Verdachten Péchiney-affaire voor de rechter

PARIJS, 2 JUNI. Voor een Parijse rechtbank verschijnen vandaag negen verdachten die betrokken waren bij een van de grootste politiek-financiële schandalen uit de afgelopen regeerperiode van de Franse socialisten, de zogeheten affaire-Péchiney. Deze affaire “van het meest verrotte links ter wereld” (zoals Alain Juppé, thans minister van buitenlandse zaken, destijds zei) was het begin van de electorale afgang van de socialisten, die eind maart met een grote nederlaag bij de parlementsverkiezingen werd bezegeld.

De belangstelling voor deze rechtszaak is des te groter omdat twee personen wier aandeel in het schandaal nimmer volledig duidelijk is geworden inmiddels zijn gestorven. De zakenman Roger-Patrice Pelat, een persoonlijke vriend van president François Mitterrand, stierf enkele maanden na de ontdekking van het schandaal een natuurlijke dood; de ander, Pierre Bérégovoy, destijds minister van financiën en later premier, pleegde vijf weken geleden zelfmoord.

Misbruik van voorkennis is het misdrijf dat de meeste verdachten ten laste wordt gelegd. Maar voor veel Fransen gaat het belang van deze rechtszaak verder dan de fraude in beurstransacties - zij hopen dat een nieuw licht wordt geworpen op de vrijheden met de publieke moraal die een groepje "vrienden van het Elysée' en van de socialistische partij zich veroorloofde in het jaar dat Mitterrand werd herkozen als president van de republiek. Nieuw licht zal wellicht ook worden geworpen op de rol van Bérégovoy, die zich in zijn laatste dagen, voor hij de dood verkoos, zorgen maakte dat hij als getuige zou worden opgeroepen in dit proces, dat zeker een maand in beslag zal nemen.

In de affaire-Péchiney, waaraan al twee boeken zijn gewijd, zijn de belangrijkste feiten onomstreden: een groep Franse en Libanese zakenlieden, met als belangrijkste Roger-Patrice Pelat, maakte in 1988 gebruik van de voorkennis dat het staatsbedrijf Péchiney de Amerikaanse verpakkingsonderneming Triangle wilde overnemen. Zij kochten aandelen Triangle op Wall Street en deden die nadat de overname een feit was - en bekend was hoeveel Pechiney voor Triangle aandelen zou betalen - met de zoete winst van in totaal ongeveer 60 miljoen franc (20 miljoen gulden) van de hand.

De grote vraag in het proces is: wie lichtte wie in over de plannen van Péchiney, die de president van dit bedrijf, Jean Gandois, zorgvuldig geheim had gehouden. Het staat vast dat alleen enkele naaste medewerkers van de toenmalige minister Bérégovoy op de hoogte waren van het plan-Gandois. De belangrijkste onder hen is Alain Boublil, destijds kabinetschef van Bérégovoy, die nu dan ook als belangrijkste verdachte geldt, hoewel hij ontkent zijn mond voorbijgepraat te hebben. Tegen Boublil wordt aangevoerd dat hij met zijn gezin in 1982 zijn vakantie in Tunesië doorbracht in het gezelschap van Pelat en het echtpaar Bérégovoy en dat hij later met Pelat samenwerkte, onder andere in een wijnhandel die ze samen opzetten.

Boublil was tevens een goede kennis van de Libanese zakenman Samir Traboulsi, die volgens de justitie van de affaire-Péchiney ongeveer 21 miljoen franc rijker werd en daarmee Pelat (6,5 miljoen franc winst) duidelijk voorbleef. Het schandaal van de “loterij waarbij men 20 procent kan verliezen en 500 procent kan winnen” (Gandois tegenover de rechter van instructie) leidde tot het ontslag van Boublil. Maar de ex-kabinetschef van Bérégovoy is inmiddels "gerecycleerd' tot een hoge positie bij het Franse staatsbedrijf Framatome en ziet het proces met vertrouwen tegemoet. “Ik word vervolgd wegens voorkennis van vriendschap”, zegt hij.

Een derde belangrijke verdachte is de 80-jarige Max Théret, ooit lijfwacht van Trotski, ex-Spanje-strijder, mede-oprichter van de boekhandelketen FNAC en gulle geldgever van de Socialistische Partij. Théret boekte negen miljoen franc winst met de snelle aankoop van Triangle-aandelen. De Franse justitie vermoedt dat Théret een tip kreeg van Pelat. Helaas is Pelat, een moedige verzetsstrijder in de oorlog en sindsdien een persoonlijke vriend van Mitterrand, in maart 1989 overleden, enkele maanden na de geslaagde Péchiney-transacties. Het was dezelfde Pelat die Bérégovoy in 1986 de renteloze lening van een miljoen francs verstrekte waarover nu de stilte van twee graven hangt.