Toenemende handel in Oosteuropese vrouwen

De handel in vrouwen uit Oost-Europa neemt toe. Chef A. Zee van het Amsterdamse politiebureau Warmoesstraat waarschuwde vorige week dat de bendes uit het voormalige Oostblok steeds actiever worden.

AMSTERDAM, 1 JUNI. Ze zou in Nederland in een restaurant gaan werken, maar het bleek een bordeel te zijn. Het leek de kans van haar leven. Een "nette zakenman' in Belgrado bood Zarita de mogelijkheid haar fabrieksloontje van 100 gulden in de maand in te ruilen voor een riant inkomen in een Nederlands nachtrestaurant.

Eenmaal hier werden de vrouwen opgesloten. Geld, paspoorten en kleren werden afgepakt en de vrouwen werden gedwongen in een seksclub te werken. Wat ze verdienden werd door de clubeigenaar aan de "zakenman' doorgegeven, waardoor ze geen mogelijkheid hadden om weg te komen. Met schopppen en slaan werden de vrouwen in bedwang gehouden. Een bendelid dreigde "salade' van haar kind te maken als Zarita naar de politie zou gaan.

Toch deed ze aangifte. De "zakenman' werd opgepakt en bleek lid te zijn van een bende van ongeveer 30 ex-Joegoslaven die zich in Nederland, België en Duitsland bezig houden met wapen- en vrouwenhandel. Toen ook andere slachtoffers tegen de bende getuigden, werd de man bij verstek tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zarita ging terug naar Belgrado.

Dit is een van de vele geschiedenissen die de journaliste Sietske Altink beschrijft in haar boek "Dossier vrouwenhandel', dat deze week bij uitgeverij SUA verschijnt. Aaltink schat het aantal slachtoffers van vrouwenhandel in Nederland op duizend. Sinds een aantal jaren worden Colombiaanse, Filippijnse en Thaise vrouwen hier in de prostitutie gedwongen. In de meeste gevallen zijn het mondige vrouwen die door wurgcontracten, chantage en misleiding van hun vrijheid worden beroofd. Het afbetalen van exorbitant hoge bedragen aan de bemiddelaar; het dreigen met de gezondheid van de familie thuis, het blijken efficiëntere middelen om vrouwen in de peeskamer te houden dan touwen en sloten.

Inmiddels heeft de markt van de vrouwenhandel zich verlegd naar Oost-Europa. Driekwart van de slachtoffers waarmee de Stichting tegen Vrouwenhandel het afgelopen jaar in contact kwam waren afkomstig uit het voormalige Oostblok.

Volgens medewerkster van de stichting Marjan Wijers is de cultuurschok voor de vrouwen uit Oost-Europa minder groot dan bijvoorbeeld voor hun Latijns-Amerikaanse lotgenoten. Ze zullen niet snel geloven dat ze hier in een vrouwenparadijs belanden waar “een koningin regeert die voor alles zorgt”, zoals een zwangere Dominicaanse in het boek van Altink op de mouw was gespeld. Ook zullen ze vaker weten wat het betekent als hen een serveerstersbaan wordt geboden waarbij ze "champagne met de klanten' moeten drinken.

Daartegenover staat dat de mogelijkheid om vrouwen via hun familie te chanteren letterlijk "dichterbij' is gekomen. Een veelgebruikte methode is het maken van foto's van de vrouwen op hun werk. Als vrouwen niet enthousiast genoeg het vastgestelde bedrag van 600 of soms 1000 gulden op een avond voor de handelaar bij elkaar brengen, gaat de foto naar de familie. Bij de Oosteuropese bendes is vrouwenhandel vaak aan wapenhandel gekoppeld. De vrouwen worden veelvuldig geslagen, getrapt en met pistolen bedreigd. “Die bendes zijn nog niet zo subtiel”, constateert Wijers.

Elke keer als mannen aan haar raam voorbijlopen slaat de blonde vrouw haar ogen neer. Treurig staart ze naar haar schoenen aan het eind van haar lange benen. Zou ze vrijwillig op de Wallen zitten? “Je kan er geen peil op trekken”, zegt een diender van bureau Warmoesstraat. “Vaak denken ze dat de politie hier net zo is als bij hun. Ze durven het niet aan te geven.” In de Amsterdamse rosse buurt is een toename van het aantal Oost-Europese prostituées te zien. Maar het moet ook niet overdreven worden, vindt de agent. Oosteuropeanen maken ongeveer 10 procent uit van het totaal aantal prostituées op de Wallen. Het gros van de vrouwen zit er vrijwillig. “Ze komen een paar maanden op een toeristenvisum en zijn dan weer weg.” Toch zijn er in de Amsterdamse binnenstad wel degelijk bendes actief. Vooral de Joegoslaven zijn taaie jongens, meent de diender. Nee, met de oorlog heeft het niets te maken. “Ze waren hier al voor de oorlog en ze gaan gewoon door.” Volgens hem loopt de meeste vrouwenhandel van deze bendes via de seksclubs.

“Klinkklare onzin”, zegt E. Wintertuin. “Dat kom je in Nederland toch haast niet tegen. Zeker niet in gerenommeerde clubs. Het wordt allemaal zo overdreven.” Het is één uur 's nachts. Hij heeft net een van zijn meisjes voor een "escortje' weggebracht. Wintertuin is de eigenaar van een "gerenommeerd' bordeel aan een Amsterdamse gracht. Zijn compagnon zit vast op verdenking van vrouwenhandel.

De dag na Pasen deed de politie een inval in Wintertuins bordeel en dat van zijn compagnon in Den Helder. Negen Russische vrouwen werden aangetroffen. Twee vrouwen hadden aangifte gedaan van vrouwenhandel. Elders werden drugs en wapens aangetroffen. “Zijn enige fout was dat hij een deel van de betaling aan de meisjes heeft ingehouden voor derden”, verdedigt Wintertuin zijn compagnon. “Toen die meiden door de politie waren vrijgelaten, stonden ze hier huilend op de stoep of ze alsjeblieft weer mochten komen werken. Die meisjes komen hier voor de luxe. Ik kan je zo de boetieks in de PC Hooftstraat aanwijzen waar ze shoppen. Want voor minder doen ze het niet.”

Volgens Wintertuin is de wettelijke omschrijving van het begrip 'vrouwenhandel' zo vaag, dat een bonafide lustondernemer vastzit voor hij het weet. Zijn compagnon stond in contact met een Russische vrouw. Behalve een computerfirma dreef ze in Zeist een bedrijf dat meisjes uit Kiev wierf voor de prostitutie. Wintertuin: “Formeel is het werven van vrouwen voor de prostitutie verboden. Maar dan is ook de krant strafbaar die advertenties plaatst. En de belastingdienst? Ze willen geld van die meisjes. Dat zijn dan ook vrouwenhandelaars.”

Nee, zegt Wintertuin, allemaal onzin. “Die vrouwen komen hier met een decolleté tot aan hun navel. De meesten hebben al in bordelen in Polen gewerkt. En dan willen ze beweren dat die vrouwen denken dat het hier een dansclubje is?” De enige fout die zijn compagnon heeft gemaakt is dat hij te goed voor zijn meisjes zorgde. “Hij reed ze naar de dokter, naar de ambassade. Hij was de hele dag voor die meiden bezig. Ik zei wel eens: Jan, heb je het nog niet druk genoeg?”

Bij de Stichting tegen Vrouwenhandel klinkt een droge lach. “Dit is een redenering waar ik echt bewondering voor heb”, zegt Marjan Wijers. “Verlies vrouwen geen moment uit het oog en vat het dan op als personeelszorg. Dat is werkelijk prachtig!” Een voor een weerlegt ze Wintertuins argumenten. Bij een aanklacht van vrouwenhandel maakt het niet uit of vrouwen al in de prostitutie gewerkt hebben. Het gaat om de vraag of er dwang en misleiding worden gebruikt. Het inhouden van geld is daarbij een veelbeproefde methode. Ook Wintertuins argument dat de vrouwen aangifte zouden hebben gedaan om een verblijfsvergunning te krijgen klopt niet, meent Wijers. “Dat is onmogelijk. De wet zegt dat een vrouw mag blijven zolang haar procedure loopt. Maar daarna gaat ze onverbiddelijk het land uit.”

Op één punt geeft ze Wintertuin echter gelijk. De wet moet duidelijker. “Zolang de prostitutie niet als arbeidsverhouding geregeld is, kunnen exploitanten en handelaren van vrouwen blijven profiteren.” De nieuwe bordeelwet die nu in de Eerste Kamer behandeld wordt, brengt hierin geen verandering. De rechtspositie van de prostituées blijft onduidelijk. En vrouwen uit niet-EG-landen zullen massaal in de armen van handelaren en malafide exploitanten worden gedreven, voorspelt Wijers. De wet maakt het in de toekomst onmogelijk voor niet-EG-ingezetenen om legaal in een seksbedrijf te werken. “We vragen om meer middelen en meer mogelijkheden tot opsporing. Maar deze wet is daar zeker geen onderdeel van.”