Aan Yang Tse verrijst nieuwe metropool

De enorme groei in China is niet langer beperkt tot de kustprovincies. Grote steden langs de Yang Tse-rivier kregen midden vorig jaar dezelfde privileges als de "open' kuststeden. Nieuwe metropool is Chongqing. Eerste reportage in een serie.

CHONGQING, 2 JUNI. Chongqing, met 15 miljoen inwoners de grootste gemeente van China, 2.000 km uit de oostkust, is een levende demonstratie dat de snelle economische ontwikkeling in China niet tot de grote kuststeden beperkt is. Vergeleken met acht jaar geleden heeft de immense, heuvelachtige agglomeratie haar rommelige plattelandskarakter verwisseld voor dat van een uit zijn voegen barstende rivier-metropool, die wellicht de grootste landinwaarts gelegen stad ter wereld is.

De aankomst uit de lucht is de aangenaamste in heel China. Er is een nieuwe hypermoderne, efficiënte luchthaven, een verademing vergeleken bij de chaotische, verstopte, veel te kleine vliegvelden van Peking, Shanghai en Kanton, die permanent in verbouwing en uitbreiding zijn. Het is tot dusver nog het enige vliegveld in China vanwaaruit je over een vierbaans, kruisingvrije snelweg in minder dan een uur naar de stad kunt rijden. De zon schijnt nog ook, wat zeldzaam is in deze stad die berucht is om haar bijna permanente mist het hele jaar rond, veroorzaakt door het diepe rivierdal en de damp van de twee rivieren. In de zomer is het de heetste van China's "drie grote ovens' (Nanjing, Wuhan, Chongqing) met temperaturen van 40ß8 Celsius en meer.

Te oordelen aan het straatbeeld, de nieuwe (hoog)bouw, de mode, het aantal lokaal gemaakte auto's en het assortiment aan goederen in de winkels en warenhuizen ligt de levensstandaard hier nauwelijks lager meer dan in de grote kuststeden. De nieuwe hoogbouw is voor een belangrijk deel het werk van overzeese Chinese beleggers. “Er zijn negentig onroerend-goedmaatschappijen aan het werk, uit Hongkong, Taiwan en Californië - Amerikaanse Chinezen”, zegt Guo Weixian, directeur van de Gemeentelijke Commissie voor Buitenlandse Economische Betrekkingen en Handel.

Zij genieten sinds de "gelijkstelling' van Chongqing met de kust dezelfde privileges als daar, onder andere erfpacht van land van 40 tot 70 jaar. Multi-miljardair Li Ka-shing, de grootste onroerend-goedmagnaat van Hongkong, gaat een wolkenkrabber van 63 verdiepingen in het stadscentrum bouwen. De stadsvernieuwing wordt grootschalig aangepakt.

Pag.16: "Voor geavanceerde technologie is Westen nodig'

Li Ruihuan, een van de machtigste mannen in de top van het politbureau, die als burgemeester de modernisering van de grote noordelijke havenstad Tianjin succesvol aanpakte, heeft gepropageerd dat Chongqing vanwege zijn fraaie natuurlijke ligging een "museum van stedebouwkunde' moet worden. Burgemeester Sun Tongchuan vat dat serieus op. Gevraagd naar wat zijn hoofdambitie is zegt hij: “De metro bouwen en afmaken!” Een metro bouwen in het rotsachtige heuvelterrein van Chongqing dat door twee grote rivieren doorsneden wordt is een ongewoon moeilijk karwei. Men schrikt nergens meer voor terug om de aanpak van dit soort gespecialiseerde projecten zo snel en vakkundig mogelijk te laten verrichten. Een Hongkong-Chinese maatschappij, Shen-Hua, zal als volledig "buitenlands' bedrijf het systeem aanleggen dat uit drie lijnen zal bestaan, waarvan een met 16 ondergrondse stations; de tweede is een kabel-baan en de derde een mono-rail.

De investering van 680 miljoen dollar zal grotendeels worden gefinancierd uit de opbrengst van erfpachten, want bij elk van de 42 stations zal een commercieel complex komen. Met hetzelfde systeem opereert de Metro in Hongkong, ook als particuliere maatschappij, al 15 jaar winstgevend. De burgemeester zet verder uiteen dat er tien nieuwe bruggen over de twee rivieren moeten komen, waarvan er een al is aanbesteed bij een bedrijf uit Singapore, Yi Hsin. Die investering met een snelweg van 300 km wordt uitgevoerd onder het BOT-systeem (Build, Operate, Transfer) en zal worden terugbetaald middels tolheffing.

Verder wil de burgemeester een zes- of meerbaans "grand parkway' in Manhattan-stijl met kruistunnels rondom het stadscentrum, dat anders dan in New York geen langwerpig eiland, maar een tongvormig schiereiland is. Een ander verschil met Manhattan is dat Chongqing geen vlak land is, maar rotsachtige heuvels tot 400 meter hoog en dat het niet aan zee ligt, maar 2.000 km uit de kust. De weg kan ook niet zomaar langs de oevers worden aangelegd, want de twee machtige rivieren die het schiereiland omspoelen hebben een seizoen-verschil in waterpeil van wel 30 meter.

Daar komt bij dat het waterpeil in Chongqing nog eens 15 meter zal stijgen als 's werelds grootste stuwdam, ruim 500 km oostwaarts gereed zal komen. Alle bebouwing laag op de hellingen zal dan onder water lopen, want het Yang Tse-dal in Chongqing zal een deel van het 678 km lange stuwmeer worden. Het aantal mensen in Chongqing dat moet verhuizen is niet zo groot want de oude wijken beneden de 170 meter boven de zeespiegel zijn in de loop der jaren al in het kader van stadsvernieuwing afgebroken. De hoogte van de dam zal 185 meter boven de zeespiegel worden. De burgemeester zegt dat het grote voordeel van de dam voor Chongqing zal zijn dat in de zomer schepen tot 10.000 ton zover de rivier op zullen kunnen varen. Tot dusver was de limiet 3.000 ton bij hoog water.

Sun klaagt dat transport het grootste probleem van Chongqing is. Spoorweg- en luchtvrachtcapaciteit is niet genoeg. Scheepvaart is ongelooflijk onderontwikkeld. Er bestaat niet eens een serieuze haven, alleen wat primitieve aanlegplaatsen voor de slecht onderhouden toeristenschepen. Lading voor de kleine rivierbarken en jonken wordt vanuit de bovenstad, hoge gladde trappen af, langs vieze stegen door koelies op- en afgesleept. Het totaal aan binnenkomende lading is 3,9 miljoen ton. Als na de drastische stijging van het waterpeil schepen van 10.000 ton binnenkunnen zal de capaciteit kunnen stijgen tot 50 miljoen ton. Een plan voor een echte haven is er echter nog niet, omdat de dam pas over twaalf jaar de rivier zal afsluiten.

Chongqing heeft op basis van het veel geprezen "Document no. 4' genaamd "Open verder naar de buitenwereld en verhef de economie op een snellere en betere manier naar een nieuw niveau' in juni vorig jaar dezelfde rechten gekregen als de in 1984 geopende kuststeden en de in 1980 ingestelde speciale economische zones in het zuiden. “Ontwikkel met Shanghai als het hoofd van de draak Wuhu, Jiujiang, Wuhan, Yueyang en Chongqing langs de Yang Tse-rivier en pas dezelfde beleidslijnen toe als in de open kuststeden”, aldus het document. Deze vijf steden werd het recht toegekend om speciale zones binnen hun grenzen op te richten.

Voor Chongqing betekende dat niet het begin, maar gewoon een wijziging van terminologie. Chongqing werd immers al in 1983 aangewezen als "grote toegangspoort voor de ontwikkeling van het zuidwesten', de drie gesoleerde provincies Sichuan, Yunnan en Guizhou met samen 200 miljoen mensen. De stad kreeg op economisch gebied de beslissingsbevoegdheid van een provincie. De afdrachten aan de centrale schatkist mochten drastische worden verlaagd.

De eerste golf buitenlandse investeringen in 1984-85 kwam uit Japan. Honda en Yamaha bouwden wapen-fabrieken om tot fabrieken voor scooters en brommers. Suzuki zette een joint venture op met een artillerie-fabriek, die nu minibussen, merk Changan maakt, waarvan er tienduizenden rondrijden. Guo Weixian, directeur voor Buitenlandse Economische Betrekkingen en Handel zegt dat Chongqing inmiddels in kwantitatieve termen een derde van het aantal motorvoertuigen, inclusief vrachtwagens, van het hele land produceert. Het grootste deel van de Chongqings import bestaat uit (Japanse) onderdelen voor deze industrie.

Sinds de gelijkstelling met de grote kuststeden, vorig jaar, is er een nieuwe hausse aan buitenlandse investeringen, maar behoudens een paar uitzonderingen komt alles van de Chinezen uit de Aziatische regio, met name Hongkong, Taiwan en Thailand en sinds kort ook uit Singapore. Wat Chongqing al aan eerdere experimentele buitenlandse investeringszones had is op 10 april van dit jaar tot "speciale staatszone' verklaard. “Dat betekent 15 procent inkomstenbelasting, tegen 24 of 35 procent elders, en als het een langlopend project is, belastingvrijstelling gedurende de beginjaren met een maximum van tien jaar tot er winst wordt gemaakt”, zegt Jiang Binggao, economisch directeur van de zone. De investeerder zal verder land voor handelsdoeleinden kunnen pachten voor 40 jaar, voor industrie 50 jaar en voor privé-bewoning voor 70 jaar.

Jiang en zijn collega Guo van de commissie voor buitenlandse investeringen erkennen dat het nadeel van Chongqing is dat het zo ver weg ligt, maar de grote voordelen zijn dat de lonen er slechts de helft zijn van die aan de kust. Een loon voor een geschoolde arbeider in een joint venture in Shanghai is nu minstens 1.000 yuan, tegen de officiele wisselkoers ruim 300 gulden. “In Chongqing is 500 yuan een hoog loon”, zegt Guo.

Dat betekent niet dat de levenstandaard ook maar de helft is, want de prijzen liggen beduidend lager, mede omdat landbouwprodukten overvloediger zijn. Een groot deel van de bevolking heeft zelfs air-conditioners tegen de hoge zomertemperaturen. Technisch personeel is ook ruimschoots beschikbaar, want Chongqing is een traditioneel centrum van hoger onderwijs, inclusief technische vakhogescholen. Guo: “Wat extra compenseert voor het geografische isolement van Chongqing is dat het veel dichter bij grondstoffen ligt en dat de hele produktie van een buitenlands investeringsproject voor de binnenlandse markt is.”

In de zone zijn 118 joint ventures met een totaal aan nieuwe binnenlandse investeringen van 4 miljard yuan en 515 miljoen dollar uit het buitenland. Hongkong spant de kroon met 300 miljoen, waarvan een vijfde indirecte investeringen uit Taiwan zijn. Dan volgt Singapore met 100 miljoen dollar, Japan 50 miljoen, de VS met 20 miljoen en nog eens 16 miljoen dollar aan directe investeringen uit Taiwan, dat wil zeggen geld dat met de hand wordt binnengedragen. De rest, 29 miljoen dollar, komt uit de rest van de wereld, inclusief West-Europa.

De opmerking dat het lijkt alsof alleen etnische Chinezen nog maar in investeren in China genteresseerd zijn, omdat alleen zij China's ondoorzichtige methodes kunnen appreciëren en dat China het westen niet meer nodig schijnt te hebben, kaatst Guo terug. “De investeringen uit Hongkong en Singapore zijn voor een belangrijk deel in onroerend goed en infrastructuur en die uit Taiwan in de horeca-sector. Voor geavanceerde technologie hebben we toch het westen nodig.” Hij noemt slechts een high tech-investering uit Europa en wel van het Britse farmaceutische concern Glaxo, dat in Chongqing een fabriek voor asthma-medicijnen heeft, een investering van 10 miljoen. dollar. Guo weet dat Nederland een goede papier-industrie heeft. “Kunt u geen Nederlandse papierfabrikant interesseren in een joint venture hier. Wij hebben grote behoefte aan kwaliteitspapier.” Een zelfde behoefte is er aan partners voor zuivel- en voedselverwerkingsprojecten, medische technologie, optica en verf.

Hoeveel buitenlandse investeringen hoopt Chongqing aan te trekken in het kader van het grootscheepse investeringsplan van 1.000 miljard yuan (ruim 300 miljard gulden) dat de centrale regering eind april voor het hele Yang Tse-gebied afkondigde? Doel is dat voor de komende zeven jaar 10 miljard dolar (57 miljard yuan) daarvan uit het buitenland komt. Guo zegt dat dit bedrag van 10 miljard veel te weinig is en dat Chongqing minimaal drie miljard nodig heeft. De indruk is onontkoombaar dat Chongqing sinds een eerder bezoek in 1985 een beduidend aantrekkelijker stad is geworden, maar de stad is toch op zijn best pas halverwege. Burgemeester Sun zegt dat er een zeer lange weg te gaan is.

In een ordelijke hoofdstraat ziet men op klaarlichte dag mensen met twee emmers fecaliën aan een schouderpaal uit een stinkende zijsteeg te voorschijn komen. Zij lichten de deksel van een rioolput in de hoofdstraat en legen de emmers. In de stijle zijstegen zelf staan meisjes aan de buurtkraan hun haren te wassen en springt een rat rond zo groot als een konijn. Het lijkt alsof er in de oude achterbuurten weinig is veranderd sinds de stad in 1891 voor het eerst voor buitenlandse handel werd geopend. Britse consuls beschreven Chongqing als “een van de meest deprimerende posten in het oosten (...) een druipende, beschimmelde, stinkende mierenhoop waar alles vochtig en modderig is (...) een plaats waar je niet zonder mentale beschadiging vandaan komt.”

De ironie is dat China's meest grootschalige moderniseringsproject, de "Grote Dam', Chongqing opnieuw met gigantische vervuiling bedreigt. De stad ligt immers aan het westelijke uiteinde van het 678 km lange stuwmeer. De riolering van de miljoenenstad en het industriële afval gaan in zijn geheel de Yang Tse-rivier in, die het met grote snelheid naar de Oost-Chinese Zee spoelt. Na de dambouw zal het water nog slechts zeer langzaam stromen en zal het vuil met het sediment blijven steken. “De omvang van deze verontreiniging is nog niet te overzien. De staat moet hier uitkomst bieden en extra voorzieningen financieren. Maar de lokale burgers en de industrie moeten ook bijdragen”, zegt burgemeester Sun.

    • Doorcorresponden Willem van Kemenade