Paul Rodgers

Paul Rodgers: Muddy Water Blues; Victory/Phonogram 828 414-2.

Wie op zoek gaat naar de wortels van de hardrock, komt zonder twijfel uit bij de zwarte Amerikaanse blues. Hardrockpioniers uit de jaren zeventig als Robert Plant van Led Zeppelin en Paul Rodgers van Free staken hun bewondering voor blueshelden als Willie Dixon en Howlin' Wolf niet onder stoelen of banken. Naarmate de hardrock abstracter werd en de nadruk meer kwam te liggen op uiterlijk vertoon, dwaalde Paul Rodgers af van het rechte spoor. Als zanger van Free en Bad Company had hij de bezieling van een onvervalste soulman, maar met moeizame soloprojecten maakte hij een hinkstapsprong door de jaren tachtig.

Des te verheugender is het dat Rodgers zijn oude vuur heeft teruggevonden op de cd Muddy Water Blues. Aan dit muzikale eerbetoon aan de in 1983 overleden McKinley Morganfield, beter bekend als Muddy Waters, werken coryfeeën mee als Jeff Beck, Gary Moore, David Gilmore van Pink Floyd en Slash van Guns 'N' Roses. Centraal staat de liefde voor de elektrische blues uit Chicago, in doorleefde versies van "Hoochie Coochie Man' en andere klassiekers. Muddy Water Blues had met gemak een het voorspelbare produkt van een oeverloze jamsessie kunnen zijn, ware het niet dat Paul Rodgers als vanouds tot de bodem van zijn getergde ziel reikt en hij de gitaristen kort hield in hun dwang om erop los te soleren. De zelfgeschreven titelsong heeft zelfs de religieuze bevlogenheid van een gospelnummer. Met een beheerste versie van Free's The Hunter keert Rodgers terug bij zijn uitgangspunt van stevige bluesrock, zonder het effectbejag en de routinematigheid die het gros van de hedendaagse hardrock zo vervelend maken.

    • Jan Vollaard