Eeuwige actualiteit in mythische operaatjes

Voorstelling: Gassir van T. Loevendie en Il combattimento di Tandredi e Clorinda van C. Monteverdi door de Nederlandse Opera en het Asko Ensemble o.l.v. David Porcelijn m.m.v. o.a. Claron McFadden, Robert Poulton, Lieuwe Visser, Lorna Anderson, Maarten Koningsberger en Guy de Mey. Decor: Jannis Kounellis; kostuums: Chloe Oblensky; regie: Pierre Audi. Gezien: 30/5 Amsterdam Studio's, Duivendrecht. Herhalingen: 2, 3, 4, 5, 8, 9, 11, 12/6 (voor alle voorstellingen nog kaarten beschikbaar). Reserveren: Muziektheater Amsterdam. TV-uitz.: 15/2 1994 NOS.

Na twee jaar herhaalt de Nederlandse Opera in een van de Amsterdamstudio's in Duivendrecht de dubbelproduktie Gassir van Theo Loevendi en Il combattimento di Tancredi e Clorinda van Claudio Monteverdi in de regie van artistiek directeur Pierre Audi. Het zijn twee korte opera's met elk een verteller en een verwante thematiek: noodlottige gewelddadige strijd die - helaas te laat - de mens voert tot bezinning.

Gassir is volgens een Arabisch/Afrikaans volksverhaal een stamhoofd die zich roem wil verwerven als oorlogsheld en tenslotte uitbarst in een treurzang waarin hij zijn drie gesneuvelde zonen vereeuwigt. In Il combattimento naar de vertelling van Torquato Tasso gaat het om de geharnaste gelieven Tancredi en Clorinda die - onwetend wie de ander is - elkaar bevechten tot Clorinda sterft. “De hemel opent zich, ik ga in vrede.”

Hoewel de thematiek nimmer zijn belang verliest is die voor het gevoel nu nog actueler dan destijds. Aan racisme, etnisch geweld en burgeroorlogen ligt immers zelfs geen "hogere' abstracte of ideologische rechtvaardiging ten grondslag: het gaat om de primitiefst denkbare menselijke rivaliteit.

Pierre Audi projecteert de eeuwige actualiteit daarvan niet op een herkenbare hedendaagse situatie maar toont juist het essentiële mythische en rituele karakter ervan, in de vorm van kunst die het kwade allegorisch presenteert als het tijdloze, dat tegelijkertijd onvermijdelijk is en toch dient te worden bestreden. Bij Audi komt het kwaad voort uit de mens zelf, niet uit de omstandigheden. Het decor verbeeldt slechts het constante in de elementairste omgeving: bruin gravel op de grond, hout en lood van Jannis Kounellis langs de wand.

Beide stukken worden gebracht met een sobere intensiteit die alleen nog maar aan dringendheid lijkt te hebben gewonnen, zowel bij de musici van het Asko Ensemble onder leiding van David Porcelijn als bij de zangers. Gassir blijft een overtuigend meesterwerkje. De bezwerende hoge noten van Claron McFadden daarin snijden als messen door de ziel en Lieuwe Visser is in Gassir een rapporteur van het noodlot als in een Griekse tragedie.

Guy de Mey - de enige nieuweling in de cast - is in Il combattimento een heftig betrokken verteller. En meer nog dan hun zang doen de buitenmuzikale geluiden van Lorna Anderson en Maarten Koningsberger verslag van het geweld: harnassen en wapens kraken en kletteren, de strijders steunen en hijgen als ze even tegen elkaar uitrusten om vervolgens weer met nieuwe kracht door te vechten.