Bom kan omwenteling Italië niet torpederen

Een echtpaar met een kindje achterin de auto had zich vergist, gisteravond in Milaan, en stond ineens voor de muren van het statige middeleeuwse Castello, in het hart van de stad. Een blauwe politie-Alfa scheurt erop af, en twee carabinieri springen eruit met de mitrailleur in de aanslag. Zo groot is de angst in Italië voor nieuwe aanslagen.

Dat de bom die gisteren in het centrum van Rome is gevonden, op tijd onschadelijk kon worden gemaakt, verandert daar weinig aan, net zo min als het feit dat zij veel minder krachtig was dan de bom die nog geen week geleden in Florence ontplofte. Bij de bomaanslag vorige maand in Rome zijn door een gelukkige samenloop van omstandigheden geen doden gevallen: een groepje van vijftien jongeren dat voor de auto met de bom op een muurtje zat, was vlak voor de explosie weggegaan om een ijsje te eten. In Florence heeft de bomaanslag vorige week donderdag vijf mensen gedood. En als de autobom gisteren in Rome was afgegaan, hadden waarschijnlijk een paar toeristen hun bezoek aan de Trevi-fontein met de dood moeten bekopen.

Het is pure terreur, blind geweld, en dat maakt deze bomaanslagen zo beangstigend. De autobom op 14 mei in Rome had nog een duidelijk doelwit: Maurizio Costanzo, de presentator van een populair praatprogramma die zich fel tegen de mafia heeft gekeerd. Maar de bommen in Florence en die van gisteren in Rome hebben geen ander doel dan angst en chaos te zaaien. Nog nooit zijn de Italiaanse kunstschatten het doelwit van bomaanslagen geweest, zoals in Florence is gebeurd bij de explosie in een straatje achter het museum van de Uffizi. In Rome was de plaats van de autobom van gisteren symbolisch: vlakbij de beroemde Trevi-fontein en op een steenworp afstand van palazzo Chigi, de ambtswoning van de Italiaanse premier.

Het is een poging tot psychologische terreur in een land dat op een keerpunt staat tussen een oud, grotendeels corrupt regime en een nieuw stelsel waarvan de contouren nog vaag zijn. Zondag worden in verscheidene plaatsen in Italië tussentijdse lokale verkiezingen gehouden, en vooral in het Noorden van het land is daarbij een politieke aardverschuiving te verwachten. De drie bommen zitten te dicht bij elkaar, komen te kort voor deze verkiezingen om niet een verband daarmee te leggen. In Italië zijn duistere krachten actief die zich wanhopig verzetten tegen de afbraak van een stelsel dat in grote lijnen 45 jaar lang onveranderd is gebleven.

Zij kunnen de mensen misschien bang maken, maar de verandering is niet meer tegen te houden. Het point of no return is gepasseerd, ook al demonstreren hier en daar nog mensen voor de rehabilitatie van de socialistische leider Bettino Craxi, ook al geloven sommige christen-democraten nog steeds dat de bui ook dit keer wel zal overwaaien. Wie in Milaan met de mensen op straat praat, realiseert zich dat de "oude' Italiaanse politiek ten dode is opgeschreven. Wie de justitie in Napels laat vertellen over haar onderzoek, begrijpt dat de processen tegen corrupte en mafiose politici niet meer zijn tegen te houden.

Dat betekent niet dat er geen nieuwe bommen ontploffen, dat er geen nieuwe doden vallen. Erger nog, dat is waarschijnlijk. En omdat het onduidelijk is wie er achter deze autobommen zit, is het onbegonnen werk te voorspellen waar en wanneer de volgende explosie zal zijn. Vorige maand zei minister van binnenlandse zaken Mancino nog dat de bom tegen Costanzo duidelijk het werk was van de mafia, ook al vroegen velen zich af waarom de mafia wel zwaarbewaakte rechters als Giovanni Falcone en Paolo Borsellino kan vermoorden, maar niet precies genoeg werkt om een nauwelijks beschermde tv-presentator te doden. Over de bom in Florence waren de twijfels groter, en de gisteren onschadelijk gemaakte autobom in Rome was te amateuristisch om toe te schrijven aan de mafia.

Als het niet de mafia is of niet alleen de mafia, wie dan? Italianen denken vaak in termen van complotten en het regent dan ook hypotheses. Servische terroristen. Machtige buitenlandse financiers die de lire onder druk willen zetten om dan goedkoop de hand te leggen op de staatsbedrijven die zullen worden geprivatiseerd. Deze twee veronderstellingen zijn pure hersenspinsels. Hoewel precieze gegevens ontbreken, is de meest waarschijnlijke veronderstelling een monsterverbond tussen groepen binnen de mafia, ontspoorde leden van de geheime diensten en/of clandestiene politieke groepen, zoals dat ook in het verleden heeft bestaan.

Zeker vijf keer zijn in de afgelopen twintig jaar dodelijke bomaanslagen gepleegd die nooit zijn opgehelderd. Piazza Fontana, Milaan, 1969: dertien doden. Piazza della Loggia, Brescia, 1974: acht doden. De trein Italicus, 1974: twaalf doden. Het station van Bologna, 1980: 85 doden. De sneltrein 904, op ongeveer dezelfde plaats als de Italicus: zestien doden. De sporen wezen in de richting van de mafia, van extreem-rechtse groepen, van de geheime vrijmetselaarsloge Propaganda Due, van de geheime diensten.

Nog altijd is de waarheid over deze aanslagen niet naar boven gekomen. Soms is het onderzoek aantoonbaar gesaboteerd door de geheime diensten, en er zijn zeer sterke vermoedens dat onderdelen van de geheime diensten die eigen rechter zijn gaan spelen, een hoofdrol hebben gespeeld bij de aanslagen. Net als nu zijn de precieze daders onduidelijk, maar het doel is hetzelfde: onzekerheid en angst zaaien om de kiezers bang te maken voor politieke experimenten.

Prominente politici praten openlijk over op hol geslagen agenten van de geheime diensten. Er is een parallel te trekken met de corruptie: iedereen wist het, maar niemand deed er iets aan. Na de bomaanslag vorige maand in Rome zei Bettino Craxi profetisch: “Er zullen nog meer bommen volgen.” Na Florence zei de christen-democratische partijleider Mino Martinazzoli: “Misschien moeten we de geheime diensten ontbinden. Waarom zouden we ze betalen als ze tegen de staat werken?”

Dergelijke uitspraken demonstreren hoe diep de rot zit binnen de Italiaanse staat. De bommen kunnen de politieke vernieuwing niet tegenhouden, maar zij laten zien hoeveel er mis is gegaan in het verleden, hoe ingrijpend de grote schoonmaak is waaraan het land is begonnen.

Italianen denken vaak in termen van complotten en het regent dan ook hypotheses

    • Marc Leijendekker