Akkoord over banen voor allochtonen vruchteloos

DEN HAAG, 2 JUNI. Van het akkoord tussen werkgevers- en werknemersorganisaties om in vijf jaar 60.000 extra arbeidsplaatsen voor allochtonen te stichten, is nog weinig terechtgekomen. Dat concludeert de Stichting van de Arbeid in een vandaag verschenen tussentijdse rapportage.

Het akkoord in dit overlegorgaan van werkgevers en werknemers dateert van november 1990; later werd vastgesteld dat voor de uitvoering ervan 1992 een belangrijk jaar zou worden. Dat heeft niet zo mogen zijn. Het op centraal niveau afgesloten akkoord blijkt weinig doorwerking in de bedrijven te hebben. Bij slechts 2 procent van de bedrijven is een taakstellend werkplan tot stand gekomen, zoals in het akkoord was bepleit. Dat is gebleken bij een onderzoek van de Loontechnische Dienst. Een kwart van de bedrijven is ook niet voornemens zo'n plan te maken. Sinds medio 1991 is bij 95 procent van de bedrijven het beleid voor minderheden niet veranderd. “Niettemin moeten juist op dat niveau de inspanningen tot concrete resultaten leiden”, constateert de Stichting van de Arbeid.

Ondanks het teleurstellende resultaat tot nu toe houdt de stichting vast aan de doelstelling van 60.000 extra arbeidsplaatsen vóór 1996. Zij vindt het niet nodig nieuwe beleidsaanbevelingen te doen; het gaat er nu juist om de bestaande afspraken in de praktijk, “op micro-niveau”, uit te voeren.

Uit becijferingen in het rapport van de stichting blijkt dat in de jaren 1988-1991 de aanwas van de allochtone beroepsbevolking, 37.000 personen, vrijwel geheel, 36.000, aan het werk is gekomen. Maar desondanks zouden er, om het stichtingsakkoord te kunnen uitvoeren, in de periode 1992 tot en met 1995, nog steeds 15.000 banen per jaar extra voor de allochtonen moeten bijkomen.

Een andere doelstelling van het stichtingsakkoord blijkt al niet meer haalbaar. Die luidde dat de etnische minderheden in vergelijking met de autochtone Nederlanders aan een evenredige positie op de arbeidsmarkt moesten worden geholpen - anders gezegd: dat het werkloosheidspercentage onder beide groepen gelijk wordt. Realisering hiervan blijkt vooralsnog onmogelijk doordat de immigratie de afgelopen jaren hoger was dan verwacht. Zou de Stichting toch aan deze doelstelling vasthouden, dan is een jaarlijks aanbod van 35.000 extra banen voor allochtonen nodig. Minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) heeft al laten weten dit binnen afzienbare tijd niet realistisch te vinden.