Emoties en sociale achtergrond voor meningsvorming belangrijker dan feiten; Nucleaire experts even verdeeld als leken

Het Nederlandse kernenergiedebat is door en door gepolariseerd. Ook op het niveau van de deskundigen. Ze zijn het over bijna alles met elkaar oneens en hun opinies zijn sterk sociaal bepaald.

Sinds Tsjernobyl valt het Nederlandse publiek niet meer te porren voor kernenergie. De peilingen geven aan dat ruim 80% van de bevolking tegen is. Vanaf de Brede Maatschappelijke Discussie begin jaren tachtig is de stemming onder de algemene bevolking steeds nauwlettend bijgehouden. Wie dus wil weten hoe de meningsvorming onder het Nederlandse publiek zich ontwikkelt, heeft de beschikking over de resultaten van frequente enquètes en peilingen.

Anders is het gesteld met een kleine, maar belangrijke subgroep van het Nederlandse volk: de kernenergiedeskundigen zelf. Hoe heeft hun mening zich ontwikkeld tegen de achtergrond van de protesten, het maatschappelijke debat en de ongevallen in Harrisburg en Tsjernobyl? Tot nu toe was hierover eigenlijk niets bekend.

Daar is nu verandering in gekomen met het afstudeeronderzoek van de Utrechtse milieukundestudente Fieke Arts. Zij stelde zich de vraag hoe de deskundige meningen zijn verdeeld en hoe ze in de tijd zijn gewijzigd. Uit de resultaten blijkt dat de Brede Maatschappelijke Discussie op hen nauwelijks minder polariserend heeft gewerkt dan op de algemene bevolking. Men is opmerkelijk emotioneel en verschilt zelfs over basale en feitelijke zaken van mening. Bovendien blijken de ingenomen posities tegenover kernenergie (voor of tegen) minder voort te komen uit de eigen deskundigheid, maar direct te maken hebben met factoren als geloofsovertuiging, leeftijd, levensstijl, politieke activiteit, gezinsachtergrond en carrièreverloop.

Arts: ""In de discussie over de voors en tegens van kernenergie spelen de experts een centrale, leidende rol. Zij zijn het immers die als eersten argumenten naar voren brengen en de toon van de discussie zetten. Onder hen vind je uiteraard, net als onder het publiek, voor- en tegenstanders. Ik heb ze aan de hand van gedetailleerde vragen ingedeeld in vijf categorieën, lopend van extreem voor tot extreem tegen. Vervolgens heb ik gekeken hoe men in deze categorieën aankijkt tegen grote problemen als kernafval, proliferatie en veiligheid, maar ook deelaspecten als de hantering van stralingsnormen, het energetisch rendement van kerncentrales en de totale kosten van kernenergie. Bovendien heb ik onderzocht hoe de meningen in de loop van de tijd eventueel zijn veranderd en welke factoren bij de meningsvorming de doorslag gaven.''

De groep "echte' kernenergiedeskundigen in Nederland, allen met een degelijke technische of natuurwetenschappelijke achtergrond, telt ongeveer een gros individuen. Onder hen vindt men hoogleraren kerntechniek, directeuren van kerncentrales en milieu-activisten. De groep telt fervente voorstanders maar ook verklaarde tegenstanders zoals prof. Lucas Reijnders.

Arts selecteerde hieruit een zo divers mogelijk samengestelde onderzoeksgroep van 87 mensen, voor ongeveer twee derde bestaande uit voor- en voor één derde uit tegenstanders. Ze liet hen een uitgebreide vragenlijst beantwoorden en met een deel van de respondenten voerde ze vraaggesprekken.

De 24-jarige studente, die opgroeide in een dorpje pal tegenover de kerncentrale in Dodewaard maar zelf een "neutraal standpunt' inneemt, ontdekte al vlug hoe sterk de meningen in haar onderzoekspopulatie gepolariseerd waren. Dat bleek al uit de soms zeer wantrouwende reacties op het onderzoek. Arts: ""Aanvankelijk stonden velen er nogal skeptisch en argwanend tegenover. Vooral de voorstanders, die zich maatschappelijk gezien nogal eens in het nauw gedreven bleken te voelen. Bepaalde vragen vond men te persoonlijk of men zag er de zin niet van in. Maar sinds men mijn onderzoeksverslag heeft kunnen lezen, is men over het algemeen erg positief. Men ontdekt niet alleen dat er geen sprake is van partijdigheid in de onderzoeksopzet, maar ook dat men er veel uit kan leren wat men nog niet wist. Dat wil zeggen, dingen over hun collega's en tegenstrevers, hun motieven en achtergronden. Mensen die in het verleden in debatten en polemieken als kemphanen tegenover elkaar stonden, leren uit de interviews voor het eerst wat de ander beweegt. Verschillende mensen hebben me gezegd dat ze die interviews met rode oortjes hebben zitten lezen.''

Onder de kwantitatieve resultaten zijn er verrassende en minder verrassende. Zo was het weinig opzienbarend dat het scala van de vijf "houdingsgroepen' (van extreme, positieve en voorzichtige voorstanders tot skeptische en afwijzende tegenstanders) perfect correleerde met het politieke spectrum (VVD, CDA, D'66, PvdA, Groen Links). En al evenmin dat factoren als geloof, leeftijd en carrièreverloop goede voorspellers bleken te zijn van het kamp waartoe men hoorde. Geloof bleek statistisch gezien de beste voorspeller: maar liefst 90% van de gelovigen onder de onderzoekspopulatie was voorstander. Een bijna even grote voorspellende waarde had het geboortejaar: 78% van de vóór 1948 geboren respondenten was voorstander, 79% van de sinds 1948 geborenen tegenstander.

Opmerkelijker was dat ook het soort "levensstijl' aangeeft of men voor- dan wel tegenstander is. Experts die elk kwartaal ten minste één keer naar de film gaan, een toneelvoorstelling zien, een concert en een tentoonstelling bezoeken èn een boek lezen (en dus een "culturele' levensstijl hebben), bleken voornamelijk tegenstander, zij die niet aan die criteria voldoen (met een meer "economische' levensstijl) voornamelijk voorstander. Een ander opvallend significant verband was er met de plaats in het gezin waaruit men stamt. Eerstgeborenen zijn onder de voorstanders sterk oververtegenwoordigd, terwijl de tegenstanders vaker tweede of later kind zijn.

Dr.ir. Willem de Ruiter, medewerker van de vakgroep Natuurwetenschap en Samenleving en een van Fieke Arts' begeleiders, vindt het opmerkelijk dat pro en contra zich aan de hand van zulke elementaire biografische gegevens laten voorspellen. ""Je zou verwachten dat deskundigen hun mening in de eerste plaats op hun wetenschappelijke expertise baseren. Maar hun sociaal-maatschappelijke achtergrond blijkt veel belangrijker te zijn. Uit Fieke's onderzoek blijkt dat het er weinig toe doet wat voor een soort expert men is. De "harde experimentatoren', de "abstracte theoretici', de "intutieve synthetiseerders' en de "humanistische wetenschappers' blijken gelijkelijk over de voor- en tegenstanders verdeeld.''

Opvallend is ook, dat de experts het onderling zelfs over elementaire feitelijke zaken oneens zijn. Kostprijzen, energetische rendementen, stralingsnormen en vele andere tamelijk objectieve aspecten blijken door voor- en tegenstanders radicaal verschillend te worden beoordeeld. Voorstanders blijken zich in hun oordeelsvorming vooral te laten leiden door technologische en economische factoren, terwijl tegenstanders vaker maatschappelijke factoren erbij betrekken.

Te midden van alle onenigheid is er volgens De Ruiter althans over één ding overeenstemming: alle experts, ook de voorstanders, nemen tegenwoordig het maatschappelijk draagvlak serieus. De Ruiter: ""Tien jaar geleden, tijdens de Brede Maatschappelijke Discussie, was dat bepaald nog niet zo. Kennelijk heeft er, onder invloed van het maatschappelijk verzet tegen kernenergie, een kentering plaatsgevonden. Ook de extreme voorstanders zien nu wel in dat uitbreiding van kerncentrales zonder stevig maatschappelijk draagvlak niet wenselijk is.''

Het punt waarop voor- en tegenstanders het radicaalst van elkaar afwijken is proliferatie. De Ruiter: ""Dat is zeer frappant. De tegenstanders vinden proliferatie zonder uitzondering een bijzonder belangrijk probleem, maar voor voorstanders lijkt het een blinde vlek. Die willen er, zo lijkt het, eenvoudigweg niet op gewezen worden. Vaak worden ze zelfs boos als je ze er alleen maar op wijst.''

Als het onderzoek van Arts iets heeft laten zien, aldus De Ruiter, dan is het wel dat het kernenergiedebat onder de deskundigen net zo is gepolariseerd en verziekt als in de samenleving. ""Als je die verhalen leest, overheerst maar één indruk. Wat zit het conflict diep en wat is men er emotioneel bij betrokken!''

    • Felix Eijgenraam