EG voert werkweek in van 48 uur

BRUSSEL, 2 JUNI. Na drie jaar onderhandelen heeft de Europese Gemeenschap gisteren in Luxemburg besloten tot invoering van de 48-urige werkweek. Het besluit zal op den duur vooral consequenties hebben voor Groot-Brittannië dat zich altijd heeft verzet tegen een Europese regeling voor werktijden.

Na afloop van de vergadering liet de vorige week nieuw benoemde Britse minister van sociale zaken, David Hunt, weten dat Groot-Brittannië de juridische basis van de nieuwe richtlijn zal aanvechten voor het Europese Hof van Justitie. Londen vindt dat invoering van de 48-urige werkweek ten onrechte wordt gebaseerd op argumenten van veiligheid en gezondheid op de werkvloer. Die argumentatie maakt het mogelijk om bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten te nemen. Volgens de Britse regering gaat het louter om een sociale maatregel, en voor EG-beslissingen op dat terrein is unanimiteit nodig.

Voor Nederland verandert er in de praktijk niet veel. De 48-urige werkweek werd in dit land al in 1919 ingevoerd en die is voor het overgrote deel van de werknemers inmiddels teruggebracht tot gemiddeld 40 uur. Maar in Groot-Brittannië kennen nog miljoenen arbeiders, naar schatting 16 procent van de beroepsbevolking, een werkweek die langer is dan 48 uur. Vorig jaar nog becijferden de Britse werkgevers dat het dwingend beperken van de werkweek tot 48 uur hen meer dan 5 miljoen pond zou kosten.

Een besluit over een EG-regeling voor arbeidstijden de afgelopen jaren steeds uitgesteld om de Britten niet voor het hoofd te stoten. Maar gisteren, op een bijeenkomst in Luxemburg onder Deens voorzitterschap, besloten de ministers van sociale zaken een beslissing te forceren. Ook werd onder andere afgesproken dat werknemers recht hebben op een betaalde vakantie van ten minste 4 weken per jaar, dat er tenminste één rustdag in de week moet zijn en dat er gedurende de nacht gemiddeld niet langer dan 8 uur gewerkt mag worden. De Britse minister onthield zich van stemming.

Hunt toonde zich wel opgetogen over het feit dat een aantal belangrijke angels uit de definitieve richtlijn zijn gehaald. De EG-lidstaten moeten de werkweek van gemiddeld 48 uur (gerekend over een periode van vier maanden) binnen drie jaar officieel hebben ingevoerd, maar Groot-Brittannië krijgt daar boven op een uitstel met nog eens zeven jaar. Tevens is een groot aantal sectoren of bedrijfstakken (zoals bewakingsdiensten, ziekenhuizen, luchthavens, brandweer, gas- en elektriciteitsbedrijven) uitgezonderd van de richtlijn. Bovendien mogen werknemers op verzoek van hun baas langer dan 48 uur blijven werken, als ze dat tenminste op vrijwillige basis doen. Maar ze kunnen daartoe - over zo'n 10 jaar als de richtlijn ook in Groot-Brittannië van kracht wordt - niet meer worden gedwongen.