Oude kleurenfilms in het Holland Festival

Het bescheiden filmaandeel in het Holland Festival bestaat naast de vertoning van documentaire beelden van grote dirigenten in het Filmmuseum, uit twee segmenten.

Het Soeterijntheater brengt onder de naam Cinema Indonesia (7 t/m 26 juni) de verfilming van een Balinees theaterstuk (Dongeng dari dirah), twee films uit de jaren dertig van Mannus Franken (Pareh, het lied van de rijst en de minder bekende propaganda-documentaire Tanah sabrang uit 1937), alsmede een tiental recente speelfilms, waarvan de meeste al eens in Nederland te zien waren, bij voorbeeld tijdens de Nederlandse Filmdagen of in het Zuidoost-Azië Filmfestival.

Een hommage aan Technicolor is het alibi om de zondagochtendcyclus van het Filmmuseum in Tuschinski tijdens het Holland Festival wekelijks voort te zetten. De eerste twee voorstellingen zijn traditiegetrouw zwijgend en begeleid door het Wurlitzer-orgel: op 6 juni The Toll of the Sea, een Madama Butterfly-variatie van Chester Franklin uit 1922, voorafgegaan door een vijf jaar jongere korte film uit 1927 over Napoleon en Josephine, The Lady of Victories. Douglas Fairbanks schittert op 13 juni in het spektakel The Black Pirate (Albert Parker, 1926), voorafgegaan door een Parijs' modejournaal uit 1929. Een week later is de in de annalen als eerste sprekende volledige kleurenfilm uit Hollywood bijgeschreven Becky Sharp (Rouben Mamoulian, 1935) te zien. Tot 1984 gold de verfilming van Thackeray's "Vanity Fair' als verloren, maar het film- en televisiearchief van UCLA zorgde voor een restauratie van de oorspronkelijke kleurversie.

De korte serie wordt op 27 juni afgesloten met een western van John Ford uit 1949, She Wore a Yellow Ribbon, die niet alleen vanwege de titel bekend staat als een hoogtepunt in de geschiedenis van de toepassing van Technicolor.