Nasleep

Duits-Duitse verschillen aan de Müritz. Ook deze oevers zijn nu ingenomen door het westen. Door luxe auto's dus, dito kampeerspullen en surfplanken. Tussen deze overdaad houdt zich een schlemielig caravannetje schuil. Het heeft de kleur van een eierdoos en is ook verder onmiskenbaar DDR. De gordijntjes zijn dicht. Daarbinnen slapen schaamte en verbittering.

En nog zoiets.

Op onze lange, regenachtige omweg naar Polen (kraanvogels op een verre akker, visarenden op een hoog nest) houden we halt bij een wegcafé. In de kale gelagkamer zijn we de enigen. Via een deur op een kier staan we in contact met een achterzaaltje waar mannen zich onduidelijk beraden op de toekomst. Daar bespreken ze de Zucht van iets. De teelt van wat? Van koeien soms, of tarwe, suikerbieten?

Van bijen, zegt de waard. Want het zijn imkers in vergadering bijeen. Sinds de Wende kunnen zij hun honing niet meer kwijt. Hijzelf bijvoorbeeld. Hij had wel zestig bijenvolkeren. Nu niet meer dan drie. En dat komt ook - je hield bijen in je vrije tijd. Maar wie heeft er nu nog vrije tijd? Er wordt, zo zegt hij in een leeg café, nu vreselijk hard gewerkt. Wij bijvoorbeeld. Wij zijn de tweede Nederlandse auto al van deze week. Eerst was er een bloemenwagen uit Aalsmeer. Ja, ze weten hem wel te vinden, de Hollanders.

Zijn glimlach is een stuk beter dan zijn koffie.