"Klok mag niet worden teruggedraaid'; Amnesty ongelukkig met conferentie mensenrechten

Van 14 tot 25 juni wordt in Wenen de Wereldconferentie van de Verenigde Naties over Mensenrechten gehouden. Amnesty International heeft grote reserves over deze monsterbijeenkomst.

LONDEN, 2 JUNI. “De timing van de Wereldconferentie over Mensenrechten is bepaald ongelukkig te noemen”, zegt Helena Cook, hoofd van de juridische afdeling van Amnesty International en hoofd van de Amnesty-delegatie naar de conferentie in haar Londense hoofdkantoor. “De wereld heeft de laatste jaren tal van ernstige crises gekend, de Golfoorlog, Joegoslavië, Somalië. Mensenrechten, interventie en inmenging zijn opeens heel gevoelige onderwerpen geworden. De regionale voorbereidende conferenties in Azië, Afrika en Latijns Amerika hebben heel grote verschillen in opvatting aan het licht gebracht. Op zo'n wereldconferentie komen die opeens in het middelpunt van de belangstelling te staan. Dat kan fout aflopen.”

Jarenlang is het mensenrechtendebat gedomineerd door de ideologische tegenstelling tussen Oost en West. Het verdwijnen van het Oost-West-conflict leek zo'n mooi moment om, vijfentwintig jaar na de vorige wereldconferentie in Teheran, nog eens plechtig de principes van de Universele Verklaring van de rechten van de mens te bevestigen. Maar als de conferentie één ding duidelijk heeft gemaakt is het dat de euforie ook hier voorbarig is geweest. Het Oost-West-conflict maakte eenvoudig plaats voor het Noord-Zuid-dilemma en het zijn deze keer vooral de Aziatische landen die kwesties als niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden, eigen culturele waarden en een specifieke, post-koloniale opvatting van het recht op zelfbeschikking hoog op de agenda plaatsten. Kern van dit oude conflict is een interpretatieverschil over de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten, die uiteenvallen in de zogenaamde burger- en politieke rechten en de sociale, economische en culturele rechten. Westerse regeringen en mensenrechtenorganisaties, die traditioneel meer waarde hechten aan de burger- en politieke rechten, spreken nu bezorgd van containment en het beperken van de schade die de conferentie zou kunnen aanrichten.

“De Aziatische landen, en daar valt voor de VN ook het Midden-Oosten onder”, zegt Cook, “hebben het gevoel dat de VN hen op dit moment het zwaarst onder vuur heeft waar het de mensenrechten betreft. Het inzetten van speciale VN-rapporteurs (zoals bijvoorbeeld Max van der Stoel in Irak - red.) heeft hen extra gevoelig gemaakt. Ze nemen nu heel harde standpunten in. Dat kan op zo'n conferentie gemakkelijk verkeerd uitpakken. Zo vraagt men nu om een rapport waarin het mandaat van de speciale rapporteurs, die tot op heden naar bevind van zaken handelden, nauwkeurig wordt omschreven. Dat is natuurlijk bedoeld om hun actieradius te beperken. In de loop der jaren is internationaal de consensus gegroeid dat kritiek op schendingen van mensenrechten géén inmenging is in de binnenlandse aangelegenheden van het land in kwestie. We willen niet dat de klok wordt teruggedraaid. Als zoiets zou worden geformaliseerd in een slotdocument, dan zijn we weer terug bij af.”

Cook is een van de opstellers van een lijvig, kritisch rapport over het mensenrechtenbeleid van de Verenigde Naties, getiteld Facing Up to the Failures. Hierin doet de organisatie aanbevelingen om het werk van het Mensenrechtencentrum in Genève en de vele commissies, rapporteurs en comités te stroomlijnen. Een van de voorstellen is de instelling van een hoge commissaris voor de mensenrechten, een onafhankelijke functionaris met vergaande bevoegdheden. Dat voorstel heeft al tot een storm van kritiek geleid. Je kunt, zeggen de critici, die functie niet vergelijken met de hoge commissaris voor de vluchtelingen. De vluchtelingenkwestie is een zuiver humanitair, neutraal onderwerp, maar mensenrechtenbeleid is bij uitstek een politieke kwestie. Een onafhankelijke mensenrechtencommissaris, dat is vragen om moeilijkheden en de Derde-wereldlanden zullen er onder geen beding mee akkoord gaan. “We hadden ons niet gerealiseerd hoe moeilijk de beraadslagingen voor de conferentie zouden worden”, geeft Helena Cook toe. “Ons idee was een stroomlijning van de organisatie. Zo'n commissaris moet autoriteit hebben, maar als er geen politieke wil bestaat is hij natuurlijk machteloos. Het risico dat de benoeming van een verkeerd persoon tot brokken leidt, bestaat altijd. Maar reëler is denk ik het gevaar dat de persoon in kwestie gewoon niets doet.”

De voorbereiding voor de conferentie heeft aangetoond, meent Cook, dat er absoluut geen sprake is van meer neutraliteit. “De accenten zijn slechts verschoven, bijvoorbeeld naar mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking: mag je ontwikkelingshulp afhankelijk stellen van het mensenrechtenbeleid? Veel Derde-wereldlanden gebruiken de nadruk op de sociaal-economische rechten als scherm om repressie te rechtvaardigen.”

De Verenigde Naties maken, ook waar het de bestrijding van mensenrechtenschendingen betreft, een weinig effectieve en heel bureaucratische indruk. Is Amnesty International, toch een van de belangrijkste informanten van de VN, niet bezig zichzelf op te blazen door steeds maar om meer bureaucratische 'mechanismen' te roepen? “Ik denk dat we het wel aankunnen”, zegt Cook na enige aarzeling, “maar het secretariaat van de VN kan dat beslist niet. Het aantal rapporteurs neemt steeds toe en dat is een reëel gevaar voor de organisatie. Maar sommige van onze angsten komen ook niet uit. De mensenrechtencommissie van de VN (die jaarlijks zes weken in Genève vergadert - red.) heeft er dit jaar tien nieuwe leden bij gekregen, allemaal uit de Derde wereld. Wij dachten dat dat tot verlamming zou leiden, omdat zij bijvoorbeeld tegen onderzoek in individuele landen zijn. Maar de commissie is dit jaar juist heel actief geweest, er zijn 96 resoluties aangenomen. Natuurlijk vind je daarin wel de preoccupaties van de nieuwe leden terug. Zo is er bijvoorbeeld een speciaal rapporteur voor racisme en xenofobie benoemd, en een rapporteur voor de bezette gebieden in Israël. Maar daarnaast is de commissie toch ook akkoord gegaan met een rapporteur voor vrijheid van meningsuiting en speciale landenrapporteurs voor Soedan en Zare.”

Een absolute ramp wordt de conferentie, vindt Cook, als er een totaal onbruikbaar slotdocument wordt aangenomen, of, erger nog, als het slotdocument bestaande praktijken aan banden gaat leggen. “De hele conferentie ademt een sfeer van totale onvoorspelbaarheid. En dat is heel gevaarlijk.”