"Verdachte moet langer vastgezet'

DEN HAAG, 2 juni. Minister Hirsch Ballin (justitie) heeft een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd die de politie meer mogelijkheden geeft om verdachten van veel voorkomende vermogendelicten in voorlopige hechtenis te nemen. Het voorstel kan tot effect hebben dat door een nog groter aantal verdachten het celgebrek nijpender wordt.

Voorlopige hechtenis is op het ogenblik toegestaan bij verdenking van een strafbaar feit waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, en als er ook rekening mee wordt gehouden dat de verdachte een nieuw misdrijf zal plegen waarop een vrijheidsstraf van zes jaar is gesteld. In de praktijk doet zich echter een probleem voor omdat bij "recidive' van veel voorkomende vermogensdelicten een maximum straf van vier jaar staat. Dit leidt ertoe dat een recidiverende verdachte niet in voorlopige hechtenis kan worden genomen en moet worden vrijgelaten met het risico dat deze opnieuw een strafbaar feit kan begaan.

Het wetsvoorstel stelt een verandering van het wetboek van strafvordering voor om recidiverende verdachten van bijvoorbeeld diefstal en heling voorlopig in hechtenis te kunnen nemen. De strafbare feiten moeten wel zijn gepleegd binnen vijf jaar nadat nadat de verdachte is veroordeeld. De wetswijziging maakt het de politie onder andere mogelijk om verslaafden die vaak vermogensdelicten begaan via voorlopige hechtenis onder druk te zetten om een ontwenningskuur te ondergaan.