Een oor en een schoen

Waardig ouder worden is niet iedereen gegeven. Voor het begin van de corrida ging het gesprek op de tribune over een bericht dat die ochtend in de krant had gestaan: Palomo Linares (46) keert terug in de ring. Ik had hem een paar weken geleden ontmoet. Hij leek een rustige man, tevreden met zichzelf en met zijn leven. Hij woont op een boerderij ten noorden van Madrid, waar hij stieren fokt, en heeft zich sinds zijn feestelijke afscheid in 1985 ontwikkeld tot een niet onverdienstelijk kunstschilder. Kennelijk is dat toch niet genoeg als je zolang gewend bent geweest aan de adrenalinestoot bij het geschal van de klaroenen.

De pauken roffelden, de klaroenen schalden en drie generaties kwamen de arena binnen. Damaso González, Luis Francisco Esplá en Oscar Higares zijn respectievelijk geboren in de jaren veertig, vijftig en zestig. Dat is ook te zien: ze lopen op in hoogte. In geen enkel Europees land is de gemiddelde lengte van de inwoners, dankzij meer en beter eten, zo snel toegenomen als in Spanje. Damaso komt uit Albacete, Esplá uit Alicante en Higares uit Madrid. Ook dat heeft betekenis, want de Castilianen staan bekend om hun dapperheid en hun sobere manier van vechten, de Levantijnen om hun vrolijkheid en die uit Madrid om hun energie en eclecticisme. We misten alleen nog iemand uit Andalusië: barok, met onder de oppervlakte een vermoeden van afgronddiepe tragiek en emotie. De stieren waren allemaal van hetzelfde soort: zwart en zwaar, met grote horens, afkomstig van Samuel Flores uit Albacete, aarzelend in het begin maar uiteindelijk zonder ophouden reagerend op de rode doek, alsof ze niet anders konden dan meewerken met de torero.

Oscar Higares was de eerste die een oor kreeg, na een lang gevecht volgens de regels van de kunst. Hij hield zijn doek laag, liet de stier langzaam komen, overwon de aarzelingen van het dier en daarmee dus ook zijn eigen angst en doodde efficiënt. Dolgelukkig drukte hij de trofee tegen het satijn van zijn splinternieuwe, zalmroze pak met de grote gouden bloemen.

Stier nummer vier, de tweede van Damaso González, was de grootste en de minst aantrekkelijke. Groter dan hijzelf, en als op iedere hoornpunt een vogeltje was gaan zitten hadden ze elkaar niet kunnen horen fluiten. Damaso heeft de sympathie van het publiek. Ze weten dat hij uit een arm gezin komt en zijn loopbaan begonnen is als melkbezorger. Net als zijn twee collega's van deze avond is hij geen ster maar een gerespecteerde middenmoter, een programmavuller. Iemand die geen groot talent heeft, maar altijd zijn best doet. Zo ook nu, al was het hoogteverschil werkelijk imponerend. Op een gegeven moment draaide de stier zijn rug naar ons toe en verdween de voor hem staande torero bijna geheel uit het zicht. Het mannetje daagde hem uit door de doek achter zijn rug heen en weer te zwaaien. Het dier keek gebiologeerd naar die beweging, kwam pas na heel lang kijken op gang en stormde dan iedere keer langs hem heen als een truck-met-oplegger langs een klaar-over. Maar uiteindelijk plaatste Damaso zelfs zijn hele gezette lijfje tussen de horens en legde zijn hand op de kop van het dier. Dat was echte moed en al is dat op zichzelf eigenlijk niet voldoende, toch vroeg en kreeg het vertederde publiek voor hem een oor. Hij had zijn stier vantevoren opgedragen aan de trainer van Real Madrid en tijdens zijn ereronde werden hem behalve bloemen ook een schoen en een voetbal toegeworpen.

Esplá is een geval apart. Hij schildert niet alleen, hij heeft zelfs de academie voor beeldende kunsten doorlopen en schrijft ook gedichten en essays. Daarnaast is hij een actief dierenbeschermer en milieu-activist, lid van Greenpeace (een organisatie die niet tegen het stierenvechten is) en kweker van salamanders en schildpadden. Ook hij is een gewaardeerde veteraan. Ik had een bewonderend boek over hem gelezen, van de hand van een Madrileense hoogleraar in de psychiatrie, waarin werd uitgeweid over zijn bijzondere relatie met de zee, met de kleuren van zijn geboortegrond, zijn gevoel voor traditie en zijn begrip voor dieren. Vreemd genoeg was daarvan in de ring niet veel te merken.

Esplá toonde zich meer sportman dan kunstenaar of psycholoog. Hij excelleerde vooral door zelf de banderilla's te plaatsen en daarbij op topsnelheid enorme afstanden door de arena af te leggen. “Ai, Ben Johnson,” kreunde mijn achterbuurman iedere keer vol afgrijzen, maar de meeste mensen applaudiseerden gul. Met de muleta deed hij helaas niets bijzonders en dat was jammer want hij had stieren die van alles met hem hadden gewild. Zijn belangrijkste fout was, volgens de verzamelde deskundigen, dat hij een stier die van een paar meter afstand op gang moest worden gebracht van dichtbij benaderde en op die manier, hortend en stotend, uitstekend materiaal verpestte.

Higares beging ongeveer dezelfde vergissing met het laatste dier van de middag, maar er was niemand meer die echt boos kon worden. Want de lucht was zo zoel en de zwaluwen vlogen zo hoog dat het er allemaal ook niet zo heel erg veel toe deed. Bij elkaar hadden we toch veel moois gezien. Het was een avond om je met het leven te verzoenen.

    • H.M. van den Brink