Een welkome waarschuwing

Het ging gisteravond in de Tweede Kamer uiteindelijk toch weer om de "zaak zelve'. Niet meer het heenzenden van een minister was aan de orde, maar het heenzenden van criminelen wegens gebrek aan celruimte. Dat überhaupt de suggestie was ontstaan dat de CDA-fractie haar eigen minister Hirsch Ballin de wacht had willen aanzeggen. Hoe kwam men daar nu bij, vroeg fractievoorzitter Brinkman zich tijdens een spreekbeurt in Hoofddorp af, terwijl de Tweede Kamer met de minister van justitie over zijn zonden sprak. Tsja, hoe komt men daar nu bij?

Politiek is een chaotisch vak. De weg van de politicus is geplaveid met verrassingen en valkuilen. Hirsch Ballin weet daar sinds deze week over mee te praten. Eén voortijdig de straat op gestuurde messentrekker en zijn positie staat op het spel. Zoiets is natuurlijk gemakkelijk af te doen onder de noemer van de ministeriële verantwoordelijkheid. Uitgerekend deze week bevestigde één van de door de Tweede Kamer ingestelde externe-deskundigen commissies die zich bezighoudt met staatsrechtelijke vernieuwing, de oude regel nog eens: de minister kan ter verantwoording worden geroepen voor ieder bestuurshandelen dat onder zijn zeggenschap plaatsvindt. De verantwoordlijkheid gaat niet verder dan de bevoegdheden van de minister. Zonder bevoegdheid geen verantwoordelijkheid. Maar binnen die grens geldt de verantwoordelijkheid onverkort: zij is niet beperkt tot hetgeen de minister persoonlijk kan worden aangerekend.

Van belang is vooral de vervolgvraag die wordt gesteld: wat zijn de consequenties van ministeriële verantwoordelijkheid als een probleem is gerezen waarop de minister kan worden aangesproken. Of anders gezegd, wanneer kunnen de daden uit zijn naam verricht hem zodanig worden aangerekend dat de vertrouwensvraag aan de orde komt. De eerder genoemde commissie komt, zoals viel te verwachten, niet met het ultieme antwoord. “Er bestaan geen vaste maatstaven ter beantwoording van de vraag of het vertrouwen mag of moet worden opgezegd: het gaat om een politieke vraag die een politiek antwoord verlangt.

Het interessante van de "heenzendaffaire' rond Hirsch Ballin is dat de CDA-fractie dat antwoord afgelopen dinsdag al gereed had. Als de minister geen einde zou weten te maken aan het forse aantal criminelen dat wordt vrijgelaten omdat er geen cellen beschikbaar zijn, diende hij te vertrekken. Daarmee werd zijn politieke lot in feite in handen gelegd van een willekeurige officier van justitie. En weer is de vraag waarom? Waarom mocht drie jaar geleden van de CDA-fractie het falen van de visvangstcontrole minister Braks niet persoonlijk worden aangerekend, maar nu het falen van het gevangenenbeheer minister Hirsch Ballin wel? Inderdaad, omdat het een politieke vraag is.

Tijdens het debat van gisteravond was de toon van de CDA-fractie een stuk milder. Dat kon ook, want de boodschap was reeds een dag eerder afgegeven. De politiek van het CDA, en zeker zoals deze wordt bedreven door iemand als Brinkman, laat zich het best omschrijven als "hit and run'. Het krasje was gegeven, diep insteken van het mes was echter niet nodig. Hirsch Ballin gaat voorlopig in zijn politieke leven verder met een vlekje en daar kan iemand als Brinkman enig belang bij hebben.

Om de reden daarvan te kunnen doorgronden moet men zijn oor te luisteren leggen bij de "fundamentalistische' vleugel van het CDA, die overigens met een flinke dosis pragmatisme is behept. De gemeenschappelijke basis is de twijfel over Brinkman. Zijn leiderschap is als een onvermijdelijkheid geaccepteerd, het komt er nu op aan dat Elco enigszins "strak' wordt gehouden. Want hij roept en waarschuwt wel veel, maar als echt koersvast wordt de aanstaande eerste man niet beschouwd. Het beeld dat Bolkestein van Brinkman al meer dan eens heeft geschetst (“hij gedraagt zich als een roker die zegt morgen stop ik er mee en ondertussen stevig doorpaft”) wordt in die kring wel herkend. Bovendien heeft Brinkman de hebbelijkheid soms als een olifant door de CDA-porseleinkast heen te walsen als dat volgens hem uit "bestuurlijk' oogpunt gewenst is. Kortom, wie let er op Brinkman als hij het straks echt voor het zeggen krijgt? Ofwel, wie moet er fractievoorzitter worden als Brinkman Lubbers is opgevolgd als minister-president.

Degene die zich warm loopt voor deze functie is buitenland-specialist Jaap de Hoop Scheffer. Zijn voornaamste verdienste zal zijn dat hij Brinkman niet voor de voeten loopt. De van de diplomatieke dienst afkomstige De Hoop Scheffer staat vooral bekend om zijn loyaliteit en niet om zijn standpunten. Vandaar dat Brinkman ook zeer voor hem is geporteerd. "Toevallig' stond de Hoop Scheffer twee weken nadat Brinkman was aangewezen als kandidaat-lijsttrekker dan ook uitvoerig geportretteerd in de CDA-krant. “Een katholieke Amsterdammer met voorliefde voor Fryslan”. Hij wist aan welke woorden de CDA-achterban behoefte had. “Veel mensen lachen om de waarde van het gezin, maar het is de basis van mijn bestaan.” Dat de Hoop Scheffer eerder politiek onderdak had bij D66 stond daarentegen niet vermeld. Toch speelt dat verleden van hem een negatieve rol bij een niet onbelangrijk deel van het CDA. Want dat het erfgoed van Schaepman, Kuyper en de Savornin Lohman straks zal worden aangevoerd door een ex JOVD'er en een ex-lid van D66 is toch net iets te veel van het goede.

Brinkmans' toespraak op de CDA-partijraad van twee weken geleden ("niet praten, maar doen') werd beleefd aangehoord, maar het echte inspirerende verhaal stond diezelfde ochtend toch in het dagblad Trouw en was van de hand van Hirsch Ballin. “Een sfeer van ongenspireerde zakelijkheid en materialisme hangt in Europa”, aldus de minister die zijn fundamentele verhaal eerder die week in Jeruzalem had afgestoken. Dat zijn eigen politieke stroming er vergelijkenderwijs minder slecht voorstond schreef hij meer toe aan “competent leiderschap dan aan christelijk-sociale politieke filosofie”.

Het zijn dit soort teksten die het traditionele CDA-kader aan het denken zetten. Niet voor niets is ook de ster van de huidige Kamervoorzitter Deetman snel rijzende door zijn prominente rol in de "grondslagdiscussie' over het Program van Uitgangspunten. Tegenover het voor CDA-begrippen snelle imago van Brinkman is de rotsvastheid van personen als Deetman en Hirsch Ballin gewenst. Bedoeld om op de leider te passen. Hoe de nieuwe leider daarop reageert, is deze week duidelijk geworden.