Eicellen en bonbons om aan te trekken

Wandkleden waaruit ledematen steken, herenkousen van fijn kopergaas en bonbontruien: in het splinternieuwe onderkomen van een bescheiden Rotterdams buurtmuseum presenteren jonge ontwerpers kleren, tassen en schoenen.

Expositie "Modevormgeving & accessoires'. T/m 27 juni, Museum Hillesluis, Riederlaan 200, Rotterdam. Wo t/m zo van 13-17u en op afspraak. Inl 010-4198698.

Voor zijn afstudeercollectie aan de Academie van Beeldende Kunsten in Rotterdam koos Erik Bosman het thema "non-concept/anti-conceptie'. Geen wonder dat in de kleding van de jonge modeontwerper "ongestructureerde vormen van al dan niet bevruchte eicellen' een centrale rol spelen. Ongestructureerd of niet, de ontwerpen van Bosman blijken opmerkelijk draagbaar - ondanks de verbale mist waarin ze zijn gehuld. De psychedelische borduursels op zijn crème-kleurige tunieken lijken niet bijzonder op "bevruchte eicellen', maar het gebruik van losse draadjes en ingebrande gaten ziet er als techniek verfrissend uit.

Samen met het werk van zes andere jonge ontwerpers is Bosmans kleding te zien in het nieuwe Museum Hillesluis, een kleine expositieruimte die eerder dit jaar in Rotterdam Zuid werd geopend in buurtcentrum 't Kopblok. "Het museum op Zuid' is een typisch buurtmuseum, dertien jaar geleden voortgekomen uit een initiatief van wijkbewoners en kunstenaars om in de buurt "kunstkijkdozen' te plaatsen. 't Kopblok is inmiddels het achtste onderkomen, “waar het publiek van de nabijgelegen winkelboulevard Beijerlandselaan zonder aarzelen moet kunnen binnenlopen, met boodschappentas en al,” aldus de neerlandicus Jeroen Olivier (35), vrijwilliger bij het museum en organisator van de tentoonstelling "Modevormgeving & accessoires'.

Het splinternieuwe centrum staat midden tussen de oude Rotterdamse woonblokken. Het eerste dat opvalt als je de bescheiden expositieruimte betreedt, zijn de monumentale, beschilderde foulards van Christine Beekhuis. Het metershoge wandkleed "kussentjes' laat de invloed van haar opleiding als beeldhouwster duidelijk zien. De kinderlijke, naëve stijl, de felle tinten en de humoristische gadgets, zoals de opgevulde en met klittenband bevestigde losse ledematen, doen zelfs denken aan de pop-art beelden van de Franse kunstenares Niki de Saint-Phalle. De twee andere foulards van Beekhuis lijken daarentegen meer op moderne, gedessineerde quilts, waarvan de motieven (tulpen en graffiti) nogal gewoontjes zijn. Gevoel voor kleur heeft Beekhuis echter wel. Vooral haar beschilderde stropdassen, die genspireerd zijn op de "bold-look'-creaties uit de de jaren vijftig, vallen op door hun met ruige klodders aangebrachte kleurencomposities op frêle zijde.

Evenzeer opvallend in Hillesluis zijn de ontwerpen van Anne Kerstens. Zij is bekend vanwege haar werk met tweedehands materialen en oude huishoudelijke apparaten. Al eerder toonde zij op exposities haar tassen, objecten en accessoires van "recycling design', waaronder de stofzuigertas gemaakt van een kruimeldief. Nu is ze aanwezig met een paar herenkousen, die gemaakt zijn van fijn kopergaas, leren kniebeschermers en blikken versierselen. Met een vette knipoog verwijst Kerstens naar middeleeuwse ridders, harnassen en toernooien, hoewel haar niet geheel roestvrije kniekousen ook hedendaagse stadscowboys of Hell's Angels niet zouden misstaan.

Ook Anja de Roos speelt graag met onverwachte materialen. Na haar opleiding aan de Academie van Industriële Vormgeving te Eindhoven ontwierp De Roos voornamelijk dessins voor gordijn- en meubelstoffen, maar op deze tentoonstelling laat ze zien dat ze meer in haar mars heeft. Zo combineert zij katoen en zijde met opgespoten rubber in grillige, Jean Dubuffet-achtige motieven. Bij een paar donkerblauwe, doorschijnende handschoenen is dat zelfs erg fraai gedaan. Uit de verte lijken deze mitaines (want ze hebben geen vingers) op ouderwetse museumstukken uit de Jugendstil, maar wie beter kijkt, ziet dat in dit eigentijdse ontwerp op geraffineerde wijze rubber, kant en veertjes zijn verwerkt.

Van de Amsterdamse textielontwerpster Hilde Driessen, de bekendste van de zeven, zijn twee "bonbon'-truien uit haar "pralini-collectie' te zien. Genspireerd door een receptenboek voor taarten en snoepgoed verwerkte zij repen badmutsen, tuinslangen en kralen tot kleding in zoete pasteltinten. Een geslaagd experiment, zo blijkt, want Driessen trok daarmee de aandacht van de media en ze heeft al vele malen met haar "bonbon'-truien geëxposeerd (onder anderen met Jan des Bouvrie). Los daarvan ontwierp zij onlangs acht "pralini'-taarten, ofwel decoratieve tafelobjecten, waarvan een is aangekocht door het Nederlands Textielmuseum in Tilburg. De andere zeven staan nu in Rotterdam. Ze zien er speels uit in hun Jeff Koons-achtige kitscherigheid. Toch rijst even de gedachte dat Driessen haar stilistische vondsten wel erg uitmelkt, waardoor haar objecten meer met hobbysme dan met design van doen dreigen te krijgen. Teveel zoetigheid geeft immers een kleffe nasmaak.