Democratie in Cambodja

DE CAMBODJAANSE verkiezingen voeren het Khmer-volk als het ware langs zijn recente kommervolle geschiedenis. De beste kansen maakt de zoon van prins Norodom Sihanouk, de vorst die destijds vergeefs heeft geprobeerd zijn land met behulp van een soort monarchaal-republikeinse staatsvorm en een op de vroegere kolonisator Frankrijk gericht nominaal neutralisme voor de troebelen van de Indochinese oorlog te bewaren.

De Rode Khmer, soms Sihanouks doodsvijand, soms zijn bondgenoot, heeft als partij niet aan de onder auspiciën van de Verenigde Naties georganiseerde stembusstrijd willen deelnemen. De gevreesde grootscheepse geweldsgolf om de verkiezingen onmogelijk te maken is uitgebleven, op sommige plaatsen kwamen de guerrilla-strijders zelfs hun stem uitbrengen. De grote opkomst van de bevolking bij de verkiezingen mag zonder meer als een politieke nederlaag worden beschouwd voor de verantwoordelijken van de "killing fields' uit de jaren zeventig.

De zogenaamde nationalisten die Sihanouk in 1970 via een generaalscoup hadden afgezet, maar die later met de prins pacteerden tegen de Vietnamezen en hun zetbazen in Phnom Penh, is slechts een schamel percentage gegund. Onder bepaalde omstandigheden zouden zij een wippositie kunnen verwerven, maar hun programma is te onduidelijk en te opportunistisch om van een inbreng van die kant veel te verwachten.

Ten slotte dan de regeringspartij, een club van door de Vietnamezen achtergelaten doorgewinterde communisten aan wie evenwel de ideologische omslag naar markteconomie en democratie niet is voorbijgegaan. Alleen, nu de uitslagen tegenvallen worden er plotseling bedenkingen geopperd. Onregelmatigheden bij de verkiezingen zouden in verschillende provincies tot herstemming moeten leiden, een eis die normalisering van de Cambodjaanse samenleving dreigt onmogelijk te maken. De VN hebben de eis dan ook afgewezen met het overtuigende argument dat er van grootscheepse fraude niets is gebleken en dat democratie nu eenmaal pijn kan doen. Uiteindelijk blijkt zich een politieke tweekamp te voltrekken, ogenschijnlijk tussen de Sihanouk-aanhang en de regeringspartij, maar, nauwkeuriger bezien, binnen de regeringspartij zelf waar de kritiek op het verloop van de verkiezingen wordt gehoord in kringen die niets van de Sihanouks willen weten.

DE GROTE VERDIENSTE van het tijdelijke VN-bestuur over Cambodja staat buiten twijfel. Maar onzeker is of de op zichzelf succesvolle volksraadpleging uiteindelijk meer oplevert dan de formule van het minste kwaad, of de transplant-democratie tot leven kan worden gebracht. De vraag die rest is helaas dezelfde als die kon worden gesteld toen het VN-plan het licht zag: kan het verscheurde Cambodja ertoe worden gebracht zijn meningsverschillen op vreedzame manier politiek te regelen? De opvallend ruime opkomst suggereerde dat de kiezers daar een ja op wilden laten horen, maar partijen dreigen er nu alsnog een nee van te maken.