Ongeregeldheden gaan vooraf aan "top van Oslo'

OSLO, 2 JUNI. Terwijl het nationale voetbalelftal van Engeland met lichte ongerustheid uitkijkt naar de ontmoeting met Noorwegen, vanavond in het kwalificatieduel voor het wereldkampioenschap, stak vanmorgen in alle vroegte een ander, sluimerend probleem van het Engelse voetbal weer eens de kop op. Een deel van achthonderd aanhangers trok een spoor van vernieling door het centrum van Oslo.

De politie, die sprak van de ernstigste ongeregeldheden in de afgelopen vier, vijf jaar, verrichtte zeventig arrestaties. Een Engelse voetbalfan werd gisteren teruggestuurd omdat hij als een potentiële herrieschopper werd beschouwd.

In 1989 dreigde al eens uitsluiting voor een WK toen hooligans rond de wedstrijd Zweden-Engeland in Stockholm voor ernstige ongeregeldheden zorgden. Een jaar eerder had de Engelse regering er bij de voetbalbond op aangedrongen zich terug te trekken voor de eindronde van het Europese voetbalkampioenschap in Duitsland. Een advies dat niet werd opgevolgd.

De opleving van het voetbalvandalisme komt op een moment dat het Engelse voetbalelftal sportief angstige momenten beleeft. De ontmoeting met Noorwegen wordt wel betiteld als de “top van Oslo”. In groep 2 van de kwalificatieronden staan de Noren, ingedeeld in een poule met zogenoemde grootmachten Engeland, Nederland en Polen, op een eerste plaats. Weliswaar met een gelijk aantal punten als Engeland, maar met een beter doelsaldo (+15 tegen +12). Verlies zou de Britten wel eens fataal kunnen worden. Over een week zijn de Noren in Rotterdam tegenstander van Nederland. De eerste twee van de groep gaan volgend jaar naar het WK in de de Verenigde Staten.

Engeland heeft het zwaar. Na het slopende seizoen moest de nationale ploeg "nog even' naar Polen en Noorwegen. De eerste test, zaterdag in Chorzow, leverde met veel geluk een punt op: 1-1. De kritieken waren vernietigend, zowel van bondscoach Graham Taylor als de pers. Noorwegen geeft weinig aanleiding tot een vrolijke voorbeschouwing. Engeland won slechts vier van zijn laatste zestien Scandinavische confrontaties.

Gascoigne is te dik, vindt de bondscoach, Ince is morgen geschorst, Woods blunderde tegen Polen, Palmer is wel beschouwd een simpele draver met uitschuifbare benen, Barnes' fraaie vrije trap tegen Nederland is alweer vergeten, Walker ontbreekt het aan zelfvertrouwen. Zo zijn, samengevat, de geluiden uit Britse hoek.

Hoe anders gaat het toe bij de Noren, met vier basisspelers uit de Engelse league. Zij verloren in vijf duels pas een punt en denken dat ze met twee punten uit de wedstrijden tegen Engeland en Nederland (9 juni) aardig op weg zijn naar de Verenigde Staten. Bondscoach Olsen liet de opstelling gisteren al gestencild uitdelen, waar Taylor tot vlak voor de aftrap wacht.

Noorwegen heeft het zelfvertrouwen voor een stunt. Geen overspannen gedoe, de voetballers hebben geen psycholoog nodig. Aanvoerder Bratseth: “We praten met geen woord over de speelwijze van Engeland, net als in september tegen Nederland. Critici vonden het vreemd dat we Bergkamp en Van Basten geen persoonlijke bewaking gaven, maar wij spelen liever met zonedekking. Dat functioneert ook goed.”