Saoedische koning en kroonprins kritiseren moslim-extremisten

MEKKA, 2 JUNI. De Saoedische leiders hebben zich gisteren scherp gekeerd tegen gewelddadigheid en politiek extremisme als on-islamitisch en een beroep gedaan op de moslims het imago van een middeleeuwse islam te corrigeren. “De gebreken in sommige maatschappijen rechtvaardigen niet het gebruik van geweld, vernietigingen, de schending van alle rechten en een toevlucht zoeken tot de wet van de jungle”, aldus de Saoedische koning Fahd en zijn broer kroonprins Abdullah in een gezamenlijke verklaring ter gelegenheid van de Eid al-Adha, het offerfeest aan het eind van de jaarlijkse grote pelgrimstocht naar Mekka.

Fahd en Abdullah reageerden daarmee op het geweld tegen de staat van de zijde van moslim-extremisten die voor een islamitisch bewind vechten in landen als Egypte en Algerije, hoewel ze deze landen niet met zoveel worden noemden. De Egyptische president, Hosni Mubarak, heeft tijdens een recent bezoek aan - het zelf fundamentalistische - Saoedi-Arabië gevraagd om steun in zijn gevecht tegen moslim-extremisten, die met hun aanslagen op de lucratieve toeristenindustrie een zware aanslag doen op de Egyptische economie.

Uit Saoedische regeringskringen komen de laatste tijd geregeld veroordelingen van moslim-extremisme. Het jongste voorbeeld daarvan was een preek op zondag, de dag waarop de pelgrimstocht naar Mekka, de Haj, haar hoogtepunt bereikte. Een vooraanstaande geestelijke haalde toen uit tegen terrorisme op de plaats waar de profeet Mohammed meer dan 1400 jaar geleden zijn laatste boodschap aan de gelovigen verkondigde. Paradoxaal genoeg is dat moslim-extremisme mede tot bloei is gekomen dank zij Saoedisch geld. Fundamentalistische groepen in de islamitische wereld hebben door de jaren heen altijd kunnen rekenen op Saoedische steun - de fundamentalisten die nu tot ergernis van de Saoedische autoriteiten in Soedan aan de macht zijn, zijn daarvan een voorbeeld - en ook nu nog zouden er instellingen in Saoedi-Arabië zijn die dergelijke groepen financieren.

Maar “er is geen rechtvaardiging (..) om de macht van de staat te ondermijnen, zijn gezag aan te vallen en de veiligheid van de natie en de staatsburgers te kwetsen”, verklaarden Fahd en Abdullah. “Wij in Saoedi-Arabië (..) onderstrepen dat strijd, confrontatie, geweld en extremisme nooit onderdeel hebben gevormd van de islam en dat nooit zullen doen.”

De koning en de kroonprins wezen op anti-islamitische xenofobie in Europa en elders. Zij toonden zich “verbaasd (..) dat sommige landen de islam zien als de macht die de menselijke beschaving zal vernietigen, de loop van het leven zal wijzigen en de mensheid naar de middeleeuwen zal terugvoeren”. “We zijn nog meer verbaasd dat sommigen bepaalde opinies, tegenstrijdigheden, gedragingen en onverantwoordelijke acties (door bepaalde moslims) hebben overdreven en op basis daarvan geheel foutieve conclusies hebben getrokken die soms neigen naar volledig antagonisme tegen de islam en de moslims.” Dergelijke “emotionele reacties (..) kunnen de belangen van alle betrokkenen bedreigen (..) en de kloof tussen onze landen en volken en die anderen verdiepen”.

Fahd en Abdullah verwezen ook indirect naar de recente verwikkelingen rondom de creatie van een mensenrechtengroep in eigen land, die in feite de kern vormde van een (ultra-conservatieve) binnenlandse oppositiegroep. “Het is waar dat mensen fouten maken en dat sommige werkwijzen mogelijk niet volmaakt zijn”, erkenden ze. Eerder was de groep illegaal verklaard en hadden alle oprichters hun regeringsfuncties verloren met de mededeling dat de mensenrechten worden gewaarborgd in een land waar de islamitische wet van kracht is. (Reuter)