Vallende dieren

Het zijn vreemde dagen in Las Ventas. Ik heb het niet over het weer, dat plotseling warm en broeierig is geworden, al hoort iedere behoorlijke stierenkroniek met een Natureingang te beginnen. Ik heb het over de stieren zelf, dieren van vijfhonderd kilo, die zomaar uit zichzelf omvallen. Ze knikken door de knieën of schuiven in de bocht onderuit. Ze drentelen maar wat rond en geven het paard niet meer dan een knikje, terwijl ze moordlustig uit de startblokken zouden moeten stuiven.

Omdat we het einde van de feria naderen worden er balansen getrokken. Het dagblad El Pas had gisteren een hele mooie. In een keurig grafiekje werd aanschouwelijk gemaakt dat jonge en onbekende torero's in de afgelopen drie weken de vechtlustigste stieren hebben gekregen, terwijl de curve steil omhoogloopt naar de bekende namen als het gaat om de neerploffers of de halverwege het gevecht wegens ondeugdelijkheid teruggewezen dieren. Wat vermoed werd is hiermee, althans statistisch, bewezen: de sterren eisen makkelijke dieren en krijgen hun zin. Toros artisticos noemen ze die zelf. Maar de stier moet geen kunstenaar zijn, daar hebben we juist de mens voor ingehuurd.

Zondagavond stond er een jochie dat Mariano Jiménez heette tegenover een stier van Fernando Cuadri en meneer Cuadri had vantevoren gewaarschuwd dat zijn stieren geen doetjes zijn. Hun horens zijn niet afgevijld en ze zijn geselecteerd op wildheid. Dat heeft Mariano geweten. Zijn eerste dier nam hem vol op de horens en doorboorde zijn linkerbeen voor hij hem op zijn schouder tegen de grond liet smakken. Terwijl de jongen werd weggedragen sloeg hij zijn helpers in het gezicht en trok hij aan hun haren omdat hij wilde doorvechten. Deze middag in Las Ventas was voorlopig zijn enige kans op roem. Pas op de behandeltafel kwam hij snikkend tot bedaren.

Voor mij op de tribune was de stierenfokker Rufino opgestaan en had zich door de menigte een weg naar de operatiekamer gebaand. Mariano was vaak te gast geweest op zijn boerderij om kalveren uit te proberen en die ochtend had hij zowel hem als zijn moeder nog gesproken. Een kwartier later kwam Don Rufino terug met het bericht dat de wond slechts vijftien centimeter diep was. Niet zeer ernstig. Na de corrida, die eindigde met een extra applaus voor de kwaliteit van de dieren, vroeg ik hem of hij in de plaats van Cuadri geen makkelijker beest voor zijn jonge vriend zou hebben geregeld. “Nooit,” zei Don Rufino zeer beslist. “Ik hou van het stieregevecht en weet dat daarvoor moed en artisticiteit nodig is van de kant van de torero, maar ook een echte wilde stier. Tachtig jaar geleden deden de fokkers het nog niet voor het geld, maar alleen voor de eer. Ze hielden geen rekening met de wensen van de torero's. Die tijd moet terugkomen.” Hij heeft natuurlijk makkelijk praten, want hij was al een succesvol zakenman voor hij zijn fokkerij begon en hij hoeft er geen geld mee te verdienen. Hij rekent zelfs op een verlies van twintig miljoen peseta per jaar.

Maandagavond stonden er weer drie weinig gewaardeerde namen tegenover lastige stieren op het programma. Eén van de mannen, Javier Vázquez, had het afgelopen jaar zelfs nauwelijks opgetreden en zich getraind door tientallen keren zijn debuut in een echte arena op video af te draaien. Met de laatste stier van de middag nam hij ontstellende risico's - hij ontving hem zittend tegen de schutting, leidde de vervaarlijk schuddende kop steeds dichter langs zijn lichaam - en bracht het er ongehavend af. De twee oren die hem werden toegekend leken mij wat overdreven. Maar misschien was het een manier voor het publiek en de president om zichzelf alvast te compenseren voor wat ons gisteravond te wachten stond: de sterren Ortega Cano en Espartaco en de stieren van de door hen zelf uitgekozen fokkerij Sepulveda uit Salamanca.

Twaalf dieren had de populaire fokker naar Madrid moeten brengen om er uiteindelijk drie goedgekeurd te krijgen door de veeartsen van Las Ventas en twee daarvan stelden weinig voor. De ene die wel kwaliteit had was geloot door Ortega Cano, maar de society-torero kon zich er niet toe brengen de vechtlust van het dier uit te buiten. Vragend keek hij af en toe in de richting van de tribune of hij geen applaus kon krijgen voor zijn laffe passen. Maar het werd een fluitconcert en driftig met zijn kontje draaiend trippelde hij de ring uit, zijn auto in en even later het Hotel Ritz binnen, dat zo duur en sjiek is dat er nog nooit eerder een torero heeft gelogeerd.