Zwart en wit, rood en blond leven vrolijk naast elkaar; Achter de kleedkamerdeur bij Feyenoord hoor je altijd herrie. Gejoel en geschreeuw.

Als vrienden met de armen om elkaar heen stonden ze op het bordes van het stadhuis aan de Coolsingel. De Feyenoorders, de nieuwe Nederlandse voetbalkampioenen. Ze vormen een hechte ploeg.

ROTTERDAM, 1 JUNI. Het lampje aan de deur van de trainer brandt nooit meer. Het is er ooit bevestigd door de Zweed Bengtsson. Als het aan was wilde hij geen bezoek ontvangen. Bij de huidige technische leiding van Feyenoord is het altijd open huis. Bij Willem van Hanegem en zijn rechterhand Geert Meijer kan iedereen op elk moment van de dag binnenlopen. “Wij hebben geen geheimen.” Het tekent de sfeer van kameraadschappelijkheid bij de Rotterdamse club. De laatste weken zo geroemd als hèt wapen: de teamgeest.

Hoe je die kweekt? Daarvoor bestaat volgens Feyenoords technisch directeur Wim Jansen geen geheim. “Je moet zo gewoon mogelijk blijven doen, ongedwongen.” En je moet geluk hebben, weet Jansen. Dat het met de spelers onderling klikt. Er is geen groepjesvorming, zeggen ze. Zwart en wit, rood en blond leven vrolijk met en naast elkaar.

Natuurlijk zijn er spelers die met de een beter kunnen opschieten dan met de ander. Blinker en Taument zijn vrienden. Van Gobbel en Refos neven, die als broers met elkaar omgaan. Er zijn spelers die niet meegaan als de selectie op stap gaat, De Goey en Metgod. Het wordt gerespecteerd.

Bij Feyenoord hoor je altijd herrie achter de kleedkamerdeur. Gelach. Geschreeuw. Gejoel. Er worden voortdurend grappen met elkaar uitgehaald. Dollen, heet dat. Soms levert het schade op. De bumper van Metgods auto werd een keer met een touw aan een paal vastgebonden en de aanvoerder reed nietsvermoedend weg. Iedereen komt aan de beurt, ook de gangmakers zelf.

Maar Metgod is wel vaker het slachtoffer dan anderen. Hij kan het hebben. Ook dat is belangrijk voor de sfeer. Een geschikte pispaal. “Ik zou er niet tegenkunnen”, bekent De Wolf. Metgod wordt gewaardeerd als aanvoerder. Hij loopt ondanks zijn 35 jaar voorop bij de training, zamelt meestal de vuile was uit de kleedkamer in en houdt voor de selectie afspraken met sponsors en bestuur bij.

Er wordt ook gescholden bij Feyenoord. En flink. Tijdens de trainingen. Tijdens de wedstrijden. De Wolf: “Maar juist als je vrienden bent accepteer je dat van elkaar.”

De invloed van de teamgeest is volgens Van Hanegem belangrijk, maar mag ook niet worden overdreven. “Als het alleen om werken en sfeer zou gaan had ik de Havenzangers wel kunnen opstellen. Deze ploeg heeft natuurlijk ook kwaliteit.”

Het is goed dat ze met elkaar ook slechte tijden in De Kuip hebben meegemaakt. Dat schept een band. Peter Bosz kwam bij Feyenoord toen het dieptepunt al was gepasseerd. “Ik verwachtte een slechte sfeer aan te treffen. Spelers die elkaar over en weer verwijten zouden maken. Dat bleek absoluut niet zo. Het was vanaf het eerste moment lachen, gieren, brullen. En ze wilden zó graag iets winnen!”

Bosz had bij zijn vorige club Toulon meegemaakt dat de spelers de opdracht kregen om bij een harde overtreding op een teamgenoot met z'n allen op de dader en de scheidsrechter af te stuiven. Om zodoende als een hecht team over te komen, om steun te geven aan het slachtoffer. “In één van mijn eerste wedstrijden bij Feyenoord kreeg ik tegen De Graafschap een flinke schop van Hans Kraay. Ik lag op de grond, maar toen ik mijn hoofd oprichtte zag ik het hele elftal al om Kraay heen staan. Dat deden ze uit zichzelf.”

Een bont gezelschap, Feyenoord. Rotterdammers, Amsterdammers, Surinamers, Brabanders, een IJslandse tweeling, een Utrechter, een Nigeriaan, een prettig gestoorde Hongaar en sinds kort ook nog een Japanner en een Zarees. En de trainer, Van Hanegem, spreekt geen woord over de grens!

Volgens verzorger Gerard Meijer, al 34 jaar werkzaam in De Kuip, heerst er “een typisch Rotterdamse sfeer”. “Werklust, nuchterheid en een vorm van nochalance.” Hoe krijg je dat erin bij spelers die niet uit Rotterdam komen? “Ze pikken het gewoon op”, zegt Meijer. “Als een deel van deze spelersgroep in Eindhoven zou spelen, zou PSV fluitend kampioen worden.” Het heeft, meent Meijer, alles te maken met de manier waarop de begeleiders zich gedragen.

En bij Feyenoord doen ze normaal. “Van Hanegem”, zegt fysiotherapeut Ruud Daniëls, “is eigenlijk geen trainer, maar de twaalfde man. Hij spreekt de taal van de spelers. Ze hangen aan zijn lippen. Willem is enthousiast. Ik hoef niet te voetballen, maar ook aan mij legt hij uit hoe je bal moet voorgeven. Het ene been zet je zo, het andere zo.” Van Hanegem praat veel met spelers, op het veld, in zijn kamer en in de keuken. Hij geeft geen complimenten. Hij is kritisch. Soms te kritisch, vinden bepaalde spelers.

Het keukentje van "Ome' Henk naast het spelershome is een belangrijke "sfeerplek' in de Kuip. Daar komen ze aan een gammele tafel bijeen. De voorzitter, Van den Herik, drinkt er 's ochtends zijn kop koffie, net als technisch directeur Jansen. De trainers die hun kamer aan de overkant hebben, lopen voortdurend op hun sokken de keuken in. Ook spelers zijn van harte welkom. Dat heeft Ome Henk meteen na het vertrek van Bengtsson ingesteld. “Kapsones bestaan hier niet. Wie zijn ze dan? Het zijn profvoetballers, ja. Nou en? We zijn hier allemaal eender.”

Volgens Gerard Meijer zitten er “geen slechterikken” in de selectie. “Eén goeie slechterik kan de sfeer verzieken.” Ome Henk vertelt dat Piet Keur “zo'n etterbak” was. Trainer Geert Meijer: “Maar Wim Jansen is niet te beroerd om zulke figuren snel weer te verkopen. Desnoods onder de prijs. Wie niet wil kan vertrekken.”

Mike Obiku had moeite met aanpassen. De Nigeriaan was in Cyprus gewend aan een speciale behandeling. Die verwachtte hij in Rotterdam ook. Aan Ome Henk vroeg hij biefstuk. Hij vond broodjes en soep als lunch te min. “You have money in your pocket, heb ik tegen hem gezegd. Ga die biefstuk maar zelf kopen”, zegt de beheerder. Ook de spelers hadden moeite. Bosz: “We schopten hem op de training alle kanten op. Enorme koeken kreeg hij. Dat liep een beetje uit de hand. Wij deden het als de bal in de buurt was, maar Obiku ging wraak nemen zonder bal.”

Het probleem loste zich vanzelf op. Obiku kwam tot bezinning. Hij weet nu dat hij gewoon één van de groep is. “Die vrijer is nu mijn beste vriend”, zegt Ome Henk. “Hij zei laatst tegen me dat hij wil trouwen. Met een vrouw van 200 kilo, met zulke tieten en zo'n kont.”

Zou Romario in De Kuip kunnen aarden? Alle Feyenoorders zeggen van wel. “Ik zou me negentig minuten het leplazerus voor hem lopen. Want hij is iets speciaals”, zegt De Wolf. Bosz: “Bij ons wordt ook geaccepteerd dat Kiprich minder hard werkt dan Scholten.”

De spelers vinden wel dat iedereen zich aan de regels moet houden. “Ik kan me zo voorstellen”, zegt trainer Geert Meijer, “dat Van Hanegem hem (Romario, red.) dan regelmatig apart zou nemen. Ik train wel met de anderen. Happel haalde Willem er ook vaak uit. Dan zette hij hem met zijn kont op een bal en liet de rest doortrainen.”

“Romario? O ja”, zegt Ome Henk, “Romario wil ik er wel bij hebben. Die wordt er hier wel ingepraat.”