"Opgezette klieren. Het wordt weer tijd voor een bloedproefje'; Verslapte De Bruin overtroeft winnaar van Olympisch zilver

KERKRADE, 1 JUNI. Voor Erik de Bruin is de rust in zijn atletiekwerk nog niet teruggekeerd. Vorig jaar liet hij de Olympische Spelen schieten, toen hij door de ziekte van Pfeiffer was ondermijnd. Het verloren jaar, na zijn tweede plaats bij het wereldkampioenschap in Tokio in 1991, dacht hij afgesloten te hebben. Het voorjaar was veelbelovend, toen hij bij een wedstrijd in Ierland 65,96 meter had laten opmeten. Discuswerpen kon weer een aangename bezigheid worden, maar bij zijn eerste wedstrijd in Nederland, zaterdag in Kerkrade fronste hij toch weer de wenkbrauwen. “Het wordt weer tijd voor een bloedproefje. Ik bespeur dezelfde verschijnselen als vorig jaar. Weer opgezette klieren, een slap gevoel. Het gaat niet goed.”

Hij bespiegelde somber, terwijl hij toch zijn concurrent Schulz aftroefde. De Olympisch kampioen van 1988, vorig jaar tweede in Barcelona, haalde 62,78 tegen De Bruin 64,70 meter. De winnaar brengt tegenwoordig grote delen van zijn tijd door in Ierland. Bij de Olympische Spelen, die hij als toeschouwer bijwoonde ontmoette hij zijn huidige vriendin uit Ierland. Zij waren in het pinksterweekend over en hij benutte dat verblijf voor een zege in Kerkrade en een consult bij KNAU-arts IJzerman.

Voor Schult was het in Kerkrade de tweede nederlaag in korte tijd. Eerder had zijn landgenoot Riedel hem verslagen en daarbij de beste wereldprestatie van het jonge seizoen laten noteren: 67,42.

Kerkrade heeft in Nederland qua sterkte een tweede plaats op de ranglijst van atletiekevenementen, achter de Adriaan Paulen Memorial in Hengelo (20 juni). De organisatie heeft een budget voor de atleten van 85.000 gulden, maar kwam in de knoop toen Ellen van Langen zich geblesseerd afmeldde. De Bruins wedstrijd was een achteloos duel met een te kleine bezetting. Hij was wel de enige, die met een prestatie afkwam, goed genoeg om in augustus te kunnen deelnemen aan het wereldkampioenschap in Stuttgart. Zijn zusje Corrie, nog een juniore, stootte in Hilversum de kogel overigens naar een afstand van 17,36. Dat was vier centimeter onder de B-limiet voor Stuttgart. Het was een nieuw juniorenrekord voor een meisje, dat gestaag de opmars voortzet naar de rekords, die Ria Stalman in de beginjaren tachtig heeft gevestigd met de kogel en de discus. In Hilversum won Jaqueline Goormachtigh het diskuswerpen met 56,74, nadat Corrie de Bruin in Kerkrade met 64.70 de beste was geweest. Hun onderlinge confrontatie met de kogel werd in het voordeel van De Bruin beslist. Het nationale record van Stalman, 18,02 uit 1984, is rijp voor aanvallen. Corrie de Bruin was vorig jaar al goed voor 16,60 en verbeterde zich in Hilversum tot 17,36 (Goormachtigh haalde 17,18). De A-limiet voor Stuttgart is 17,80, maar de B-limiet is goed wanneer het nationale kampioenschap er mee gepaard gaat. De Bruin heeft overigens voornamelijk oog voor het Europese kampioenschap bij de jeugd in Spanje.

Dat geldt ook voor hordenloper Korving, die 13.96 scoorde en eveneens een jeugdrecord vestigde. Zijn prestatie en het peroonlijke record van Versteeg op de 1500 meter (3.41.32) waren in het oog lopende verrichtingen in Kerkrade. Korving maakt deel uit van een ambitieuze groep jongeren, van wie de wereldkampioen bij de jeugd polsstokhoogspringen Looije (5.15) net de seniorenmaat heeft bereikt. Versteeg is een atleet die al enkele jaren beloftevolle prestaties levert. Met een plaats in de Olympische ploeg na een knappe 5 km, ook in Kerkrade, heeft hij zich vorig jaar snel ontwikkeld. Afgelopen weken was hij voor een hoogtestage in het Franse Font Romeu. Vrijdag haastte hij zich terug naar Nederland, maar de vaart van de autotocht werd al in Montpellier gebroken door een ongeluk waarbij zijn auto total loss raakte. Dat weerhield hem niet van de wedstrijd in het Limburgse land. Toch was dat slechts een voorwedstrijd omdat de 5000 meter zijn werkelijke voorkeur heeft. Die afstand komt volgende week in St Denis aan bod.

Soortgelijke plannen heeft Christine Toonstra. Zij volstond in Kerkrade met een zege op de 3000 meter op Elly van Hulst (9.00,99 tegen 9.03,11) maar de echte triomfen moeten nog komen. Nelli Cooman, binnenkort 29 jaar, bemerkte eens te meer hoe haar status vermindert. De negen jaar jongere Jaqueline Poelman, die vorig jaar een maal bij verrassing van haar won, zette de eerste confrontatie van dit seizoen met een duidelijke zege naar haar hand (11,58 tegen 12,00). “Lopen tegen Nelli is altijd al een aparte belevenis. Ik was bijna net zo fel weg als zij en ik wist tijdens de race, ik kom er overheen. Grappig dat dan alle fotografen na afloop toch op Nelli afgaan.”

De wankelende vedette, die na een felle indoorperiode onder haar oude trainer Kraayenhof, nu weer alleen traint, maar wel schema's van haar oude leermeester ontvangt, cijfert zichzelf nog niet weg. Ik ben pas weer vier weken bezig na een periode met een knieblessure.” Stoppen komt niet bij haar op. “Ik houd veel te veel van deze sport.”