Ik verwacht meer solidariteit met kunstenaars

AMSTERDAM, 1 JUNI. “De derde vernietigingsslag die kunstenaars wordt toegebracht”. Zo omschrijft oud-minister van sociale zaken Jaap Boersma, nu voorzitter van het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars (VvK) de plannen van het kabinet om kunstenaars te weren uit de bijstand. Morgen vergadert de Tweede Kamer over deze plannen.

Het kabinet wil 1200 veelbelovende beeldende kunstenaars een stipendium ter hoogte van het minimumloon geven. De overige duizenden kunstenaars die nu van de bijstand afhankelijk zijn, ook musici en podiumkunstenaars, moeten binnen één jaar bewijzen dat ze van hun kunst kunnen leven. Lukt dat niet, dan moeten ze zich omscholen of ander werk zoeken.

“Onevenredig zwaar” noemt Boersma, tot deze zomer directeur van de Amsterdamse Stadsreiniging, de voorgestelde maatregelen die de kunstenaars zullen treffen. Als de kabinetsplannen doorgaan voorziet hij - net als de Raad voor de Kunst - een sterke verschraling van het kunstklimaat. Boersma: “Eerst werd de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) afgeschaft, een regeling waarvan duizenden kunstenaars gebruik maakten. Toen werd als een soort vangnet een beroepskosten-regeling opgezet, om kunstenaars die niet van de markt kunnen leven nog enigszins bij te staan. Dat budget is vervolgens drastisch ingekrompen. De bijstand bleef over. Maar die mogelijkheid wordt nu met deze derde vernietigingsslag ook afgeschaft. De 1200 kunstenaars die al goed zijn, krijgen een stipendium en de rest kan stikken. Het toevallige getal van 1200, dat toevallig uit een bezuinigingssom komt, is kennelijk genoeg. De teneur van het beleid is: er zijn te veel kunstenaars in Nederland.”

Zijn er dan niet te veel kunstenaars in Nederland? U heeft zelf, als minister van sociale zaken van 1971 tot 1977 geprobeerd de groei van het aantal BKR-kunstenaars te beperken.

“We moesten begin jaren zeventig bezuinigen in verband met het oplopende financieringstekort. De BKR begon uit te dijen. Maar de zwaarte van de maatregelen en de problemen van toen zijn niet te vergelijken met wat er nu aan de hand is. Allerlei regelingen dijen uit - neem de WAO - en verworden op den duur, als je ze niet regelmatig kritisch tegen het licht houdt en bijstelt. Maar dat is wat anders dan een regeling afschaffen, zoals bij de BKR is gebeurd.

“De kunstenaars komen nu volledig in de kou te staan, nu de mogelijkheid verdwijnt om een beroep te doen op de bijstand. Het is een kleine groep, die weinig politieke macht heeft en waarop je makkelijk bezuinigen kunt. Dat een samenleving zijn kunstenaars practisch wegbezuinigt, vind ik niet acceptabel. Een samenleving zonder kunstenaars is als een democratie zonder kranten. Een beetje solidariteit met de kunstenaars mag deze samenleving toch wel opbrengen. We steunen toch ook de boeren? Sinds 1945 is er geen boer in Nederland die geen subsidie heeft gehad. En driekwart van de medische stand krijgt steun van het rijk.”

Maar kan de samenleving nog zoveel kunstenaars steunen, nu zo fors bezuinigd moet worden om de collectieve lastendruk te beperken?

“Met het plan dat wij als VvK hebben ingediend kan dat wel, ja. Dat er bezuinigd moet worden, is voor ons een onverbiddelijk feit. Die noodzaak klinkt minder door in de plannen van andere kunstenaarsorganisaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Zij zoeken het allemaal in aanpassingen binnen de nieuwe bijstandswet. Wij zeggen: geef alle kunstenaars die nu afhankelijk zijn van de bijstand, een basisbeurs van driekwart van het bijstandsniveau en laat ze de rest maar bijverdienen. Op die manier kun je een substantieel aantal kunstenaars steunen, en lever je ook een bijdrage aan de noodzakelijke bezuinigingen. Het levert zelfs meer besparingen op dan de plannen van het kabinet. Bovendien beperk je je niet tot uitsluitend een elite van 1200 beeldende kunstenaars. Ons plan is ook van toepassing op kunstenaars uit andere disciplines die bij de kabinetsplannen uit de boot vallen. Met name voor jonge kunstenaars zijn die plannen rampzalig: die hebben de tijd nodig zich te ontwikkelen. Die moet je niet na een jaar, nadat ze een kunstopleiding gevolgd hebben, op straat schoppen.”