Dr. Vojislav Seselj, de stem van de haat en het geweld

Het wordt steeds stiller op het politieke toneel in Belgrado. Na het onvrijwillige vertrek van vredesduif en federaal premier Milan Panic in december en dat van de iets minder uitgesproken vredesduif en federaal president Dobrica Cosic, gisteren, zijn er nog maar twee hoofdrolspelers over: de Servische president Slobodan Milosevic en Vojislav Seselj, de man die Cosic wipte. In wezen heeft Milosevic het in Belgrado even alleen voor het zeggen, want Seselj, leider van de Servische Radicale Partij, is oppositie. Zijn succesvolle hinderlaag tegen Cosic onderstreept echter het toenemende belang van zijn rol.

Vojislav Seselj (1948) is de belichaming van het Servische nationalisme in zijn meest extreme, gewelddadige en racistische vorm. Ooit was het anders: toen Tito's geheime politie hem, een uit de communistische partij gegooide lector in de sociologie aan de universiteit van Sarajevo, in 1984 oppakte omdat hij in een artikel - een nooit gepubliceerd artikel - had beweerd dat Joegoslavië geen socialistisch land was, ontfermden Westerse mensenrechtenorganisaties en Westerse media zich langdurig over dr. Vojislav Seselj: een heuse dissident en politiek gevangene. Acht jaar gevangenisstraf kreeg hij toen - een illustratie dat men indertijd in Bosnië nationalistische afwijkingen van de titostische leer altijd een graadje strenger bestrafte dan elders in de toenmalige federatie. Seselj was in het midden van de jaren tachtig nog heel lang een Joegoslavische Sacharov. Hij werd na twee jaar vrijgelaten - een zege voor de zaak van de mensenrechten.

Van Seselj hoorde de buitenwereld pas weer na het begin van de oorlog in Joegoslavië. Het was een andere Seselj: de Joegoslavische Sacharov, inmiddels oprichter en leider van een radicale partij, ontpopte zich al heel snel als een havik van de meest bloeddorstige soort die zich van niets en niemand iets aantrok. “We erkennen de wet niet, dus wat we doen is niet illegaal”, zei hij in juli 1991 in een gesprek met deze krant.

Hij heeft die opvatting sindsdien consequent in de praktijk gebracht. Voor een deel was zijn geweld verbaal: Albanezen zijn Untermenschen die niet thuishoren in de Servische provincie Kosovo en die, alle twee miljoen, moeten opkrassen. Kroaten zijn “fascisten” die men “met een roestige lepel de ogen moet uitsteken”. Het was Seselj die na het uitbreken van de oorlog aandrong op het bombarderen van Ljubljana en Zagreb. Tegenwoordig bepleit Seselj bombardementen op Italië, met SS 22-raketten wel te verstaan, wegens de rol die Italië speelt bij het afdwingen van het vliegverbod boven Bosnië.

Maar Seselj liet het niet bij verbaal geweld. Hij organiseerde na het begin van de oorlog tegen Kroatië in Belgrado ongeregelde cetnik-milities die 's nachts de Donau overstaken om in Kroatië te moorden, te plunderen, te folteren. Hij beriep zich er zelfs op aan de wieg van de oorlog te hebben gestaan, want het waren zijn mannen geweest die in Borovo Selo twaalf Kroaten hadden gedood - en dat incident wordt als het startpunt van de oorlog gezien. Tegenwoordig beperkt zijn actieve bemoeienis zich tot het aanwakkeren van geweld en het organiseren van "etnische zuiveringen' in Bosnië.

Sommigen in Belgrado houden hem voor geestesziek: Tito's politie zou hem in 1984 zo langdurig hebben gefolterd dat zijn psychiatrisch dossier meer dan vuistdik is en hij elk jaar een tijd lang naar een kliniek moet. Niettemin: voor menige Serviër is Vojislav Seselj een held: leidde hij in 1991 nog een eenmansfractie in het parlement, in december vorig jaar was zijn aanhang gestegen tot 34 procent van de stemmen en 73 van de 250 parlementszetels. Daarmee is deze partij van excessief lawaai, van rassenhaat en geweld, de tweede partij van Servië. In hoeverre hij echter optreedt in samenspraak met zijn mentor Milosevic is onduidelijk. Seselj heeft lang hardop gezegd wat Milosevic dacht en nooit kritiek op Milosevic geuit, zelfs niet als die, om politieke redenen, hem en zijn Radicalen buitenspel zette, bijvoorbeeld door hem van de staatstelevisie te weren. Maar anderzijds - zonder stilzwijgende instemming van Milosevic had Seselj nooit Panic en Cosic kunnen wippen.

    • Peter Michielsen