Aansluiting

Neem een verse rol toiletpapier, zo één waarvan het losse eind nog vast zit.

Demonteer een ouderwetse toiletpapierophangbeugel. Bevestig de beugel aan de rol, door het stokje met gaatjes aan het eind, door de rol te steken en vervolgens het U-vormige draadijzer op het stokje te klemmen. Knoop een touwtje aan de beugel. Bevestig aan het andere eind een gewicht, laten we zeggen een Bounty. Plaats de WC rol op een tafel en hang het touwtje met Bounty over de tafelrand. De Bounty trekt de rol naar en over de tafelrand. Hoe hard rolt de WC-rol? Dat is een moeilijk sommetje, te moeilijk voor mijn klanten. Zie hier het aansluitingsprobleem met het tertiair onderwijs in zijn meest geconcentreerde vorm.

Vooral havisten en athenesten die overstappen naar technische opleidingen van HBO en universiteit hebben er last van. Het aansluitingsprobleem kost de studenten frustratie en tijd (1 of 2 jaar), de staat veel geld en de opleiders een hoop ergernis. De opleiders hakketakken over de schuldvraag. Daar gaat het volgende over.

Uit een wetenschappelijk artikel over aansluitingsproblemen begrijp ik dat de toiletpapiersom juist zo'n mooi voorbeeld is van een goed vraagstuk, nuttig voor mijn leerlingen. Het is een probleem dat veel probleemoplossingsvaardigheden (30 letters) vergt.

Het hooggeschoolde artikel geeft me de kriebels. Om te beginnen begrijp ik nog niet de helft. Verder ruik ik een vervelende boodschap: “Jullie doen je werk niet goed.” Dat zeggen ze niet, dat denken ze. Dat voel ik. Daar komt het altijd op neer. Dus reageren wij-van-het-middelbaar uitermate kribbig van: “Kijk naar jezelf, je kunt niet eens orde houden bij volwassenen, die vrijwillig jullie colleges bezoeken.”

Collega vdR hakt de wetenschappers van het artikel aan mootjes. Dat doet hij met het quotiënt p/o. De letter p staat voor de moeilijkheid van het probleem, o staat voor het vermogen tot oplossen van de student.

Als een leerling makkelijke sommetjes maakt, dan is p/o kleiner dan 1. Hij is vlug klaar maar leert niets. De leerling wordt alleen wijzer als de sommetjes een pietsje te moeilijk voor hem zijn: p/o is gelijk aan of iets groter dan 1. Wanneer de leerling toch door het sommetje is geploeterd, dan heeft hij er wat bijgeleerd. Zijn o-waarde is toegenomen. Van sommetjes met een p/o-waarde veel groter dan 1 snapt hij geen bal, hij baalt, zet de televisie aan of gaat met zijn buurman praten.

Wij-van-het-middelbaar voeren onze leerlingen problemen met een p-waarde, steeds iets groter dan de langzaam toenemende o van de student. Aan de p-waarde van de WC-rol komem we niet toe, toont vdR aan.

Tertiaire wetenschappers dienen in te zien, dat de snelheid van het leerproces niet zomaar is te benvloeden. Voor een oplossing van het aansluitingsprobleem zijn meer probleemoplossingsvaardigheden nodig dan zij tot dusverre hebben getoond.

Ondertussen zitten de leerlingen met de brokken. Ergens in de spelonken van dit land schrijven leraren examens. Deze examenmakers worden zenuwachtig door het tertiaire gezeur. “Onze sommetjes zijn vast te makkelijk,” denken zij. Het gevolg: na eerste correctie is het eindcijfer voor het havo-examen natuurkunde dit jaar gemiddeld 5,1. Dus als uw kind zakt, weet u waarom.