Onverantwoordelijk en komisch podiumgedrag van Forrest leidt tot knieblessure; Nederlandse groepen succesvol op 24ste Pinkpop

Pinkpop Festival met The Black Crowes, Lenny Kravitz, Living Colour, Claw Boys Claw, The Jayhawks, Rage Against The Machine, Bettie Serveert, Thelonious Monster, The Red Devels en The Jim Rose Circus Sideshow. Gehoord: 31/5 Draf- en Renbaan, Landgraaf.

In het meer dan twintigjarig bestaan van het Limburgse Pinkpopfestival was het nog niet eerder voorgekomen, dat de complete geluidsinstallatie plotseling met een plof stil viel. Gisteravond gebeurde het na een stroomstoring, uitgerekend tijdens het concert waar velen naar uit hadden gekeken. Organisator Jan Smeets had bij voorbaat de verwachting uitgesproken dat veel van de 60.000 betalende bezoekers het afsluitende optreden van The Black Crowes af zouden wachten. De extra treinen die na afloop werden ingezet, moesten door een falende stroomgenerator enkele minuten langer wachten op de laatste festivalgangers.

De 24ste editie van het in het Guinness Book Of Records als het oudste nog bestaande popfestival te wereld opgenomen Pinkpop, kende een sterk en enigszins voorspelbaar programma. De nadruk lag vrijwel geheel op Amerikaanse gitaarrock. Publiekstrekkers Living Colour, Lenny Kravitz en The Black Crowes stonden alle drie al eerder op Pinkpop en in de grotere concertzalen. De blanke bluesgroep The Red Devils was onlangs in het clubcircuit heel wat beter thuis dan op de vroege festivalochtend, waar hun voortjakkerende stoomwalsblues met een mondharmonica als een misthoorn nog wat zwaar op de maag lag.

"Remember Eddie Vedder?" vroeg het wankele boegbeeld Bob Forrest van Thelonious Monster: of de festivalgangers zich het programma van vorig jaar herinnerden, toen de zanger van Pearl Jam opzien baarde door via de hydraulische arm van de televisiecamera in het publiek te springen. Ondanks zijn beschonken staat kon Forrest dat niet op zich laten zitten en beklom hij de immens hoge geluidstoren. De rauwe punkpop van de groep uit Hollywood ging gepaard met nog meer onverantwoordelijk podiumgedrag, want Forrest gooide al bij het eerste nummer zijn draadloze microfoon het publiek in. Hij maakte er een komisch spektakel van, dat passend werd afgesloten met een rommelige versie van Bob Dylans See That My Grave Is Kept Clean, waarna hij met een knieblessure van het podium werd gedragen.

De twee Nederlandse groepen hielden zich glansrijk staande tussen het Amerikaanse geweld. Claw Boys Claw bewees dat rock & roll uitstekende feestmuziek kan zijn, geschikt om het hipste poppubliek aan het hossen te krijgen. Hoewel het repertoire recentelijk werd uitgebreid met subtielere nummers, kreeg de in oogverblindende zuurstokkleuren gehulde Peter te Bos de lachers weer op zijn hand met de oersimpele dreun van nummers over holbewoners en psychopaten. Bettie Serveert keerde terug van een succesvolle Amerikaanse tournee met een meeslepend en zelfverzekerd optreden, waarbij de gitaristen aan weerszijden van het podium voor de kleurrijke presentatie zorgden. Zo introvert en onopvallend als zangeres en gitariste Carol van Dijk mag lijken, reikte haar indringende stem tot aan de uithoeken van het veld.

Een onverwachte publieksfavoriet bleek te schuilen in Rage Against The Machine, een groep in het inmiddels alweer beproefde funkmetalgenre die in de plaats kwam van het afgelaste Alice In Chains. De rood en paars aanlopende rapper Zack de la Rocha deed de groepsnaam eer aan met zijn verkrampte woede-uitbarstingen, afgezet tegen mechanisch gitaargeweld. In die verhitte omstandigheden sloeg de beschaafde countryrock van The Jayhawks dood, ondanks de fraaie tweestemmige zang. Hoe zeer de twee zanger/gitaristen ook hun best deden om het rock-element in hun muziek te benadrukken; ze konden het jonge publiek moeilijk voor zich winnen met hun uitstraling van vriendelijke schoolmeesters.

Living Colour daarentegen, is een groep die op een grootschalig festival juist tot volle bloei komt. De zwarte hardrockvernieuwers toonden hun groei na de komst van nieuwe bassist Doug Wimbish, die vooral de fanatiek gebrachte sleutelsong Elvis Is Dead naar zijn hand zette met een hiphoppende funkbas. Zo eigentijds pretendeert Lenny Kravitz niet te zijn, want deze goeroe van de nieuwe hippies doet er alles aan om precies zo te klinken als The Beatles ten tijde van The Ballad Of John & Yoko. Gekleed in roze hippiekostuum verloor Kravitz zich afwisselende in harde rockmuziek en zweverige popsongs met een hoog sixties-gehalte, dank zij wollige teksten over geloof in jezelf en de liefde die overwint.

De veelkleurige lichtjes van the Black Crowes rechtvaardigden, dat de groep van de broodmagere blanke soulzanger Chris Robinson als enige na het vallen van de duisternis mocht aantreden. Nadat de genoemde elektriciteitsstoornis de vaart eruit had genomen, voltooide de inmiddels tot een serieuze concurrent van de Rolling Stones uitgegroeide erfgenamen van het vuur van de rock & roll een gloedvol en krachtig optreden. Ook de Crowes komen in de grootschalige festivalopzet pas werkelijk tot hun recht. Daar kon aan worden getwijfeld bij de circusvertoning die eerder op de middag werd opgevoerd door The Jim Rose Circus Sideshow, een reizende theatergroep naar het voorbeeld van de vroegere Amerikaanse freakshow op de kermis.

De belangstelling voor de op het festivalterrein vertoonde kunsten van een glas etende fakir en Mister Lifto die op wonderbaarlijke manier een betonblok optilt aan zijn tepels, was zo groot dat de voorstelling net zo goed op het grote podium thuis had kunnen horen. Pinkpop miste meer van dergelijke verrassingen, en bestendigde de roem van de publiekstrekkers. Het weer zat mee en het publiek beoefende een vorm van stage diving die bijzonder geschikt is bij een hoog podium, door personen over de hoofden naar voren te tillen en ze vervolgens over het dranghek te kieperen. Bij de gedwongen pauze in het Black Crowes-concert klonk een vrolijk Always look on the bright side of life uit duizenden kelen.