Milieulobby: prijs van autorijden is te laag

UTRECHT, 2 JUNI. Als de automobilist alle kosten van het wegverkeer betaalde, zou de accijns op diesel en benzine ƒ 1,76 per liter bedragen. Nu is dat nog ƒ 0,56 voor diesel en ƒ 0,97 voor benzine. Het verschil zit in de kosten voor luchtvervuiling, geluidhinder en verkeersongevallen, waarvoor de automobilist tot nu toe op geen enkele wijze financieel verantwoordelijk wordt gesteld.

Dit schrijft de Europese Federatie voor Verkeer en Milieu in een rapport dat gisteren is aangeboden aan minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat). In de Federatie zijn 23 Europese milieu- en verkeerorganisaties vertegenwoordigd, waaronder de Nederlandse organisaties Natuur en Milieu, en Wijs op Weg. Behalve deelrapporten voor de diverse Europese ministers van verkeer heeft de Federatie ook een samenvattend rapport voor de Europese Commissie geschreven.

Volgens dit laatste rapport ("Getting the prices right') zou de prijs van diesel en benzine in Europa met gemiddeld 65 procent omhoog moeten en zou dit “weinig of geen gevolgen hebben voor de economie en de concurrentieverhoudingen”.

De Europese Federatie voor Verkeer en Milieu meent dat het wegverkeer en in mindere mate ook het vliegverkeer een “oneigenlijk concurrentievoordeel” hebben ten opzichte van de spoorwegen en de binnenvaart. In heel Europa zou het gaan om een “onbetaalde rekening” van 250 miljard gulden per jaar, in Nederland om 10 miljard. Als deze “onbetaalde rekening” werd vereffend, zou het brandstofverbruik in het wegverkeer met zo'n 30 procent dalen. De voorziene groei van het vliegverkeer zou 10 procent lager uitvallen, aldus de Federatie.

Voor het berekenen van de kosten van luchtvervuiling is uitgegaan van de prijs voor het terugdringen hiervan volgens de meest recente Europese richtlijnen. De kosten van geluidhinder zijn gebaseerd op de “bereidheid tot betalen” zoals deze is gemeten in enquêtes. Al langer is bekend dat de spoorwegen per reizigerskilometer vier keer veiliger zijn dan het wegverkeer wat betreft aantal dodelijke ongevallen.

Per jaar vinden 55.000 West-Europeanen de dood in het wegverkeer en vallen er twee tot drie miljoen gewonden.

Mochten de voorstellen van de Europese Federatie voor Verkeer en Milieu worden overgenomen, dan zullen de accijnzen net als nu per land verschillen. Frankrijk wordt met ƒ 2,35 per liter het duurst, gevolgd door Italië. In Zweden zal de prijs als gevolg van een grotere verkeersveiligheid en minder benzineverbruik per auto het laagst zijn: ƒ 1,61.