Krimpen of stikken

De Betuwelijn. Moet hij boven de grond of eronder. En indien men dat laatste kiest, moet hij dan geheel ondergronds lopen of slechts gedeeltelijk, en langs hetzelfde tracé of langs een ander. Of moet hij toch maar liever door het Nederlands-Belgisch grensgebied worden aangelegd en niet door de Betuwe.

De Schiphollijn. Moet de nieuwe, vijfde start- en landingsbaan parallel of gedraaid komen te liggen. Moet de Zwanenburgbaan wel of niet tweezijdig worden gebruikt. En de zesde baan, straks, moet die wel of niet evenwijdig lopen aan de Kaagbaan.

Twee megaprojecten die talloze vragen opwerpen. Vragen over opties, over technische haalbaarheid, over financiële en ecologische prijskaartjes en over de levenskwaliteit die in het geding is. Al die vragen gaan erover hoe aan de expansie van onze infrastructuur vorm moet worden gegeven.

Zulke kabinetsplannen stellen ons ten onrechte voor voldongen feiten. Want aan dergelijke concrete vragen over de uitvoering van die plannen dient een andere, een fundamentele vraag vooraf te gaan. Die vraag luidt: willen we zo'n expansie eigenlijk? Zijn we 't erover eens dat de Randstad wordt uitgebouwd tot zogeheten gateway to Europe met alle gevolgen van dien, positieve en negatieve, voor onszelf en ons nageslacht?

Nederland is vanouds een transportland omdat het nu eenmaal in een delta ligt. Daaraan hebben we een paar eeuwen van montere welvaart te danken. Maar betekent dat automatisch dat we eeuwig dóór moeten gaan met steeds meer goederen en mensen via ons land van hot naar her te brengen tot water, lucht en bodem zo vol en zo vuil zijn geworden dat horen, zien - en leven! - ons vergaat? Over die keuze hoort allereerst te worden gepraat, maar die is bij mijn weten nooit aan het Nederlandse volk voorgelegd.

Aannemers en ambtenaren zullen tegenwerpen dat die vraag een gepasseerd station is. We hebben immers in het verleden al zoveel genvesteerd om de groeiende internationale verkeersstromen op te vangen, dat verdere uitbreiding de onvermijdelijke consequentie is, anders hebben we geld verspild.

Fout. Het is een even stompzinnige redenering als die van staatssecretaris Gabor, toen hij onlangs het verplichte keurmerk in koeie-oren verdedigde door dat als een vanzelfsprekend sluitstuk van een al decennia geleden ingezette ontwikkeling af te doen. Alsof een beleidsman ervoor is ingehuurd om een ooit uitgestippelde politiek klakkeloos voort te zetten. Alsof regeren niet ook, minstens evenzeer, betekent een zinloos of ongewenst geworden koers bij te stellen of zelfs te stoppen en nieuwe wegen in te slaan.

Groeifanaten en zakenlieden zullen roepen dat, zonder verdere investeringen in de infrastructuur, economische rampspoed dreigt. Ondernemers in binnen- en buitenland zullen ons land gaan mijden. Massale werkloosheid en een afbrokkelende welvaart zijn het gevolg. Nederland degradeert uit de top-tien van rijkste landen naar de internationale middenklasse.

Een misrekening. Immateriële factoren zijn in deze optelsom buiten beschouwing gebleven: de vervuiling, de overlast, het allengs in woede omslaand onbehagen van de bevolking over de steeds agressievere aantasting van haar leefruimte. Over de kloof tussen politiek en burger gesproken! Heeft premier Lubbers het bij de opening van de nieuwe westvleugel op Schiphol op 10 mei niet bestaan tussen neus en lippen een heel stuk Nederlands grondgebied onbewoonbaar te verklaren? Wie in één van de aanvliegroutes van de straks uitgebreide luchthaven gaat wonen, zei hij, moet het zelf maar weten (de bewoners in de nieuwe aanvliegroutes van bestaande banen weten het al, zoals in het niets vermoedende Oegstgeest dat sinds enige tijd in het prilst van de ochtend door laag overvliegende luchtreuzen uit zijn slaap wordt opgeschrikt). Tussen Rotterdam en Zevenaar weten ze 't nu ook. De prijzen van villa's en boerderijen in de groene idylle langs Linge en Waal zijn scherp gedaald, zozeer vreest men van de Nieuwe Betuwelijn afnemend woongenot.

Laten we elkaar geen rad voor ogen draaien. De beste, strengste, duurste milieumaatregelen zullen niet kunnen verhinderen dat nieuwe lucht- en spoorlijnen nieuwe aanslagen betekenen op de leefbaarheid van ons land. Bij een "bijna verdubbeling' van het aantal vliegbewegingen tot het jaar 2015, met grotere en zwaardere vliegtuigen, ook al worden ze nog zo veilig en geluidsarm ontworpen, kan dat niet anders. En al komen er 15 meter hoge geluidsschermen, hoger dan de Berlijnse Muur, de bovengrondse Betuwelijn verwoest een landschap, en een ondergrondse zal de snelwegen ook niet minder vol maken bij het gestaag groeiende autoverkeer.

Geen salami-tactiek dus alstublieft, waarbij de worst al half is opgesneden voordat de gastvrouw hem op tafel heeft gezet. Eerst een discussie over wat de Nederlanders verder met Nederland willen. Misschien zeggen ze wel nee tegen verdere expansie. Misschien zijn ze bereid met minder genoegen te nemen, wanneer "minder' in een ander opzicht "meer' betekent. In onze vaderlandse geschiedenis is al eens eerder nee gezegd tegen een ogenschijnlijk verleidelijke vernieuwing. En mochten ze toch ja zeggen, welnu, dan kan de vraag aan de orde komen waar en wanneer de betonmolens hun vrolijke arbeid mogen beginnen. Maar pas dan, en niet daarvoor.

P.S. In mijn column 'Stenen voor brood' van 18 mei heb ik Balten, Oekrainers en Armeniërs "ongeletterd' genoemd. Ik bedoelde natuurlijk te zeggen "politiek ongeletterd'.

    • An Salomonson