Bestrijding criminaliteit heeft prioriteit in Verenigd Europa; Vrij personenverkeer blijft illusie

KOPENHAGEN, 2 JUNI. Het ziet er steeds meer naar uit dat vrij personenverkeer voor ieder die binnen de twaalf EG-landen reist een illusie is. Negen landen slagen er dit jaar zeker niet meer in nog drie resterende conventies af te sluiten met zogeheten "compenserende maatregelen'. Drie landen lijken definitief te hebben afgehaakt - zij streven al niet meer naar het ideaal dat iedere wereldburger zonder pascontrole van Lissabon naar Kopenhagen kan reizen. Ierland, Groot-Brittannië en Denemarken houden vast aan hun eigen interpretatie: binnen Europa vrij reizen is alleen bedoeld voor EG-burgers en dus moet er ook aan de binnengrenzen controle blijven.

Grote politieke en praktische problemen tussen de negen landen verhinderen akkoorden over de bewaking van de buitengrens, de verdeling van asielverzoeken over de lidstaten en de invoering van een Europees politie-informatiesysteem. Alle lidstaten raken er steeds meer van overtuigd dat de Europese burger meer behoefte heeft aan een betere bescherming tegen criminaliteit dan aan het wegnemen van tijdelijk oponthoud aan de grens. Het "Europa zonder grenzen' dreigt uit te draaien op een lappendeken van hele en half-doorlatende grenzen, waar de EG-burger hooguit op een soepeler behandeling kan rekenen.

Gisteren en vandaag werd tijdens een bijeenkomst van ministers van immigratie in Kopenhagen duidelijk dat de fut is verdwenen uit het idealistische project "Europa 1992'. Het Verenigd Koninkrijk en Spanje kunnen het absoluut niet eens worden over de controle aan de onderlinge grens bij Gibraltar. Het diepgevoelde geschil over de soevereiniteit over deze Britse "kolonie' verhindert zo een Europees akkoord over de bewaking van de gemeenschappelijke buitengrens. Ook de Overeenkomst van Dublin, waarin is vastgelegd welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek, is pas door zes van de twaalf lidstaten getekend. De invoering van een Europees computersysteem dat de grenspolitie aan de EG-buitengrens justitiële gegevens moet verstrekken ligt jaren achter op schema. Zonder deze verdragen is geen enkele lidstaat bereid de grenscontrole af te schaffen.

Een pleidooi van Europees Commissaris Vanni d'Archirafi voor een nieuwe datum voor de invoering van het "Europa zonder grenzen' werd door de ministers gisteren vrijwel genegeerd. Een diplomaat van het Deense EG-voorzitterschap omschreef de houding van de ministers als op z'n best "aarzelend'. Na het jarenlang opkloppen van "1992' als invoeringsdatum wilden ze zich niet nog eens de vingers branden, zo verklaarde deze bron. De aarzeling steekt echter dieper. Ook D'Archirafi gaf na afloop toe weinig politieke bereidheid te hebben aangetroffen. De commissaris wilde eerst nog een bijeenkomst van de ministers van de negen "Schengen'-landen eind juni afwachten, alvorens conclusies te trekken over het definitieve lot van het "Europa zonder grenzen'. Maar in de wandelgangen werd algemeen aanvaard dat Europa inmiddels de koers heeft verlegd. Vrij personenverkeer voor de burger heeft geen politieke prioriteit meer. De nadruk ligt op verbeterde politiesamenwerking ter bestrijding van criminaliteit en illegale immigratie. Daarin past niet het afschaffen van controles, maar juist het verbeteren ervan.

Alleen de Europese Commissie houdt nog voluit vast aan het ideaal van het vrije personenverkeer, als belangrijk symbool van wat "Europa' voor de burger kan betekenen. Maar ook Brussel moet erkennen dat de EG bij het vrije personenverkeer al duidelijk voor twee snelheden had gekozen. Europa had zich immers al verdeeld in de "Schengen-groep' en de drie twijfelaars: Ierland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. De Commissie meent dat de groep van negen nog dit jaar technisch in staat moet zijn om de controles aan de binnengrenzen op personen af te schaffen. Voor de drie overblijvers hield men het gisteren in Kopenhagen op een datum "na 1994', als het er al ooit van zal komen.

Brussel heeft moeten aanvaarden dat tussen Duitsland en Denemarken en rond de Britse eilanden nog jarenlang een grens zal lopen waaraan ook EG-burgers de kans lopen te worden gecontroleerd. Als troost voor Brussel gold dat ook in de drie achterblijvende landen de persoonscontrole voor EG-burgers wel sterk zal worden versoepeld. Het lijkt er nu echter op dat het hierbij blijft. Niet alleen bij de drie "achterblijvers', maar ook in de kopgroep van de negen Schengen-landen wordt nu de meeste vaart gezet achter een betere politiesamenwerking en een effectievere controle, en veel minder op een grotere bewegingsvrijheid voor de EG-burger.

Illustratief lijken de afspraken die vorige maand in het Deense plaatsje Kolding tussen Nederland, Frankrijk en België zijn gemaakt over bestrijding van het drugtoerisme. Aan de doorgaande autowegen zal juist meer, in plaats van minder worden gecontroleerd op reizigersverkeer. Auto's met Franse of Belgische kentekens die vaak de grens overgaan, zouden van drughandelaren kunnen zijn; in de grensstreek zal de Nederlandse politie moeite gaan doen om die te signaleren. Dat is maar één stap verwijderd van routinecontroles aan de grens zelf. Minister Hirsch Ballin verdedigde dergelijk politie-optreden met het argument dat veiligheid een hogere prioriteit heeft dan vrij personenverkeer.

Hoe het "Europa zonder grenzen' er straks zal uitzien is vermoedelijk nu al zichtbaar aan de grenzen met de drie twijfelaars: Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk. Deze landen hebben voor zichzelf al besloten hoe dan ook hun grenzen met Europa als buitengrens te blijven beschouwen. EG-burgers kunnen daar hooguit rekenen op een voorkeursbehandeling. Er zullen aparte "groene corridors' worden ingesteld, waar reizigers louter na het tonen van een EG-paspoort kunnen worden doorgewuifd. Maar reizigers uit niet EG-landen zullen zich ook in de toekomst aan deze EG-binnengrens moeten blijven melden.

    • Folkert Jensma