Econo(M/V)ie 2

In de dagelijkse praktijk van de economie is er nog altijd van alles mis wat de gelijkwaardigheid van de vrouw betreft. Te weinig vrouwen stromen door naar leidinggevende posities, er zijn te weinig vrouwelijke economiestudenten, er bestaat ongelijke beloning, de vooralsnog meestal door vrouwen verrichte huishoudelijke arbeid wordt niet bij de nationale produktie geteld, enzovoort.

Sommige mensen zeggen dat dit de schuld is van de economische theorie.

En die "gender-bias' (discriminatie naar geslacht) wordt deze week stevig aan de kaak gesteld op een internationale conferentie aan de Universiteit van Amsterdam. Tientallen wetenschappers (veel vrouwen en een paar mannen) hebben gezocht naar antwoord op de vraag of de economische theorie de vrouw discrimineert. De meesten hoefden niet lang te zoeken, ze wisten het eigenlijk al voordat ze begonnen: het antwoord is "ja'. De economische theorie is "androcentrisch' of, zoals een enkeling het nog wat pittiger formuleert, zelfs "fallocentrisch'.

Ongeveer een jaar geleden zijn we in deze rubriek onder de titel "Econo(m/v)ie' al eens op dit onderwerp ingegaan. Ons pleidooi was toen en is nog steeds dat de economische theorie over de behoeften van mensen gaat. Ongeacht of ze man of vrouw zijn. Fundamentele begrippen als behoeften, middelen, schaarste, kiezen, produceren, consumeren, arbeid, kapitaal, en-ga-zo-maar-door zijn volkomen sexe-neutraal. Er volgde discussie op de opiniepagina van deze krant. Een van de reacties was dat de economie de vrouw wel degelijk achterstelt, omdat de huishoudelijke arbeid niet in de nationale produktiecijfers wordt meegeteld. Hierop gaven wij het voor de hand liggende antwoord dat dit verwijt niet de economische theorie treft, maar de praktijk van het samenstellen van de statistieken. Bovendien vallen ook huismannen, zelfbehangers, volkstuinders en eigen-dakdekkers buiten de statistiek.

Vervolgens had een interessant gesprek plaats met organisatoren van de conferentie. We werden het er al snel over eens dat je de economische theorie niet kunt verwijten dat in de economische praktijk de vrouw nog regelmatig wordt achtergesteld. Het bleek 'm meer in de methode van wetenschapsbeoefening te zitten. Naar voren kwam dat het verwijt van "gender-bias' eigenlijk niet alleen de economische theorie treft. Het gaat verder: de wetenschappelijke benadering die kiest voor het logisch redeneren op basis van vereenvoudigende veronderstellingen (de zogenoemde deductieve methode) zou typisch mannelijke trekken vertonen. Het is des mans om de omgeving, de werkelijkheid, te willen beheersen en daarvoor te abstraheren en te schematiseren. De inductieve benadering - feiten verzamelen en analyseren en op grond daarvan tot algemeen geldende uitspraken komen - zou dan een meer vrouwelijke benadering zijn. Op zichzelf een interessante gedachte. Het lijkt even op een herleving van de methodenstrijd. Deductie (hier het mannelijke element) tegenover inductie (hier het vrouwelijke element). Maar daarmee is al aangegeven dat het een achterhaald verwijt is. De methodenstrijd is immers al lang dood en begraven. Ieder schoolboek kan je vertellen dat wetenschappers deductie en inductie met elkaar combineren: man en vrouw verstrengeld.

Intussen is een bundel met beknopte samenvattingen verschenen van de artikelen die op de conferentie worden besproken. Een paar, uiteraard subjectief gekozen, krenten uit de pap.

In bepaalde economische theorieën wordt aangenomen dat mensen rationeel handelen. In een aantal conferentiebijdragen wordt gesteld dat je daaraan kunt zien dat die theorie mannelijk vooringenomen is. Daartegenover zou dan een intutieve vrouwelijke benadering staan. Dit lijkt mij niet het eerste misverstand over de "sex-bias'in de economische theorie. In die theorie betekent "rationeel' handelen dat iemand logisch consistent handelt in het licht van een eenmaal gekozen doelstelling. Wie ontkent dat vrouwen dat even goed kunnen als mannen, bewijst de vrouw geen dienst.

Ook het leerstuk dat een individu zijn eigenbelang nastreeft, zijn eigen welvaart maximeert zonder daarbij rekening te houden met anderen, wordt onder vuur genomen. Typisch mannelijk. Vrouwen zijn vanuit hun zorg-functie altrustischer; ze hebben meer aandacht voor anderen. Dat zal allemaal best waar zijn. Maar wie dit opschrijft gaat eraan voorbij dat er binnen de economische theorie varianten zijn waarbij wel degelijk rekening wordt gehouden met de effecten op anderen. Waarbij individu A haar welvaart maximeert, met de welvaart van B en C als randvoorwaarde. Vijftien jaar geleden schreef David Collard (een man) een boek over altrusme en economie.

Tot slot: een origineel betoog over de manier waarop in de economische theorie is omgesprongen met Daniel Defoe's Robinson Crusoë. En dan gaat het er niet over dat Crusoë en Vrijdag allebei man zijn, dat zou een beetje flauw zijn. De "Robinsonade' is een klassieke didactische aanpak om zaken als consumeren, produceren, investeren en zelfvoorziening over het voetlicht te brengen. En als vervolgens Vrijdag op het toneel verschijnt, voltooien specialisatie, arbeidsdeling en ruil het beeld van een primitieve samenleving. Het belangwekkende is nu, volgens deze conferentiebijdrage, om na te gaan welke aspecten van de Robinsonade in de economische theorie zijn weggelaten. Wel zijn overgenomen de "self-made rational economic man'. Maar er is geen aandacht voor het onbetaalde huishoudelijke werk dat de gefeminiseerde Vrijdag verricht. “De manier waarop de neoklassieke economische theorie zich over het verhaal van Crusoë heeft ontfermd, is symbolisch voor de overwinning van de zoons over de vader...” Je moet er maar op komen.

Nogmaals, laat er geen misverstand over bestaan: er is in de (economische) praktijk nog van alles mis wat de gelijkwaardigheid van de vrouw aan de man betreft. Maar tot dusver hebben de voorliggende stukken mij niet overtuigd dat dit op het conto van de economische theorie moet worden geschreven. Intussen sluit ik niet uit dat ik tijdens de conferentie alsnog hetlicht ga zien.