Verlies en ontslagen treffen Mannesmann

BONN, 2 JUNI. De Duitse staal- en elektrotechnische gigant Mannesmann is in het eerste kwartaal van 1993 in de rode cijfers beland en schrapt in de loop van dit jaar 7.700 van zijn 136.747 banen. Fabrieken in Ratingen (bij Düsseldorf) en Bielefeld zullen worden gesloten, terwijl elders een sterker accent op kostenbeperking zal worden gelegd. Dit heeft de top van het concern gisteren meegedeeld in een toelichting op de jaarcijfers over 1992.

Mannesmann zag zijn omzet vorig jaar van 24,3 tot ruim 28 miljard mark groeien, vooral dankzij het overnemen van bedrijven. De winst voor belastingen daarentegen viel terug tot 339 miljoen mark (in 1991 625 miljoen mark).

's Werelds grootste buizenproducent - onder andere leverancier van complete fabrieksinstallaties, onderdelen voor de auto-industrie en mobiele telefoons - lijdt nu verlies in al zijn divisies. Vooral het wegvallen van de Sovjet-Unie als klant (buizen en fabriekscomplexen) betekende een klap voor het bedrijf.

Het concern wil de investeringen - 1,8 miljard mark in 1992 (plus 27 procent, vooral in wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling) - echter verder blijven uitbreiden en vertrouwt erop dat het later dit jaar, mede dankzij nieuwe opdrachten uit de auto-industrie voor zijn dochters VDO, Kienzle en Fichtel & Sachs en het effect van de kostenbeperkingen, weer in de zwarte cijfers komt.

Volgens Werner Dieter, voorzitter van de raad van bestuur, zal de wereldmarkt voor buizen in de tweede helft van dit jaar trouwens weer aantrekken, al zijn in deze sector toch ook nog de sluiting van twee dochterbedrijven, in Herne en in Frankrijk, voorzien. Het aanloopverlies op de mobiele radiotelefonie (340 miljoen mark in 1992 bij 220.000 aansluitingen) verwacht Mannesmann pas in 1994 te kunnen wegwerken, aldus Dieter.