KNOV vraagt om stimulans door fiscale maatregelen

DEN HAAG, 2 JUNI. Het Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond (KNOV) vindt dat onderzoek en ontwikkeling in het midden- en kleinbedrijf door middel van fiscale maatregelen moeten worden gestimuleerd. Dit blijkt uit een politieke wensenlijst die KNOV-voorzitter J. Kamminga gisteren presenteerde met het oog op de verkiezingsprogramma's die de politieke partijen in de maak hebben.

De loonbelasting van medewerkers op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (R&D) moet volgens het KNOV fiscaal worden gecompenseerd. Verlaging van de loonkosten van R&D-medewerkers is vooral bij kleinere bedrijven van belang, aldus Kamminga, omdat deze post 70 procent van het budget voor onderzoek en ontwikkeling in beslag neemt.

Een fiscale stimulans zou een compensatie kunnen zijn voor de afschaffing van de subsidieregeling voor innovatie, een maatregel die volgens het KNOV het midden- en kleinbedrijf een “zware slag” heeft toegebracht. Dit is volgens de ondernemersorganisatie een schoolvoorbeeld hoe het ministerie van economische zaken in het verleden met het midden- en kleinbedrijf omsprong: “nonchalant en arrogant”.

Het KNOV bepleit in zijn wensenlijst afschaffing van het 40-procentstarief voor de eerste 250.000 gulden bedrijfswinst. Over het meerdere wordt 35 procent vennootschapsbelasting geheven. Dit "afstapje' is “discriminerend” ten opzichte van het midden- en kleinbedrijf, aldus het KNOV. Ook vindt het verbond dat de loon- en inkomstenbelasting moet worden verlaagd en dat de administratieve lastendruk voor bedrijven - een extra kostenpost van 8 miljard gulden volgens het KNOV - moet worden teruggedrongen.

Op het gebied van milieu acht het KNOV bestemmingsheffingen - waarbij de opbrengst terugvloeit naar de betreffende sector - wel aanvaardbaar, maar heffingen die inkomsten voor de staatskas genereren niet. Het werkgeversverbond vindt dat er op onderwijs en scholing niet meer kan worden bezuinigd. De overheidsinvesteringen in de infrastructuur moeten volgens het KNOV worden verhoogd tot 4 procent van het netto nationaal inkomen.

De stijging van de uitkeringen moet van het KNOV ook de komende jaren achterblijven op de loonontwikkeling. Het verschil tussen minimumloon en uitkering moet groter worden om arbeid aantrekkelijker te maken.