Holland Festival begint met luid bejubelde Pelléas

Voorstelling: Pelléas et Mélisande van C. Debussy door de Nederlandse Opera en het Rotterdams Philh. Orkest o.l.v. Simon Rattle m.m.v. Philip Langridge, Elise Ross, Willard White, Robert Lloyd, Felicity Palmer, Gaële le Roi, Charles van Tassel en Leo Geers. Decor: George Tsypin; kostuums: Dunya Ramicova; regie: Peter Sellars. Gezien: 1/6 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: 4, 8, 11, 13, 18, 23/6.

In aanwezigheid van koningin Beatrix, prins Claus, premier Lubbers, vice-premier Kok en o.a. minister d'Ancona (WVC) is gisteravond in het Amsterdamse Muziektheater het Holland Festival begonnen met een na afloop luid toegejuichte voorstelling van Debussy's Pelléas et Mélisande door de Nederlandse Opera en het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Simon Rattle.

De enscenering van de Amerikaanse regisseur Peter Sellars is de laatste die hij maakte voor het grote internationale operapodium. Sellars gaat zich toeleggen op kleinere produkties voor zijn festival in Los Angeles. Daar wil hij de verschillende bevolkingsgroepen tot elkaar brengen en daar is ook deze Pelléas et Mélisande gesitueerd.

Wat we in het Amsterdamse Muziektheater zien is een beeld van de Amerikaanse samenleving die in de ogen van Sellars tot het uiterste is gegaan. De grenzen van de Frontier zijn bereikt op het strand van Malibu: het onmetelijke land is van oost- tot westkust in bezit genomen en geconsumeerd. De smerige resten daarvan worden in zee gespuid door een rioolpijp. Daaromheen zwerven daklozen. De Pacific is de goot van Amerika.

Het is een samenleving op de rand van de afgrond en daarboven hangt een huis tegen de rotsen. Luxe en goede smaak heersen er, maar ook bederf, ouderdom en dreigende dood. Het zijn echter niet de vaders en grootvaders op hun ziekbed die uiteindelijk sterven. Het is de jongere generatie: Pelléas, wegens overspel door zijn broer Golaud gedood, en de daarbij gewonde Mélisande, het meisje dat door Golaud uit de goot werd opgediept en met wie hij trouwde. Golaud wordt gearresteerd door de politie van Los Angeles. De zojuist geboren dochter van Mélisande blijft achter - voor de kindskinderen is er nog hoop is de uiteindelijke boodschap.

De actualisering van de opera verplaatst het nu precies een eeuw oude symbolistische gegeven van Maeterlinck naar het realistische heden. Het decor is fraai met een zee van tl-buizen: prachtige beelden waarop men in vijf minuten is uitgekeken. Want net als in zijn in New York gesitueerde Mozart-ensceneringen, doet Sellars daarmee verder weinig tot niets. De actualisering maakt het gegeven niet herkenbaarder, begrijpelijker of eigentijdser. Wel ontstaan hinderlijke anachronismen die worden benadrukt door de boventiteling. De teksten spreken over een kasteel, een toren en takken, die we niet zien. Golaud hanteert een zwaard in plaats een revolver, zoals men zou verwachten. En wat doet oude royalty uit Allemonde in de USA? Vier tv-monitors rondom de lijst tonen sommige details vanuit een iets andere hoek, maar wel zwart-wit en ook nog kleiner dan het live-toneelbeeld.

Eén moment lijkt Sellars terzake te komen: de scène met de ter slachting opgedreven schapen wordt vertaald in een politieoptreden tegen dakloze zwervers. Maar de slappe suggestie van geweld maakt geen echte indruk. Voor wie één keer de videobeelden heeft gezien van de gewelddadige arrestatie van Rodney King door de politie van Los Angeles, is dit slechts kinderspel, theater, geen reden een stad in brand te steken.

Het is alsof Sellars terugdeinst voor de werkelijkheid in zijn realisme. De diepere oorzaken van de door hem gesignaleerde dreigende ondergang van de samenleving en de redenen tot nieuwe hoop kunnen ook niet worden opgehelderd. "Wat is de waarheid?', vraagt prins Golaud aan Mélisande. Ze blijft het antwoord schuldig. "Je weet niet wat het is, de ziel', zegt de oude koning Arkel.

Het symbolisme van Maeterlinck, dat Pelléas et Mélisande plaatst tussen Parsifal van Wagner en Blauwbaards Burcht van Bartók blijft eentijdsverschijnsel, een zich teweerstellen tegen de rationele verklaring van de menselijke psyche door Freud. Dan liever de mythische aanpak van Grüber in Parsifal, de voorstelling waarmee in september het volgende operaseizoen wordt geopend. Of die van Herbert Wernicke in Blauwbaards Burcht, die toonde dat een mysterie per definitie onverklaarbaar is.

Muzikaal en vocaal is deze Pelléas et Mélisande een wonder. Simon Rattle laat het Rotterdams Philharmonisch Orkest drie uur lang op het hoogste niveau spelen met een ongekend weelderige en gedetailleerde klank: helder en karaktervol, een eindeloze stroom nuances die zich niet verliest in wazigheid. Strijkers en blazers zijn in perfecte balans. Rattle en de Rotterdammers zijn gezamenlijk hevig verliefd op deze muziek die de voorstelling zoveel meer reliëf geeft dan de toneelbeelden.

En er wordt over de hele linie fantastisch gezongen. Elise Ross, de echtgenote van Rattle, mist als Mélisande misschien wat pure stemschoonheid, maar haar vertolking past uitstekend bij haar wat kinderlijke uitbeelding van de rol. Verder telt de cast de beste oude bekenden van de Nederlandse Opera. Willard White is een bewogen en gekwelde Golaud. Robert Lloyd is een prachtig doorleefde Arkel. En Philip Langridge is een geweldige Pelléas, met zijn gave lyriek telkens wisselend van jeugdig enthousiasme naar totale depressiviteit.