Computer belegt in aandelen; Kwantitatieve vermogensbeheerder wil Nederlandse markt veroveren

AMSTERDAM, 2 JUNI. Rosenberg Institutional Equity Management (RIEM) belooft wat veel vermogensbeheerders beloven: een beter dan gemiddeld rendement en weinig risico. Het Amerikaanse bedrijf onderscheidt zich van veel andere aanbieders door de methode die het gebruikt: RIEM vertrouwt helemaal op een zelf ontwikkeld computerprogramma dat ondergewaardeerde aandelen opspeurt. Andere money managers gaan af op het oordeel van analisten.

In de Verenigde Staten heeft RIEM ruim vijftig klanten, pensioenfondsen en beleggingsfondsen, die elk ten minste 75 miljoen dollar aan de software van RIEM hebben toevertrouwd. Tot nu toe heeft RIEM, met een belegd vermogen zo'n vijf miljard dollar een van de honderd grootste institutionele beleggers in Amerika, gedaan wat het belooft heeft: een door de klant gekozen benchmark, een beursindice zoals de Standard & Poor's of de Dow Jones, verslagen met een gemiddeld vier procent hoger rendement.

REIM wil nu ook Britse, Nederlandse en Deense pensioenbeheerders warm maken voor dit beleggingsconcept. Vanuit een vorig jaar geopend kantoor in Londen probeert RIEM de pensioenfondsen zo ver te krijgen dat ze 10 miljoen pond, de minimum inleg, door de RIEM-computers in aandelen laten beleggen. Tot nu toe heeft nog niemand toegehapt. “De ervaring leert dat het soms jaren duurt voordat institutionele beleggers in zee gaan met een nieuwe vermogensbeheerder”, zegt Jennie R. Paterson, marketing directeur van Rosenberg Europe.

RIEM is in 1985 opgericht door de Berkeley-econoom Barr Rosenberg (50). Hij ontwikkelde een kwantitatieve manier van beleggen die gebaseerd is op de veronderstelling dat de aandelenmarkten niet efficiënt zijn. In een volkomen efficiënte markt is alle aanwezige informatie al in de koersen verwerkt en valt in principe geen geld te verdienen door ondergewaardeerde aandelen te kopen. Dat is de theorie. De praktijk zit volgens Rosenberg anders in elkaar.

In het RIEM-hoofdkwartier in Californië staat een groot computersysteem te snorren dat dag en nacht 9000 beursgenoteerde bedrijven in de gaten houdt. Van deze ondernemingen zijn er 3600 in de VS genoteerd, 2800 in Europa (108 uit Nederland) en 1800 in Japan. Door abonnementen op tientallen databanken worden in de RIEM-computer koersen, omzet op de diverse beurzen en financiële gegevens zoals activa, omzet en winst verwerkt.

Het computerprogramma geeft aan welke aandelen ondergewaardeerd zijn en dus gekocht moeten worden. De computer geeft het signaal "verkopen' zodra de waarde van de aandelen het peil nadert dat in lijn met de verwachting ligt.

RIEM deelt de ondernemingen niet, zoals beleggingsanalisten, in per sector, maar breekt de concerns als het ware in mootjes en vergelijkt de prestaties van die onderdelen weer met andere stukjes van bedrijven in een vergelijkbare sector. RIEM onderscheidt 166 sectoren. Een voorbeeld: RIEM vergelijkt Nedlloyd niet met een ander algemeen transportconcern, maar beordeelt Nedlloyds divisie wegtransport met Frans Maas en de divisie containerlijnvaart met een vergelijkbare werkmaatschappij van het Britse conglomeraat P & O.

Na deze fijnmazige vergelijking telt het computerprogramma de afzonderlijke bedrijfsonderdelen weer bij elkaar en concludeert of het bedrijf als geheel onder- of overgewaardeerd is. Uit de numbercrunching van het expertsysteem rolt uiteindelijke een getal, de alpha, die aangeeft in hoeverre het aandeel ondergewaardeerd is. Hieraan heeft RIEM de naam de Alpha-fabriek overgehouden. De portefeuille van RIEM wordt aan de hand van de alpha's continue geoptimaliseerd.

Andere vermogensbeheerders, die niet volgens de kwantitatieve methode werken, evalueren hun portfolio wekelijks of zelfs maandelijks. Zij gaan af op de visie van analisten die bepaalde sectoren of regio's aanbevelen. Analisten maken overigens ter ondersteuning ook gebruik van kwantitatieve methoden, maar de uiteindelijke beleggingsbeslissing nemen ze zelf.

De 68 mensen die bij RIEM werken, laten de aan- en verkoopbeslissingen over aan het computersysteem. “Als we beslissingen willen benvloeden, moeten we de programmatuur veranderen of de computer voeden met andere gegevens”, zegt Paterson.

Volgens Paterson is de Nederlandse markt rijp voor dit systeem. De Nederlandse markt is niet alleen gekozen om de enorme hoeveelheden geld die Nederlandse pensioenfondsen in kas hebben. De houding ten opzichte van kwantitatieve beleggingsmethodes heeft de doorslag gegeven. “Nederlandse institutionele beleggers staan open voor dit soort methoden”, aldus Paterson, die maandelijks bezoeken aflegt bij Nederlandse pensioenfondsen.

“Over een jaar moeten we de eerste klanten hebben”, zegt Paterson. Wie in zee gaat met RIEM, betaalt 0,5 procent over het belegde vermogen als de benchmark wordt gehaald en 0,1 procent voor elke extra procentpunt rendement dat de computer weet te maken.