Ereronde is ook kampioen van het volk niet gegund

GRONINGEN, 1 JUNI. De kip die een Feyenoord-aanhanger even voor het begin van de wedstrijd onder massaal gejuich het doel injoeg. Het partijtje voetbal dat een handvol jongens na afloop voor hetzelfde doel speelde en in een luid bejubeld doelpunt eindigde, terwijl rondom andere Rotterdamse supporters met de ME landveroveraartje deden. Aandoenlijke en tegelijk absurde taferelen. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met voetbal. Ook met het kampioensfeest van Feyenoord in Groningen.

Kampioenen kunnen niet meer op de schouders worden genomen. De feestvierende aanhangers moet worden gevraagd achter de tralies te blijven, opdat de kampioenen veilig een ereronde kunnen maken. Toch kan het dan gebeuren dat aanhangers zich in hun intense verlangen bij hun idolen te zijn een weg banen langs het immense politieleger gewapend met stokken en honden. Op eerbiedige afstand mogen ze dan ten slotte hun kampioenen eren als deze op het verre ereterras de kampioensschaal in ontvangst nemen.

Veel blaffende honden en veel gewapende en gehelmde politie flankeren de uitgelaten menigte. Een ereronde is niet mogelijk. Zelfs de club van het volk kan het zich niet meer veroorloven. Cynisme viert hoogtij als vanaf de tribune met de meest fervente Feyenoord-supporters wordt gezongen "We blijven in het vak'. Een verwarrende mengeling van vreugde en grimmigheid. Zo verwarrend als de tegenstand van de spelers van FC Groningen. Hoezo competitie?

Dertien overtredingen van FC Groningen tegen zestien van Feyenoord. Groningse Verdedigers die soms keuvelend, lachend en handenschuddend met hun Rotterdamse tegenstanders over het veld lopen alvorens een duel aan te gaan. Laten profvoetballers nooit meer zeggen dat ze een tegenstander omverschoppen omdat dat tot de plichten van hun beroep behoort of in het belang is van de club, de natie of welke hogere macht dan ook.

Veenhof, de Groningse libero die na nog geen tien minuten vanaf de middenlijn een sprint verliest van de doorgaans trage Kiprich. De Feyenoorder profiteert en stift de bal over doelman Roorda in het doel (1-0). Het valt te prijzen in Veenhof dat hij Kiprich niet neerlegt. Maar zou hij dat ook hebben gedaan wanneer FC Groningen nog competitiebelangen had gehad? Gall, de Groningse verdediger die vergeefs smeekt en bidt bij scheidsrechter Van Vliet om Blinker asjeblieft geen gele kaart te geven. Vreemde collegialiteit.

Feyenoord heeft de medewerking van het Groningse elftal niet nodig gehad om kampioen te worden, laat daar geen misverstand over bestaan. Dat zou Feyenoord tekort doen. Daarvoor is het elftal kwalitatief veel te goed voor de Groningse middenmoter. Ajax was bovendien al kansloos en PSV nagenoeg. De sfeer in het Oosterpark was niettemin opvallend Feyenoord-gezind. Weinig Groningers, op en rondom het veld, die de Rotterdammers de titel op de valreep durfden te misgunnen. Er mocht geen Rotterdamse wanklank vallen.

Vóór de wedstrijd alleen liedjes die aan het belang van het Feyenoord-voetbal refereerden. En om de supporters te bezweren vier tot vijf keer - zelfs in de wedstrijd - de stem uit de luidsprekers van John de Wolf, die de aanhang verzocht zich in te houden tot het feest op de Coolsingel. Daar mochten ze "uit hun dak gaan'. Angst overheerste, angst om de fragiele sympathie te verliezen. De aanhang zou eens ontstemd raken in Groningen. Dat moest worden voorkomen. Met de uiteindelijke 5-0 zege (doelpunten Kiprich, Blinker, Scholten en tweemaal Taument) van Feyenoord haalde Groningen dan ook opgelucht adem.

Ver na de wedstrijd waren de angstige momenten vergeten. Toen was iedereen gelukkig, emotioneel ook natuurlijk. Zelfs aan Willem van Hanegem ging de vreugde niet helemaal voorbij. Onderkoeld: “Ik heb zeker niet de pest in. Ik vind het best wel mooi.” Vergeefs relativerend: “Pas bij 3-0 zag ik een kansje op het kampioenschap. Nee, niemand was op de hoogte van PSV. We moesten er voor gaan.” Verongelijkt: “In Nederland is men verbouwereerd dat een ploeg die hard werkt kampioen wordt. Iedereen moet toch werken. Voetballers ook. Dat zouden meer voetballers moeten beseffen. Ik heb altijd tegen de spelers gezegd: wij moeten steeds beter gaan voetballen, we moeten blijven werken.”

Vier keer veroverde hij met Feyenoord het kampioenschap. Driemaal als speler, éénmaal als "praatpaal' en nu als trainer. Het verschil? “Toen wisten we dat we kampioen konden worden. Nu kon het tot het einde alle kanten op.” En over de toekomst: “Het wordt moeilijker. We gaan daar de komende zes weken aan werken. We moeten minder voorspelbaar gaan voetballen. Spelers op een andere positie uitproberen bijvoorbeeld. Ik denk dat we met deze selectie doorkunnen. Het zijn geen stelletje koekebakkers. Zeker als je kampioen wordt.”

Joszef Kiprich, de topscorer, lachte stiekem. “Ik vond het jammer dat ik er uit moest.” Zijn lies en zijn achterdijbeen. “Hier heb ik pijn en hier. Ik moest hardlopen om dat doelpunt te maken. Ik sprong op om te juichen en voelde mijn been. Jammer, maar nu heb ik geen pijn meer.”

John Metgod, gelouterd als geen ander, heeft nooit pijn. Bij een 4-0 voorsprong schold hij nog eens Ruud Heus uit omdat hij de bal aan een Groningse spits verspeelde. “Je moet altijd scherp blijven. Als je dat nu niet doet, doe je het nooit.” Met AZ won hij al een keer de titel. “Een beter voetballend team. Maar als het slecht ging konden we ook op inzet spelen. Daar heb ik veel van geleerd.”

Geert Meijer, compagnon van Van Hanegem. Groninger van geboorte, Ter Apel, wilde de Amsterdammer doen geloven. Aan wie hij deze titel opdroeg? “Aan Wim Jansen (technisch directeur, red). Wat die achter de schermen allemaal heeft gedaan. Dat vergeet iedereen.”

Bij de deur van de kleedkamer stond hij, als de cipier van Feyenoord. Een jongetje met baseball-pet wilde naar binnen. Wim Jansen klampte hem aan en opende de deur, voor hem alleen. Voor het zoontje van Metgod. “Natuurlijk mag jij naar binnen.”

Buiten stonden andere supporters. Zoveel heeft een Nederlandse club er nooit gehad. Zo betrokken, zo agressief hunkerend naar betrokkenheid. De ereronde hebben ze gemist. Daarvoor moesten ze naar huis, naar de Coolsingel. Met kip en al. Ver van het gevaarlijke stadion. Groningen kan weer slapen.

    • Guus van Holland