Maakt één blauwe zwaluw zomer?

Amsterdam kijkt verbaasd naar Rotterdam: landskampioen en heel Nederland leeft mee, terwijl de effectenbeurs al jaren vecht in de Europese competitie en geen kip op de been krijgt. Hoe kan dat?

Komt dat misschien omdat de beurs veel tijd en geld spendeert om in Londen uitgevoerde professionele transacties in onze effecten terug te halen naar Amsterdam en minder oog heeft voor particuliere beleggers?

Of fungeert zij, ongewild en zonder dat zelf te weten, als zondebok van de financiële wereld?

In het pas verschenen jaarverslag geeft het beursbestuur nog eens aan op welke punten de effectenhandel sinds het midden van de jaren '70 is verbeterd. Dat liegt er niet om: bijna twintig verbeteringen en er staan er nog meer op stapel. Bekijk je de lijst door een particuliere bril, dan valt slechts één (in de VS bedachte) innovatie op: de Optiebeurs in 1978; nu al vijftien jaar geleden. De rest van de punten verbleekt bij dat succes.

In die tijd was de nood hoog: er was nauwelijks omzet en veel aandelen waren goedkoper dan een langspeelplaat. Men zag in de opties een middel om de handel te stimuleren. Dat kwam pas uit toen vanaf 1982/1983 de economie wereldwijd aantrok en iedere beurs, goed of slecht opgezet, kon profiteren van de opleving. Zelfs zonder opties. Toch hebben die een dimensie toegevoegd aan het beleggen door particulieren en professionelen.

Ook nu, zegt het beursbestuur wat verongelijkt, is de nood hoog. Grote (institutionele) partijen trekken zich niets aan van ons en doen zaken waar ze dat het beste uitkomt. Hoe komt dat?

In vergelijking met 15 jaar en langer geleden zijn de verhoudingen in de financiële wereld drastisch gewijzigd door internationalisering, deregulering, automatisering, fusies en de aanhoudend hoge collectieve besparingen die pensioen- en beleggingsfondsen en verzekeraars rijker en machtiger maakt. Dat bleef niet zonder gevolgen.

Ooit was een beurs de top van een piramide met bemiddelaars en handelaren als middenrif en kopers en verkopers aan de basis. Die piramide lijkt nu op zijn kop te staan: de rijke basis is de baas en bepaalt de regels van het spel.

Daarom zegt de beurs nu: "De handelssystematiek van zowel de aandelen- als de obligatiemarkt wordt aan de internationale professionele wensen aangepast, maar met behoud van de gereguleerde centrale markt voor de particuliere belegger'. Met andere woorden: aan ons zal het niet liggen. U vraagt en wij draaien, maar geen innovatieve en gedurfde initiatieven, een internationaal financieel centrum waardig. De beurs neemt geen risico en laat zich niet als zondebok gebruiken.

En wat zit er in het vat voor particulieren, het retailsegment in vaktaal? Eigenlijk verandert er niet zoveel: je moet nog steeds een bemiddelaar opbellen om orders uit te laten voeren. Die geeft ze (onder een voor ieder fonds verschillende grens) door aan de hoekman nieuwe stijl (één per fonds) die alles aan elkaar knoopt.

Zullen de beleggers massaal hun aandelen in beleggingsfondsen van de hand doen en actief gaan beleggen? Nee. In het verslag staat ook niet dat particulier beleggen wordt aangepast aan de wensen van de betreffende categorie beleggers en bedrijven. Er verandert weinig. Kan de beurs iets veranderen?

Ja, men kan net als in 1978 een ontwikkeling bevorderen, een nieuwe dimensie toevoegen. Het gaat om de directe uitgifte van aandelen of andere (afgeleide) waardepapieren aan het publiek. Dus niet via de beurs of bank. Albert Heyn doet iets wat daar op lijkt, maar zou veel verder moeten gaan.

De Porceleyne Fles in Delft, van het Delfts Blauwe aardewerk, doet het wel rechtstreeks. Men wil 1 miljoen gulden aan certificaten van aandelen uitgeven aan toeristen, personeel en relaties via een doorlopende uitgifte aan de toonbank. Zo kweek je een band met beleggers. KLM kan aandelen geven in plaats van tegeltjes of vinden ze dat bij de Fles minder geslaagd. In ieder geval ligt er iets moois in het verschiet.

De Effectenbeurs zou dit initiatief over moeten nemen en zou een paar miljoen gulden moeten uittrekken om een administratief juridisch systeem op te zetten. Dat brengt bedrijven misschien op het idee om beursnotering aan te vragen. Dan snijdt het mes aan vier kanten: beleggers, bedrijven, beurs en wordt Beursplein 5 weer de Coolsingel van de financiële wereld.