenkamer zijn gebaseerd, zijn “met het oog op de toekomstige onderhandelingspositie van de staat” niet openbaar.