Fracties van PvdA en CDA stellen voor aanspraken in wet vast te leggen; Beter pensioen voor gescheiden vrouwen

DEN HAAG, 2 JUNI. De fracties van PvdA en CDA willen de pensioenaanspraken van gescheiden vrouwen verdergaand verbeteren dan staatssecretaris Kosto (justitie) van plan is. Dat bleek gisteren in de Tweede Kamer tijdens een debat over het wetsvoorstel om de alimentatieduur te beperken en tegelijkertijd het recht van met name gescheiden vrouwen op het pensioen van hun ex-echtgenoot in de wet vast te leggen.

Tot nu toe hebben alleen vrouwen die na 1981 zijn gescheiden recht op een deel van het pensioen van hun ex-echtgenoot. De Hoge Raad bepaalde in november van dat jaar dat vrouwen recht hebben op een deel van het pensioen, maar het arrest had geen terugwerkende kracht. PvdA en CDA in de Kamer willen nu ook vrouwen die voor 1981 zijn gescheiden via een beroep op de rechter alsnog een deel van de opgebouwde pensioenrechten geven. Dat moet de rechter beoordelen “op grond van billijkheid en redelijkheid”.

Vrouwenorganisaties wezen er de afgelopen jaren op dat vrouwen bij wie de echtscheiding vóór het arrest van 1981 werd uitgesproken, vooral vrouwen zijn die getrouwd waren in een tijd dat de vrouw thuis bleef om man en kinderen te verzorgen. Daardoor waren zij economisch volkomen afhankelijk van de man en hadden ze geen gelegenheid om pensioenrechten op te bouwen door het buitenshuis verrichten van betaalde arbeid. Het zou om ongeveer 60.000 vrouwen gaan.

Staatssecretaris Kosto voelt echter niets voor het wijzigingsvoorstel van PvdA en CDA. Toekenning van deze rechten met terugwerkende kracht is volgens hem een juridisch monstrum. Ook de Hoge Raad heeft dit in 1981 juist uitdrukkelijk willen uitsluiten, onderstreepte hij gisteren. Kosto ontraadde het voorstel. Bij de stemming zal blijken in hoeverre CDA en PvdA vasthouden aan hun eis.

De Tweede Kamer ging wel akkoord met het voorstel om de duur van alimentatie met ingang van volgend jaar tot twaalf jaar te beperken. De alimentatieduur is nu onbeperkt. Aan bestaande alimentatie-uitkeringen moet na twintig jaar een einde komen, vindt het kabinet. In bijzondere gevallen kan de rechter besluiten de alimentatieduur te verlengen.