AMSTERDAMSE BOS

Het artikel van Roel van Duijn over de "Onttakeling van het Amsterdamse Bos' (NRC Handelsblad, 25 mei) behoeft een weerwoord.

Het ontbreekt hem aan het besef dat besturen betekent afwegingen maken. Wat hij een groene scheg noemt tussen Zuid en Buitenveldert is in werkelijkheid een lawaaigebied langs de ringweg alleen geschikt voor kantorenbouw, bij de gemeente bekend als de “Zuid-as”. Het schijnt de duurste kantorengrond van Nederland te zijn. Daar kan de gemeente dus veel geld aan verdienen, bijvoorbeeld voor de aanleg van fietspaden en stallingen in de binnenstad. De ligging is gunstig bij station zuid: de werknemers zullen per tram en trein hun arbeidsplaats kunnen bereiken. Het volbouwen van deze strook is een stimulans voor de werkgelegenheid en dat kan de hoofdstad wel gebruiken. Het zal ook de klandizie en de drukte op het Gelderlandplein ten goede komen. Tuinstad Buitenveldert wordt een beetje meer stad en blijft een tuin met vijfentwintig procent van zijn grondgebied openbaar groen.

Daar staat tegenover het opofferen van de Vietnam-weide. Als jongen heb ik nog staan kijken naar al die mannen die met schoppen kiepkarretjes vol schepten. Wiebelende treintjes om de grond vijftig meter verderop weer neer te kwakken. Maar dat was niet daar. Dat was zuidelijker, waar nu de bosbaan is. De Vietnamweide was toen een drassig stukje grasland aan de Nieuwe Meer. Na de oorlog is het opgespoten om er een zwembad aan te leggen. Dat plan ging verder niet door. Wat ontstond was een zandverstuiving met wat slordig groen, ingeklemd tussen een jachthaven en grote parkeerterreinen. Het ligt zo ver buiten alle routes dat er blijkbaar nooit iemand komt. We hoeven dus niet bang te zijn dat de Amsterdamse bevolking niet meer naar het bos kan: alle speelvijvers, stoeipercelen, de geheimzinnige bospaadjes, de stille hoekjes, zelfs de naturistenweide, zijn er nog.

    • M. Straub