Dossierinzage

De fiscus onthoudt belastingfraudeurs ten onrechte gegevens uit hun dossier. Dit volgt uit een recent rapport van de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens. De belastingdienst laat doorgaans alleen de gegevens zien die de fraude moeten aantonen. Volgens deze Europese Commissie moet de betrokkene zijn hele dossier in handen krijgen, om te kunnen zien of er stukken bij zitten die in zijn voordeel spreken. Dat is volgens de Commissie een voorwaarde voor een "eerlijk proces', zoals het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens dat garandeert.

Zo'n tien jaar geleden dacht niemand dat de Nederlandse rechtsuitoefening ooit in aanvaring zou komen met mensenrechten. Inmiddels hebben deze internationale rechtsnormen de praktijk van fiscale bestraffing veel sterker benvloed dan de ideeën van de nationale wetgever. Onze vertrouwde praktijk bleek namelijk in te druisen tegen de waarborgen die volgens de verdragen onlosmakelijk zijn verbonden aan bestraffing door de overheid. Sinds acht jaar geleden de vanzelfsprekendheid van het fiscale strafsysteem begon weg te smelten, loopt het ministerie van financiën met zijn reacties achter de feiten aan. Elke aanpassing van ons systeem aan internationale normen duurde jaren. Verscheidene regels zijn nog niet op internationaal peil. Sterker nog, het komt nog steeds voor dat de internationale rechtspraak vertrouwde Nederlandse handelwijzen veroordeelt.

De Europese rechter in Straatsburg buigt zich nu over de vraag of de belastingdienst bij het opleggen van een administratieve boete sommige documenten uit zijn dossier voor de betrokkene mag achterhouden. De fiscus vindt het voldoende als de inspecteur aan de betrokkene en later eventueel de rechter alleen inzage geeft in de documenten waarop hij zijn boete baseert. Sommige mensenrechtendeskundigen twijfelden al langer aan de juistheid van die stelling. In 1991 legde de regering ondermeer dit verschil van inzicht voor aan een commissie van drie eminente fiscalisten. De commissie is genoemd naar haar voorzitter, de oud-president van het Amsterdamse gerechtshof, mr. J. Van Slooten. Zij onderschreef na een jaar studie het standpunt van de belastingdienst. Als argument voert de commissie Van Slooten aan dat de inspecteur de wettelijke taak heeft te bewijzen dat de belastingbetaler heeft gefraudeerd. Zodra hij daarvoor voldoende bewijsstukken op tafel legt, heeft hij zijn zaak rond. Meer valt er van hem niet te verlangen.

Die opvatting is inmiddels bestreden door de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Dit college meent, met tien stemmen tegen twee, dat de burger alle stukken die op zijn zaak betrekking hebben, moet kunnen inzien. Ergens in de stukken die de inspecteur niet gebruikt, zou immers informatie kunnen staan die voor de belastingbetaler ontlastend kan zijn. Als de fiscus de stukken wel kent en de burger niet, bestaat er een onaanvaardbare ongelijkheid in procespositie. Dat neemt de Commissie zo hoog op dat zij een op die basis gevoerd proces niet rechtsgeldig acht. Er is dan in haar ogen geen sprake van een "eerlijk proces', zoals het Europese mensenrechtenverdrag dat aan elke burger garandeert.

De Nederlandse rechter hoeft dit oordeel van de Commissie niet over te nemen. Na de Commissie, zal het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de vraag -in hoogste instantie - beoordelen. Dat wel degelijk bindende oordeel, is pas in 1994 te verwachten. Toch kan morgen al een Nederlandse rechter een administratiefrechtelijke boete terugdraaien als een belastingbetaler klaagt dat hij geen inzage in zijn dossier heeft gehad. Zo'n rechter volgt dan het gezaghebbende standpunt van de Commissie en dat valt hem niet te verwijten. Mocht de rechter een boete die de inspecteur heeft opgelegd zonder inzage in het dossier te geven, wel in stand laten, dan kan de betrokkene zijn zaak voorleggen aan de Hoge Raad. Die zal vrijwel zeker de rechtspraak van het Europese Hof afwachten. Valt die voor de fiscus ongunstig uit, dan kan de inspecteur gevoelige stukken, zoals "klikbrieven' en onderzoeken bij werkgevers of banken, niet meer achter houden. Voor de fraudebestrijding zou dat een tegenslag zijn.

Overigens ontdekte de commissie-Van Slooten dat het mensenrechtenverdrag andere waarborgen biedt die de Nederlandse wet niet kent. Bijvoorbeeld de toevoeging van een advocaat aan onbemiddelden, zodra de inspecteur een boete heeft aangekondigd. Het verdrag biedt belastingbetalers die van knoeierijen worden verdacht ook een zwijgrecht, zodra de fiscus hun fraude op het spoor is gekomen. Deze laatste twee elementen heeft staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) overigens verwerkt in een apart wetsvoorstel dat de Nederlandse fiscale wetgeving op Europees niveau moet tillen. Het inzagerecht ontbreekt evenwel in dit plan, dat nu door de Raad van State wordt beoordeeld.