Zonder geheugen kan een democratie niet functioneren

Stel de jeugd van een volk, het Nederlandse bijvoorbeeld, krijgt niet of nauwelijks geschiedenisonderricht. Dat zou kunnen betekenen dat het uitsterven van een generatie gelijk staat aan het uitsterven van historische kennis. Na verloop van tijd zal het Nederlandse volk zonder geheugen op deze grillige en gevaarlijke aardbol rondzwalken. Zonder geheugen. Men kan geen lessen trekken uit het verleden. Kan men wel plannen voor de toekomst maken? Daarvoor heb je een samenstel van denkbeelden nodig. Kan men die scheppen zonder terug te grijpen op het verleden?

Een minister Kok kan misschien een verwijzing naar zijn voorgangers Lieftinck (geldzuivering na de Tweede Wereldoorlog), Treub (crisisbeheer Eerste Wereldoorlog) en Van Hall (de schuldsanering van 1844) ontberen, maar hoe wil een minister Ter Beek een succesrijk pleidooi houden voor een afdoende defensie-inspanning zonder terug te kunnen grijpen op de Meidagen van 1940 en het succes van de NAVO tijdens de Koude Oorlog?

Vergelijkingen met andere landen kunnen in de tijd slechts eendimensionaal, alleen in het heden, gemaakt worden. Geen Bismarck of Hitler, slechts Kohl en Genscher; geen Cromwell of Churchill, slechts Major; geen Napoleon of de Gaulle, alleen maar Mitterrand. Wat een verschraling!

Zonder het klankbord van het verleden worden de burgers gestijfd in het koesteren van een makkelijk en naëf vooruitgangsoptimisme. Het is soms wel eens even wat minder maar uiteindelijk gaat het toch automatisch crescendo met de welvaart. Het verleden laat echter zien dat neergang tot de reële mogelijkheden behoort. Vergelijk het Argentinië van nu met het tijdvak tussen de twee wereldoorlogen toen het een pittig en welvarend land was, zie de eeuwenlange "Sauda' van Portugal, die nu eerst afgesloten lijkt met het tonicum van het EG-lidmaatschap, zie ook de suffigheid van de vaderlandse Republiek in de achttiende eeuw.

Is de stelling verdedigbaar dat democratie betere kansen heeft bij een volk met historisch besef? Het democratische systeem kent een grote mate van kwetsbaarheid. Hoe moeilijk is het niet om in een democratie te komen tot beslissingen die van de burgers offers vragen voor de langere termijn, verder reikend dan de eerstvolgende verkiezingen. Dat kan betrekking hebben op uiteenlopende zaken als verdedigingsbereidheid of sanering van het stelsel van sociale zekerheid om ook in de toekomst houdbaarheid en betaalbaarheid veilig te stellen.

Reeds hoort men geluiden dat democratie haaks staat op een goed milieubeleid, juist wegens het lange-termijnaspect. Het fabuleuze economische succes van de Aziatische tijgers (Zuid-Korea, Taiwan etc.) inspireert tot pleidooien om verlichte autoritaire regimes in bepaalde omstandigheden voorrang te verlenen boven parlementair-democratische stelsels.

Hebben we, als aanhangers en verdedigers van de democratie, niet de geschiedenis nodig om drie zaken aan te tonen: a) dat alle andere stelsels grotere nadelen hebben b) hoe in het verleden soms dramatisch door democratieën werd gefaald in het nemen van moedige beslissingen, hetgeen in de de toekomst zou moeten worden vermeden. c) dat het, ook in democratieën, soms wel mogelijk is gebleken pijnlijke knopen door te hakken?

Is het bovenstaande te theoretisch? In mijn dagelijks werk, als lid van het Europees Parlement, wemelt het van historische aanknopingspunten. Hoe kan men de kern van de Europese integratie, van de Europese vervlechting vatten als men geen weet heeft van de Frans-Duitse oorlogen en de daaruit voortkomende wil tot verzoening? Zonder die vredeswil verwordt de Europese samenwerking tot een markt, tot een centenkwestie. Verdwenen is dan de optie dat het Europese model van supranationale soevereiniteitsdeling voor andere werelddelen wellicht ook mogelijkheden inhoudt, waarbij gedacht kan worden aan integratie van volkeren en economieën in Zuid- en Zuidelijk Afrika.

Kennis van de geschiedenis biedt een uitnemende gelegenheid de collegae in het Europees Parlement naar waarde te schatten.

Jarenlang zaten in mijn fractie van de Europese christen-democraten zowel een Pruisische Bismarck als een Oostenrijks/Beierse Habsburg, die beide lichtelijk werden gewantrouwd door Atlantisch georiënteerde Hamburgers en anti-autoritaire Rijnlanders. Dat allemaal in een fractieverband demonstreert de moeizaamheid van de Duitse eenwording in de negentiende eeuw en zet aan tot denken over de toekomst van de EG onder Duitse leiding. Zeker als tot de fractie ook nog een Von Stauffenberg behoorde.

Je ziet van dichtbij de nervositeit van de Fransen over de hervonden Duitse eenheid die zij in Europese bedding pogen te neutraliseren en waarbij zij altijd op zoek zijn naar constructies waarin Parijs op de bok van de koets zit. De historie verschaft je inzicht in de "muddling through'-mentaliteit van de cynische Brit die redelijk onverschillig van afstand zal blijven toekijken hoe in ex-Joegoslavië de mensen elkaar de keel doorsnijden zolang dat maar evenwichtig gebeurt. Het is mijn keuze en taak om aan de Europese integratie te werken met behoud van democratie. Dat kan echt niet zonder geheugen.