Ook Solingen is opgenomen in de dodelijke reeks

SOLINGEN, 1 JUNI. Er liggen bloemen voor het verwoeste huis, er hangen haastig gemaakte spandoeken, kinderen van zichtbaar bedrukte Duitse ouders hebben er teddybeertjes en poppen neergelegd. Een paar vermoeid-nerveuze politiemannen bewaken een verse rune, het ruikt er nog naar de ramp die wereldnieuws werd.

De bewoners waren intussen aardig gentegreerd in Duitsland, dachten ze. Met behoorlijke banen of middenstandsbedrijfjes, een glimmende automobiel aan de rand van de stoep, de dochters naar het Duitse gymnasium. Sinds een paar jaar zelfs een eigen huis, daar aan de Untere Wernerstrasse 81, in een vriendelijk-net wijkje met smalle straatjes aan de rand van een park met een natuurlijke grote vijver - das Bärenloch - als extra attractie.

Zo'n anderhalve generatie geleden waren ze gekomen, de eerste leden van de familie Genç, uit hun arme Zwarte-Zeedorp Mercimek, om de Duitse arbeidsmarkt te versterken. Inmiddels hadden ze het in de provinciestad Solingen tot iets gebracht. Een klein Wirtschaftswunder op zijn Turks, zoals velen van de circa 1,6 miljoen Turken in de Bondsrepubliek dat beleefden. Tot de dood - die vaak beschreven Meister aus Deutschland - langskwam, zij het sinds de Duitse eenwording dan aan de hand van enkele radicale idioten.

Gentegreerd of zelfs maar geaccepteerd? Dat is sinds dit pinksterweekeinde voor alle Turken in Duitsland opnieuw de klemmende vraag nu, een goed half jaar na "Mölln', na de rechts-radicale brandaanslag die in dat Noordduitse plaatsje twee Turkse vrouwen en een Turks meisje het leven kostte, zaterdagochtend vroeg in dat keurige wijkje in Solingen twee Turkse vrouwen en drie meisjes slachtoffer werden van een, vermoedelijk wéér rechts-radicale, aanslag.

Solingen, zo'n 160.000 inwoners, is in het buitenland eigenlijk alleen bekend als stad waar messen een eeuw geleden in de industrialiserende verspätete Nation Duitsland, onder en ondanks het discriminerend bedoelde predikaat Made in Germany, beter werden gemaakt dan in het concurrerende Britse Leeds. Het heeft nu nieuwe internationale bekendheid in een stedenrijtje waarin, zeg, Hoyerswerda, Hünxe, Rostock en Mölln voorkomen. Een rijtje uit het land waar 6,5 miljoen buitenlanders wonen en waar de Bondsraad juist vrijdag een jarenlang slepende discussie beëindigde door een wijziging van de Duitse asielwetgeving goed te keuren.

Pag 5: Zijn wij ter dood veroordeeld?

De binnenstad van Solingen kreeg zowel zondagnacht als Pinkstermaandag af en toe het karakter van een slagveld. Waaraan trouwens niet alleen, zoals de politie al had gevreesd, niet-Solingse zogenoemde "autonomen' bijdroegen, maar ook groepen linkse Koerden en rechtse Turken uit de hele deelstaat Noordrijn-Westfalen, die soms zeer hardhandig met elkaar op de vuist gingen. Botsende motto's: “Internationale Solidariteit!” (links) en “Turkije, Turkije!” (rechts). Kortom: de Turkse gemeenschap staat intern én als groep in Duitsland op scherp. Dat de Duitse én de Turkse regering daarover snel bezorgd raakten, bleek uit de oproepen uit Bonn én Ankara, enkele keren van premier Inönu voor de Duitse televisie bijvoorbeeld, om geweldloos te blijven. En uit pleidooien, van Inönu en van Heiner Geissler, vice-fractievoorzitter van de CDU in de Bondsdag, om nu toch haast te maken met wetswijzigingen die Turken (en leden van andere minderheden) in Duitsland kiesrecht op plaatselijk niveau alsook het recht op een dubbele nationaliteit (óók de Duitse dus) te geven.

Zaterdag waren premier Johannes Rau van Noordrijn-Westfalen uit Düsseldorf en minister Rudolf Seiters (binnenlandse zaken) uit Bonn langsgekomen. De CDU'er Seiters was ontvangen met kreten als “Moordenaar, moordenaar” en “Wanneer doen jullie eindelijk eens wat” (aan politieversterking en betere beveiliging van buitenlanders).

Zondagmorgen, een etmaal na de aanslag, lijkt het weer wat rustiger geworden. Zo'n driehonderd overwegend jongere Turken aarzelen tussen grote woede en diepe treurnis in de Schweizer Strasse, achter dranghekken, pal tegenover dat nu verwoeste huis aan de Untere Wernerstrasse. Zwartgeblakerde, halfverkoolde houten binten steken er zinloos ophoog. Het dak dat zij moesten dragen, het dak boven de 19 mensen tellende familie Genç (die ook zes gewonden betreurt), is grotendeels verdwenen, net als de drie verdiepingen tussen de witgesausde muren. Zoals - overdrachtelijk gesproken - veel meer Turken in Duitsland dit Pinksterweekeinde hun dak zagen instorten.

Solingen, Untere Wernerstrasse. De stemming is er, in afwachting van een van één naar drie uur 's middags verschoven demonstratie, kalm maar geladen. “Is dit de beloning voor 30 jaar werken?”, vraagt een spandoek. Andere tekst: “Wij zijn 30 jaar geleden met geschenken ontvangen, vandaag worden we verbrand.” Nog één: “Geboren in Solingen, leven in Solingen, houden van Solingen, wij zijn Turken en burgers, zijn wij ter dood veroordeeld?”

Uit de hele deelstaat is politie naar Solingen gehaald. Een hoofdagent - “nee, mijn naam geef ik u niet” - kijkt bezorgd naar een jongere collega die met enkele even woedend-opdringende Turkse leeftijdgenoten spreekt en probeert hun oplaaiende emoties met begrip te temperen. “Dat moeten we doen, maar het kan eigenlijk niet”, zegt hij, “ik heb alle begrip voor de woede, voor de machteloze haat die door die mensen heengaat. Wij staan hier als pispaal, je holt van het een naar het ander, wij voelen ons door de politiek in de steek gelaten, ik had gisteren dienst in Bochum bij de wedstrijd Wattenscheid-Kaiserslautern, toen ik thuis kwam moest ik direct door naar Solingen, wij zijn doodop, je staat te bidden dat het niet uit de hand loopt.”

Een Duitse vrouw die met een Turk getrouwd is en haar baby op de arm heeft, schetst het grote dilemma dat onder de woede en het verdriet ligt: “U moet goed begrijpen, de meeste mensen hier beschouwen Duitsland als hun tweede Heimat, sommige jongeren zelfs als hun eerste. Zij voelen zich niet veilig meer, hun vertrouwen is weg, hun Heimat zelf is gisternacht aangevallen, zij kunnen niet goed meer terug naar Turkije, ze zijn wanhopig, bang voor de toekomst.”

Haar buurman, een midden-twintiger met een vervaarlijke snor, valt haar in accentloos Duits bij: “Ik wil hier niet weg, desnoods moeten we ons zelf gaan beveiligen, die fascisten noemen ons "Kanaken' maar ze zijn jaloers op ons, op onze banen, onze huizen, winkels, auto's. Vindt u het gek dat jonge Turken een pistool of een mes kopen, de politie beschermt ons niet, als zo'n skinhead een moordaanslag pleegt, krijgt hij een paar maanden jeugdstraf.” Een Duitse buurtbewoner drukt zijn solidariteit zó uit: “Ze doen maar in Bonn, wèl even 18 miljard voor de Golfoorlog, maar geen geld voor meer politie.”

Als ik met een Britse collega vraag naar de toedracht van de aanslag komen wild-wantrouwende verhalen los. De brandweer was te laat ter plaatse en de politie zou waarschuwingen vooraf in de wind hebben geslagen. “Er waren al een paar keer 's nachts vuurtjes van rechts-radicalen te zien rond het Bärenloch”, heet het. Over het verweer van de brandweer dat zij een paar minuten na de melding al present was, al maakten dichte rijen geparkeerde auto's dat moeilijk, wordt even schamper gelachen als over politie-mededelingen dat haar nooit iets is gemeld over de nachtelijke aanwezigheid van jonge rechts-radicalen.

Dat een van de vrouwen, die in paniek van twee hoog uit het razendsnel brandende huis sprong, te pletter viel omdat de brandweer een vangzeil niet tijdig had kunnen uitrollen, bevestigt het wantrouwen. Kanselier Helmut Kohl, die kort geleden in Turkije verzekerde dat de Duitse regering alles zal doen voor de veiligheid van de Turkse en andere minderheden in Duitsland, kan zich dezer dagen in Solingen maar beter niet laten zien, lijkt het. Kohl komt ook niet, evenmin als bondspresident Weizsäcker. De kanselier geeft blijk van zijn meegevoel en bezorgdheid in een brief aan premier Inönu en via een oproep, vandaag in het massablad Bild, aan de Duitse bevolking om mee te helpen de daders te vinden (beloning: 100.000 mark).

Pinksterzondag blijft het voorlopig nog verhoudingsgewijs geordend toegaan in Solingen. De aangekondigde demonstratie heeft een nog sterk lokaal karakter. De tot zo'n 4.000 mensen aangroeiende stoet die van de plaats van het radicale onheil door de Südetenstrasse naar de Konrad Adenauerstrasse, een brede winkelstraat, trekt, wordt beheerst door oudere mannen die via megafoons tot discipline en gebed oproepen. Even maar, als achter een raam boven een winkel in de Adenauerstrasse iemand een obscene enkele vinger omhoogsteekt, slaat de vlam in de pan. De stoet scheurt, woedende Turkse jongeren willen naar boven, de bewust in zijstraten teruggetrokken politie draaft met schild en wapenstok aan en weet dat te voorkomen.

Het enige andere incident van betekenis ontstaat als groep Koerdische Turken per megafoon niet alleen de aanslag in Solingen maar ook het optreden van de Turkse regering tegen de extreem-linkse PKK en de Koerden kritiseert. Dat valt niet goed, woedende Ankara-getrouwe demonstranten beginnen er even zeer hard op te slaan. Leunend tegen de deur van een café zie ik iemand een pistool trekken en - gelukkig - in de lucht schieten. De Koerden vluchten, weer even later zal de politie spreken van “een ongeregeldheid” waarbij met “een alarmpistool” is geschoten. Zij heeft de binnenstad dan al afgegrendeld, bevreesd als zij met recht is voor de komst van "dagjestoeristen' en - meer nog - goed geoefende links- en rechts-radicale liefhebbers (skinheads en autonomen dus) van de geur van geweld.

Die komen zondagavond. Tegen en met linkse en rechtse groepen Turkse jongeren houden zij 650 politiemannen bezig. In de Adenauerstrasse en in zijstraten worden banden en matrassen in brand gestoken, winkels beschadigd en geplunderd. Solingen is even Los Angeles, al blijft de schade beperkt tot een in dit opzicht provinciaal bedrag van circa 1 miljoen mark. Er vallen enkele gewonden, 17 mensen worden gearresteerd.

Ook op Pinkstermaandag wisselt het stemmingsbeeld overeenkomstig. Een eerst kalme moslim-gebedsdienst voor het huis van de familie Genç aan de Untere Wernerstrasse loopt, terwijl Duitsland via de t.v.-camera's meekijkt, plotseling uit in een razende vechtpartij tussen groepjes linkse en rechtse Turkse jongeren, die onder meer met stenen en stokken op elkaars schedels inslaan.

Maandagmorgen is “Solingen” al ver buiten de gemeentegrenzen getreden als enkele honderden gemobiliseerde Turkse betogers een paar uur de Autobahn bij het vliegveld Köln/Bonn blokkeren. Zij willen hun grieven kenbaar maken voor de Turkse televisie, wat geschiedt. 's Avonds wordt met hetzelfde motief de drukke autoweg naar Hamburg geblokkeerd, met een file van ruim 20 kilometer als resultaat.

Op de Duitse televisie vragen de Turkse ambassadeur en minister van buitenlandse zaken Klaus Kinkel gezamenlijk om “bezinning”. Kinkel waarschuwt dat “ook een rechtsstaat niet altijd overal ieders veiligheid kan garanderen”.