WERNER HERBERS OVER Robert Graettinger

De Ebony Band (50 man) in het Holland Festival met muziek van Robert Graettinger: o.a. City of Glass (twee versies), Thermopolae plus een selectie uit arrangementen van standards als You go to my Head, April in Paris etc. Daarnaast werk van Rugolo en Marks. Directie: Gunther Schuller. 6/6 Wangzaal, Beurs van Berlage (rechtstreeks uitz. via Radio 4), 8/6 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

“Robert Graettinger is een figuur die rijp is voor cult, ware het niet dat bijna niemand zijn muziek kent. Toen hij vaste arrangeur bij Stan Kenton was, wilde hij nooit meer dan 25 dollar per week hebben. Hij leefde in een hok, een soort diepe kast met een matras en een piano plus een bord, een kopje, een pannetje en een éénpits-gasstel. Hij had het idee dat als hij maar genoeg scrambled eggs, melk en vitaminepillen nam, hij zich alles kon veroorloven. Slapen deed hij vrijwel niet. 'Slapen doe je maar in je graf, was een bekende uitspraak van hem'. Hij zag er dus altijd verschrikkelijk slecht uit.”

Werner Herbers, solo-hobost bij het Concertgebouworkest, begon drie jaar geleden een zoektocht naar de muziek van saxofonist, arrangeur en componist Robert Graettinger, een tijdgenoot van Charlie Parker die anders dan deze laatste vrijwel geheel onbekend bleef. Op 12 maart 1957, exact twee jaar na Parker, overleed Graettinger op 33-jarige leeftijd, slechts enkele lp's en dozen vol nooit gespeeld werk achterlatend.

“Na Kentons dood in 1979 is een deel van de muziek naar een bibliotheek in Texas gestuurd maar van de 49 Greattingerstukken die daar volgens een lijst ooit gedeponeerd zijn, konden ze er nog maar 16 vinden, vaak zonder partituur. Sommige stukken zijn waarschijnlijk gewoon gejat. Van stukken die wel te achterhalen zijn, is vaak onduidelijk bij wie de rechten berusten. Bob Brookmeyer bezorgde me adressen van mensen die me verder konden helpen maar aanvankelijk liep elk spoor mis. Eén kenner bleek bij nader inzien volslagen gek, een andere overleed tijdens een face-lift operatie.

“Het was dus allemaal een ontzettend gedoe, maar het was het waard. Want het is fascinerende muziek in zijn ongebreidelde fantasie in het a-tonale. Heel krachtig, rigoreus tegen de bestaande conventies in. Misschien wel doordat hij uit de jazzhoek kwam en als componist nauwelijks was opgeleid, kwam hij uit op iets volkomen unieks: futuristisch en science-fiction-achtig. Het lijkt op niets wat ik ken, al hoorden sommige tijdgenoten er Schönberg in.

“Drummer Shelly Manne zei destijds: "He tried to write electronically with conventional instruments', wat ik zeker voor bepaalde delen van City of Glass een heel passende omschrijving vind. En luister eens wat het Nederlandse tijdschrift Glorieuze Klanken in 1955 over dat stuk schreef: "Met deze suite wordt de weg gebaand naar een nieuwe muzikale cultuur, naar een vitale, dramatische expressie welke intellligentie en instinct aan elkander paart. Deze muziek mag niet ontbreken in de discotheek van elke waarachtige muziekkenner en liefhebber.' Prachtig hè? Wat zou ik daar nog aan toe moeten voegen?”